Opinie

    • Sjoerd de Jong

Vakantiepost: leestijd, dure auto’s en het vertrek van de hoofdredacteur

Terug van even weg lijkt het nuttig u deelgenoot te maken van wat ik dan zoal in mijn postvak aantref (rituele oprispingen en tirades daargelaten). Volgende keer weer een ‘gewone’ rubriek.

Eerst de kritiek op eigen werk. In mijn voorlaatste rubriek, over duurzaamheid, vroeg ik me af hoe „dat liedje” ook alweer ging: „vliegen kan niet meer”? Een lezer wijst me er vriendelijk op dat het bewuste nummer van Jenny Arean en Frans Halsema uit 1971 „niet ging over vliegen, maar over vluchten”. Inderdaad, vandaar mijn ironische variatie – waarmee maar weer bewezen is dat ook klimaathumor glad ijs is.

Een andere lezer corrigeert de opmerking in mijn jongste rubriek, over taal, dat de krant bij Turkse namen (zoals Gümüs) nog wel een trema gebruikt. Fout, aldus de lezer, dat is geen trema – zoals ik het voor het gemak noemde – maar een umlaut zoals in het Duits. De functie van die tekens verschilt: een trema scheidt bij een dubbele klinker de eerste van de tweede, bij een umlaut verandert een letter van klank. Dank, lezer, weer iets geleerd waar ik op school mogelijk doorheen heb geslapen, zelfs als alfa.

Dan vragen over het grotere plaatje. Allereerst natuurlijk het aangekondigde vertrek van de hoofdredacteur. Een lezer vraagt zich gepikeerd af, waarom hij de hoofdredacteur dat onverwachts zag toelichten in diens tweede thuishonk, het tv-programma DWDD, nog voor hij erover had kunnen lezen in zijn eigen krant. Ook hier gold het adagium digital first: het bericht over Vandermeersch’ vertrek kwam woensdagmiddag vroeg, uren vóór DWDD, online op nrc.nl.

Waarom niet eerst in de papieren krant? Daar is een simpele, praktische reden voor. Een hoofdredacteur die vertrekt dient eerst zijn redactie in te lichten, wat in de regel gebeurt met een persoonlijke mededeling op de werkvloer – een fijne herinnering aan de traditie dat een hoofdredacteur geen Olympische topman is maar een primus inter pares. Maar om te voorkomen dat de productie ontregeld raakt, of het nieuws uitlekt, kan zo’n mededeling pas worden gedaan als de krant naar de drukker is. Het eerste papieren bericht verscheen dus donderdagochtend, toen het al een half etmaal online stond.

Ook aan het digitale front: een lezer stoort zich aan de jonge online innovatie, het vermelden van „leestijd” bij artikelen (2 minuten, 3 minuten, 32 minuten, op basis van 300 woorden per minuut). Hij voelt zich verkleuterd: ,,Mag ik zelf bepalen wat ik lees en hoeveel tijd ik daaraan wil besteden? Goed werk lees ik graag, ongeacht de ‘leestijd’.’’

Zulke weerzin tegen betutteling is begrijpelijk nu mensen zich toch al steeds meer pionnen voelen van Google, Facebook, de CIA of China. Maar zo’n vaart loopt het hier nog niet, gelukkig. Die leestijd – bij sommige andere media allang te vinden – is een test die maar een (willekeurig) deel van de online bezoekers te zien krijgt, legt de chef Lezersdesk uit. Het gebeurt op verzoek van bezoekers die ongeveer willen weten hoeveel tijd ze nodig zullen hebben voor een stuk. Online is dat lastiger in te schatten dan op een krantenpagina, de meeste artikelen zijn (veel?) langer dan één scherm van pc, laptop, tablet of mobiele telefoon.

De chef Lezersdesk: „Leestijd vermelden biedt dan houvast: kan ik dit artikel uitlezen voordat mijn afspraak binnenkomt, of voor ik op een andere trein moet overstappen?” Ja, modern leven is planning, tenslotte. Overigens was ik zelf tergende minuten zoektijd kwijt naar die leestijd, voor het tot me doordrong dat ik niet in de testgroep zit en maar moet raden hoelang het lezen van een stuk duurt. Mijn bezoek zat toen al lang geïrriteerd haar nagels te bestuderen.

Kortom. Mocht deze innovatie standaard worden ingevoerd, dan kom ik er nog op terug.

Dan naar de inhoud. Opnieuw: veel duurzaamheid en klimaat. Een lezer valt over de omschrijving ‘milieubewust en kosmopolitisch’ die ze tegenkwam. Een tegenspraak, vindt zij: wie milieubewust is, vliegt niet kosmopolitisch de wereld rond. Ja, maar het gaat hier om een definitie-in-trefwoorden van een maatschappelijke klasse. Meestal polemisch gebruikt, dus mee oppassen.

Ook de autorubriek van Bas van Putten in het katern Leven trekt vuur. Een lezer schrijft: „De laatste acht automobielen die in NRC getest werden, kun je aanschaffen voor 48.240, 73.995, 250.915, 45.510, 42.326, 134.466, 68.945 en 152.632 euro, en tussendoor ook nog een Tesla van 69.700 euro. Zijn er geen goedkopere auto’s om te testen?’’

Dat pleidooi ondersteun ik graag, als zoon van een vader wiens mobiele carrière een opgaande lijn vertoonde van DAF 33 naar DAF 55. Bas van Putten laat me dit weten: „Auto’s zijn wanstaltig duur, dat is ook vaak mijn thema. De gemiddelde nieuwprijs van een auto ligt rond de 30.000 euro.” De auto’s die hij test (via de importeur) geven overigens een vertekend beeld omdat die alles erop en eraan hebben; de cataloguswaarde ligt lager. En nee, hij kijkt niet neer op goedkope auto’s. „Integendeel, ik probeer via de importeur al weken de goedkoopste auto van Nederland te testen, de Suzuki Celerio”. Tot nu toe kreeg hij nul op het rekest.

Waarom hééft NRC eigenlijk een autorubriek, wil een andere lezer weten, als de krant zich zo laat voorstaan op duurzaamheid? Het antwoord komt van de hoofdredactie: een testrubriek is een consumentenservice, zoals een film- of boekenrubriek lezers ook helpt een keus te bepalen. Akkoord, maar ook dat versterkt, zou ik zeggen, de behoefte aan meer betaalbare familiebakken in de rubriek, en geen overdaad aan fonkelende auto’s die eerder een object zijn van jongensdromen.

Nog meer duurzaamheid. Enkele lezers stoorden zich aan de „badinerende” berichtgeving over de scholierenstaking voor het klimaat, met name aan de kop Even een selfie, en dan snel de McDonalds in. Die suggereert dat het de jeugd niet menens is. De chef Binnenland verwerpt die kritiek, met een verwijzing naar de vele andere stukken waarin het scholierenprotest zeer serieus werd genomen of werd aangeprezen. In een vervolgstuk, Het engagement van jongeren deugt nooit, werd juist het ouderengebrom kritisch onder de loep genomen.

Nog wat koppenkritiek. Lezers namen aanstoot aan de kop IFFR: vrouwen kapen prijzen weg. Hoezo ‘wegkapen’? De kop is inmiddels online aangepast. Terecht, want we leven niet meer in een wereld waarin mannen prijzen ‘winnen’ en vrouwen ze ‘wegkapen’.

Tot slot een kritische noot van een lezer over twee recente bekeringsverhalen (tot de islam): dat van ex-PVV’er Joram van Klaveren en dat van Rabia Frank, die een boek over haar leven schreef. Zo kort na elkaar in de krant (twee dagen) wekt dat een „rare indruk”, vindt hij. Toeval natuurlijk, maar toch: wat je dan gaat missen, in een seculiere krant, is een duidend stuk over bekeringservaringen, religieus of ideologisch. Inclusief de duurzaamheid ervan, of de leestijd.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.