Recensie

De Partizanen op hun best als ze cabaret over cabaret maken

Cabaret Het cabaretduo De Partizanen is gespecialiseerd in dialoogjes waarin logica en verbeelding vindingrijk in botsing komen. Bijvoorbeeld over een accelererende inspraakavond, of een seksist die zich miskend voelt.

Thomas Gast en Merijn Scholten van De Partizanen.
Thomas Gast en Merijn Scholten van De Partizanen. Foto Roger Cremers

Merijn Scholten interviewt Thomas Gast over diens artistieke verleden, toen Gast nog een duo vormde met een zekere Scholten. En dat duo speelde, circa twintig jaar geleden, onder de naam De Partizanen. Als interviewer slaat Scholten een slome toon aan, terwijl hij voortdurend in de documentatie bladert die een stagiaire voor hem heeft verzameld – hoofdzakelijk, zo te horen, prints van Wikipedia. Gast is weliswaar geen Vlaming, maar hij beantwoordt de vragen in het Vlaams. Die tongval valt nu eenmaal danig in de smaak bij het Nederlandse cabaretpubliek.

In werkelijkheid treden Thomas Gast en Merijn Scholten nog maar een jaar of zeven op als De Partizanen. Ze zijn gespecialiseerd in dialoogjes waarin logica en verbeelding verrassend vindingrijk met elkaar in botsing komen. Dat talkshow-interview, waarin ze terugkijken op een samenwerking die in werkelijkheid nog volop voortduurt, is daarvan een treffend voorbeeld. Het biedt bovendien een bruikbare context om een onsamenhangende reeks andere scènetjes toch de suggestie van samenhang te geven.

De Partizanen, die vorig seizoen de wekelijkse afsluiting van DWDD verzorgden, vertonen ook in hun derde theaterprogramma, opnieuw geregisseerd door Floris van Delft, een rijk repertoire van idiotie. De voorstelling bevat spannende scènes over een accelererende inspraakavond, een seksist die zich miskend voelt, en een racist die denkt redelijk te kunnen redeneren: „Breakdance is natuurlijk wel wat anders dan het aanleggen van een complete infrastructuur.”

Maar ook in Het leven an sich is niet alles even raak. Sommige scènetjes zijn alleen maar een heel klein beetje gek – en verder niets. Een bakker die in een bakkerswinkel een tutu aantrekt, heeft niets te beduiden. En een lied over burn-outs „volksvijand nummer 1”, evenmin. Op hun best zijn Gast en Scholten als ze cabaret over cabaret maken. Meta-cabaret, zeg maar.