Opinie

Smikkelen

Marcel van Roosmalen

Het zijn soms kleine dingen. Gisteren zat ik in de trein tegenover een vrouw die als een vogeltje nootjes en besjes uit een papieren zak pikte. Hup daar ging dat handje weer, smak-smak-smak. Ze zette haar bril recht met de wijsvinger die daarna die zak weer in ging. Graai-graai, een roodharig besje dit keer. Ik probeerde te werken op mijn laptop, maar keek telkens verstoord op. Naar hoe die magere hand weer in die krakerige zak verdween. Daarna dat smakkende mondje.

En weer.

En weer.

Hup een slok water uit een thermoskan. Dit was niet gewoon snacken, maar een manier van leven.

Ik had op hetzelfde traject (Uitgeest–Amsterdam) ook al eens tegenover iemand gezeten die smakkend een bruine boterham met kaas en appelstroop tot zich nam. Ik had die rit hap voor hap uitgezeten, maar dit was de bodem. Ik vind een bruine boterham met kaas en appelstroop geen feest, maar ik kan het me voorstellen.

Daar ging die hand weer.

Twee nootjes in een keer, ze duwde ze een voor een dat mondje in.

Kwam het door Giel Beelen dat ik me hier zo aan ergerde? Elke keer als je die jongen was vergeten haalde hij het nieuws. Nu had hij zichzelf uitgeteerd met een dieet van water en noten. Net als in het glazen huis destijds, maar nu nog heftiger. Het goede doel was dit keer een sixpack. Als je het als bekende Nederlander niet meer weet kun je altijd nog een sixpack nemen en ons ongevraagd meenemen op de reis ernaartoe.

Deze vrouw had ook zo’n uitgeteerd Giel-hoofd, was het misschien een tante? Ze vouwde een Volkskrant van drie dagen oud open, waardoor de zak uit het zicht verdween. Ik zag alleen nog maar dat malende bekje boven die oude krant.

Alle zitplaatsen waren bezet, verzitten ging niet.

Ik wilde me er niet aan storen, maar het ging maar door. Mijn moeder vertelde me ooit het verhaal dat ze aan een man in een wachtkamer die met zijn voet tegen een radiator tikte had gevraagd om op te houden.

Die man zei: „Nee, dat gaat niet.”

Die nederlaag ging ik niet lijden, bovendien kun je niet aan iemand vragen of ze op wil houden met peuzelen.

Toen ik dit schreef vond ik ‘smikkelen’ een nog beter woord dan ‘peuzelen’.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.