Het Koreaanse bedrijfsleven heeft vers bloed nodig

Nieuwe bedrijvigheid Een goede infrastructuur, hoogopgeleid personeel: de jongste generatie Koreaanse bedrijven lijkt alles mee te hebben. Maar kan het land zich ontworstelen aan de rigide cultuur van de traditionele, hiërarchische chaebols?

Google Campus.
Google Campus. Foto Google

De grondstoffenvloek. Zo noemen economen het paradoxale verschijnsel dat de welvaart in landen met veel grondstoffen amper groeit – ze rekenen zich rijk en investeren niet in de ontwikkeling van hun eigen bevolking.

Zou er ook een grondstoffenzegen zijn? Dat verklaart hoe Zuid-Korea, een land zonder natuurlijke hulpbronnen maar met het beste onderwijssysteem ter wereld, zichzelf in enkele decennia katapulteerde van armoede naar rijkdom.

„We hebben niets anders te exporteren, dus exporteren we onze hersenen”, zegt Shin Hee-jeong, een 26-jarige Koreaanse die voor een start-up in Seoul werkt.

„Volgens de Koreaanse telling ben ik 27”, voegt ze eraan toe. „In Korea word je geboren als éénjarige – ook de maanden in je moeders buik tellen mee.”

Leeftijd is belangrijk in Korea, zeker op het werk. Eén van de zekerheden van een baan bij een Koreaans bedrijf: hoe ouder je wordt, des te hoger je positie. Zo gaat het al decennia bij de grote familiebedrijven als LG, Samsung, Hyundai of Lotte. De oudere generatie verdient respect, een aparte aanspreekvorm en krijgt automatisch promotie.

Google Campus

„Ik haat die hiërarchie”, zegt Shin Hee-jeong. Ze kwam van de Seoul National University in het start-upcircuit terecht. Nu werkt ze bij Humanscape, een softwarebedrijf dat patiënten met een zeldzame ziekte helpt zeggenschap te houden over hun medisch dossier.

Humanscape is een van de zes jonge bedrijven die onder de vleugels van Google Campus in Seoul opereren. Aan de rand van de wijk Gangnam runt het Amerikaanse techbedrijf een broedplaats voor start-ups. In de vijver op de binnenplaats drijven opblaasbare eenhoorns – een verwijzing naar de unicorns, de zeldzame start-ups die echt groot worden.

Korea heeft alles mee om unicorns te kweken, zegt Campus-manager Mike Kim. „De infrastructuur hier is fantastisch: 95 procent van het land heeft supersnel wifi, ook ondergronds in de metro. Bijna iedereen heeft een smartphone, van baby tot hoogbejaarde. En bijna alle jongeren studeren wiskunde, natuurkunde of computerwetenschappen op hoog niveau. Dit is een unieke generatie, die in het buitenland wil studeren en de blik naar buiten richt.”

Er is wel een belangrijk verschil met Silicon Valley, waar Mike Kim zelf opgroeide. „De start-upcultuur in Korea is nog nieuw en in de VS is al de derde generatie ondernemers bezig. Voor een gezond economisch systeem moet er een volledige cyclus zijn van mensen die een bedrijf beginnen en volwassen bedrijven die ze willen ‘opeten’.”

De eerste succesvolle exit heeft de Google Campus al voortgebracht: het bedrijfje Fluently, dat een computerassistent op basis van kunstmatige intelligentie bouwde, werd in 2017 door Samsung gekocht. Zeldzaam, want Samsung neemt doorgaans alleen buitenlandse bedrijven over.

De dreiging van China

Korea mag dan modern en rijk zijn, de economie is aan vernieuwing toe. Het land begint te vergrijzen en de werkloosheid groeit, zeker onder jongeren. Kleinere bedrijven zijn terughoudend met het aannemen van personeel nu de overheid de minimumlonen heeft verhoogd en excessief overwerk aan banden legt.

Korea leunt sterk op bedrijven als Samsung, Hyundai en LG. Deze conglomeraten, zogeheten chaebols, werden groot in de maakindustrie. Maar de opmars van China tast de positie van de elektronica- en autobranche aan, en batterijmakers als LG Chemical en Samsung SDI verliezen terrein aan Chinese concurrenten als CATL en BYD.

„Chinese fabrieken worden geavanceerder en zijn een bedreiging voor de Koreaanse export”, zegt Lee Joo-won, economisch expert bij de Nederlandse ambassade in Seoul. Eerder werkte hij voor Samsungs investeringstak, nu doet hij onderzoek naar de economische geschiedenis en de start-upcultuur in Korea.

„China doet hetzelfde als wat Korea in de vorige eeuw deed: buitenlandse specialisten in dienst nemen om aan te haken bij onze technologie. Samsung, LG en Hyundai vergaarden zo in de vorige eeuw de technische kennis uit Japan.”

Het Koreaanse bedrijfsleven heeft vers bloed nodig. Maar de cultuur die nodig is om een fris, innovatief bedrijfje op te zetten, botst met de traditionele werkwijze van de conglomeraten. „In tegenstelling tot bijvoorbeeld Google of Apple, die zelf als start-up begonnen, zijn Samsung, LG en Hyundai familiebedrijven, waar nu de derde generatie aan de macht is. Hun leiders zijn van nature risicomijdend”, zegt Lee Joo-Won.

De chaebols azen wel op jonge medewerkers met originele ideeën, maar die belanden in organisaties waar hiërarchie en traditie zwaar tellen. Lee Joo-Won: „De culturele mix is lastig. Millennials die bij Samsung beginnen, worden aangestuurd door managers die zijn opgegroeid in de chaebol-discipline. Het middelmanagement zit klem.”

Groter dan Google

De Koreaanse overheid probeert de lokale start-upcultuur te stimuleren door deel te nemen in fondsen die risicodragend kapitaal verstrekken. Van de 15 miljard dollar die Korea in 2016 in start-ups stak, kwam meer dan een derde uit publieke middelen.

Dankzij de smartphone is Korea een paar grote softwarebedrijven rijker. Sms, online gaming en mobiele chatnetwerken zijn in Korea geboren, en nog altijd gebruiken Koreanen liever lokale apps als Naver (zoekmachine en kaartsoftware) en Kakao (chatnetwerk) dan Google of Facebook. Naver ontstond als spin-off van Samsung. Ook de chatapp Line (populair in Japan, Thailand en Indonesië) valt onder de Naver-tak.

Koreanen gebruiken graag Koreaanse producten – liever dan vertaalde Amerikaanse software – en zijn er trots op. De overheid helpt een handje mee. Zo krijgen buitenlandse bedrijven geen toegang tot kaartinformatie waarover Naver en Kakao wel beschikken. Daarom kan je Google Maps in Korea niet voor navigatie van deur tot deur gebruiken. Onder het mom van oorlogsdreiging beschermt Zuid-Korea zijn eigen softwaremakers.

De vrouwen halen koffie

De Han-rivier, torenhoge flatgebouwen en de skyline van Seoul. „Wat een uitzicht, hè”, verzucht Lisette Brackel. De Nederlandse werkt bij Whosgood, een jonge start-up in een bedrijfsverzamelpand van WeWork, middenin Seouls chique financiële district.

Whosgood controleert met kunstmatige intelligentie of grote bedrijven zich ‘verantwoord’ gedragen: qua milieu, sociaal en personeelsbeleid. „Eigenlijk alles wat een bedrijf niet in financiële jaarverslag zet”, zegt Brackel.

Naar westerse maatstaven hebben Koreaanse bedrijven nog wel wat te leren als het gaat om personeel. De paternalistische cultuur zorgt ervoor dat mannen er de betere banen krijgen en veel meer verdienen dan vrouwelijke collega’s.

Brackel: „Koreaanse vrouwen zijn de hoogstopgeleide ter wereld maar hun arbeidsparticipatie is laag.” Ze hoort de verhalen van Koreaanse vrienden: „Op hun werk zijn het de vrouwen die koffie halen, en bedienen de jongste vrouwelijke collega’s aan tafel.” Dat bij Whosgood het technische team voor de helft uit vrouwen bestaat, is een uitzondering.

„In een echt traditioneel bedrijf zou ik niet passen”, zegt Brackel. Ook de jonge generatie Koreanen snakt naar banen met meer vrijheid, maar het werken in een vlakke organisatie vergt aanpassingsvermogen: „Koreanen zijn niet gewend dat je met je baas kunt overleggen, je eigen agenda mag bepalen of in een groep kunt discussiëren. Op de universiteit leren studenten niet om samen te werken – ze doen alleen hun eigen projectjes.”

Het leven is één groot examen

Wil Korea zijn bedrijfsleven moderniseren, dan moet het onderwijs veranderen – om studenten te leren in groepsverband te werken, bijvoorbeeld. Nu ligt de nadruk sterk op onderlinge concurrentie.

Volgens het confucianistische gedachtegoed moet je jezelf je leven lang verbeteren en dat leidt tot een obsessieve benadering van educatie. Koreaanse kinderen krijgen al jong bijles; niet omdat ze zwak zijn in enkele vakken, maar om boven de rest uit te steken. Dat geeft betere kans om op een van de hoog aangeschreven universiteiten te komen en een baan te krijgen.

Voor Koreanen is onderwijs een wedstrijd en het leven één groot examen. Middelbare scholieren leggen de Suneung af, een acht uur durende test die bepaalt naar welke universiteit ze gaan. Koreaanse ambtenaren moeten een examen afleggen en bedrijven als Samsung nemen examens af, met duizenden sollicitanten tegelijk. Pas na afloop worden de kandidaten ingedeeld.

Brackel: „Voor een Nederlander is dat lastig voor te stellen. Je hebt geen idee wat je werk zal zijn. Er is geen taakomschrijving, geen functieprofiel. Je weet alleen dat je bij Samsung gaat werken.”

Update 25/2: De naam van Lee Joo-won stond in de digitale versie verkeerd gespeld als Lee Jon-woo.