Óf die race komt in Zandvoort, óf het blijft langer dromen

Formule 1 Een nieuwe Formule 1-race in Nederland lijkt een reële mogelijkheid. Zandvoort heeft de voorkeur, maar de begroting moet snel op orde komen. „Als morgen de handtekening is gezet, zijn de hotels en pensions volgeboekt.”

De Oostenrijker Niki Lauda in zijn McLaren tijdens de Grote Prijs van Nederland in 1985. Hij werd de laatste winnaar in de Zandvoortse duinen. De kans bestaat dat de Formule 1 er 35 jaar later terugkeert.
De Oostenrijker Niki Lauda in zijn McLaren tijdens de Grote Prijs van Nederland in 1985. Hij werd de laatste winnaar in de Zandvoortse duinen. De kans bestaat dat de Formule 1 er 35 jaar later terugkeert. Foto Paul Vreeker/ANP

Verweesde taluds, desolate trainingssessies, schrale voorverkoop. Op zondag slechts enkele tienduizenden racefans, voornamelijk Duitsers en Engelsen, in het helmgras.

In de zomer van 1985 komt Zandvoort tot stilstand. Het is de laatste duinenrace in de Formule 1, de dertigste officiële editie van de Grote Prijs van Nederland. Een afscheid in stijl: de badplaats is deze zomer verwaaid en verregend, verveloos en verveeld: een verloren seizoen voor pensions en strandtenten. Aan Zimmer frei geen gebrek.

Aan de racerij ligt het dan niet. Met hun ideale racelijnen signeren grote namen hun handtekening in het asfalt: Niki Lauda, Ayrton Senna, Alain Prost, Nigel Mansell. De eerste wint maar als de laatste bolide de deur uit is, blijft Zandvoort achter met een rijke historie en een lege kas. Het circuit gaat failliet, de fiscus zwengelt het bankroet aan. Van racetempel tot raceruïne.

In die dagen is de badplaats veel te klein voor een wereldsport. De grand prix mist ‘draagvlak’, het zijn jaren van economische stagnatie in Nederland. Geen geschikte tijd voor een sport die geld uitgeven tot kunst heeft verheven. Elders in de wereld weten ze daar wel raad mee; racepaus Bernie Ecclestone brengt Formule 1 naar de uithoeken van geld en macht. Nieuwe circuits met faciliteiten om van te likkebaarden. Zandvoort blijft achter, de Britse miljardair paste de verliezen de laatste jaren zelf bij.

In 1985 zelfs geen vrijkaartjes meer voor de vips uit de lokale politiek. „Ecclestone gelooft nu eenmaal in miljoenen, niet in kleine luiden”, sneert de Zandvoortse Koerant. In de kolommen klinkt chagrijn onder de Zandvoorters over de herrie van de baan. En er is misschien verzadiging onder de fans: 34 grote prijzen in de historie van Zandvoort, sinds 1952 om het wereldkampioenschap. Maar geen eigen helden.

Geslaagde renaissance

In 2019, 34 jaar na het bankroet, leeft de hoop op een grand prix in Zandvoort naar een climax. Over dik een maand valt de beslissing. Tot 31 maart krijgt het circuit de tijd om de begroting rond te krijgen. Er wordt gerekend, gelobbyd en gespeculeerd. Waar haalt Zandvoort het geld vandaan? Een fee van twintig miljoen euro om de snelste race te wereld te mogen organiseren. En dan vijf jaar achter elkaar, dat wil de organisatie van Formule 1 eenmaal: opgeteld 100 miljoen euro.

Ook voor de investeringen in het circuit zijn miljoenen nodig. Geen blinkende racetempel als het circuit van Abu Dhabi, dat een miljard dollar heeft gekost, maar een hoofdtribune met 2.700 zitplaatsen, en met verweerde stacaravans als skyline. Geen hotspot voor geld en glamour, maar gezinsvertier met ‘een dagje Zandvoort’.

Lees ook: de zin en onzin van de Formule1-testen in Barcelona

Het circuit is in de jaren negentig opgeleefd. Altijd zwarte cijfers getoond, zegt de directie. Er zijn geluidsschermen, een verbouwde pits. Internationale race-evenementen en race experiences voor liefhebbers, bedrijfsuitjes. Een geslaagde renaissance van vroeger tijden met de jaarlijkse Historische Zandvoort Trophy. Maar ook moeilijke jaren tijdens de financiële crisis.

Zandvoort is ver achtergebleven bij concurrent Assen, dat sinds het einde van de jaren negentig zeventig miljoen euro heeft geïnvesteerd met dank aan de provincie Drenthe en de gemeente Assen, die samen miljoenen subsidie hebben gegeven voor „een grondige kwaliteitsimpuls”.

Volgens voormalig Formule 1-coureur Jan Lammers is Zandvoort „een prachtig circuit, zeker als je de winst- en verliesrekening ziet. „Er wordt hier geld verdiend zonder één euro subsidie. Een van de best draaiende circuits van Europa. Maar oké, het kan een verfje gebruiken.” Lammers noemt zichzelf de „spontaan benoemde ambassadeur” van de grand prix in Zandvoort. Hij is er geboren, heeft er gereden en is de enige Formule 1-coureur uit de plaats. Lammers is beoogd sportief directeur van de Dutch GP op Zandvoort.

Zijn goede bekende prins Bernhard van Oranje schrikt niet snel van bedragen. Nadat hij in 2016 het circuit heeft gekocht, oppert hij al snel de terugkeer van de Formule 1. Goed voor de ‘hele bv Nederland’: internationale exposure, omzetten. Maar vooral geweldig voor Zandvoort, thuiscircuit van Max Verstappen.

Het is Verstappen die met zijn opmars datzelfde jaar in de Formule 1 de droom van een grand prix voedt. „De enige reden dat wij überhaupt over een grand prix spreken, komt uitsluitend door het fenomenale succes van Max Verstappen”, zegt race-expert Mark Koense. Hij publiceerde een lijvig boek over de historie van de Zandvoortse grand prix. „Het kan genoeg zijn, maar het kan ook een te smalle basis blijken te zijn.”

Assen staat klaar

Als Zandvoort niet kan leveren, komen andere circuits aan de beurt. Kandidaten genoeg, weet de eigenaar van Formule 1, het Amerikaanse concern Liberty Media. Assen staat te trappelen. Het Drentse TT-circuit zegt er helemaal klaar voor te zijn. Eerste reserve, zelfbenoemd in de publiciteit. Maar Zandvoort staat op „poleposition” , geeft Assen toe. „Als zij het contract tekenen, kan het evenement daar in 2020 worden verreden. Als dat niet lukt, staan wij klaar”, zegt de Assense racepromotor Lee van Dam.

‘Klaar’ is de samenvatting van een modern motorcircuit met de langste tribune van Europa en in totaal zestigduizend tribuneplaatsen, grote parkeerplaatsen bij het circuit, decennialange ervaring met een andere grote race, de TT, en steun van de politieke bolwerken in het noorden. Ook Assen heeft met Formule 1 gesprekken op „niveau”, veel complimenten gekregen ook en officiële keuringen doorlopen. Voor Formula One Management (FOM) een aangename verrassing, dat circuit daar in het Noorden van het Nederland.

Essen? Essen?” Sean Bratches, commercieel directeur van de FOM, had nog nooit van de Drentse plaats gehoord.

Ook Charlie Whiting, racedirecteur van de internationale automobielfederatie FIA, geeft Assen een positief rapport. De Duitse architect Herman Tilke, ontwerper van de meeste F1-circuits in de wereld, eveneens. En die twintig miljoen euro fee? 125.000 bezoekers over drie dagen die gemiddeld 200 euro betalen; het zou de TT ruimschoots overtreffen. Voor verlengen van de pitboxen en andere aanpassingen moet nog zes tot acht miljoen worden geïnvesteerd. Door de overheid, want die zijn in de visie van de Assenaren verantwoordelijk voor accommodatiebeleid; de provincie heeft miljoenen in de modernisering van het circuit gestoken. Investeerders – vooral Britten – zouden garant staan voor de eventuele (aanloop) verliezen.

Bijna helemaal klaar dus, maar toch mag Zandvoort het proberen. Met de „ongelofelijke Nederlandse F1-fans is Nederland, en met name Zandvoort, een locatie die we graag aan onze kalender willen toevoegen”, schrijft Formule 1-ceo Chase Carey in oktober aan de directie van Zandvoort. In een bijzin stelt Carey dat er ook belangstelling is van Assen, „wat we waarderen”.

De eerste brief

Eigenlijk is er helemaal geen tweestrijd geweest met Assen, zeggen ze in Zandvoort. Het is Zandvoort of helemaal geen grand prix. Of zoals Jan Lammers zegt: „Assen is een ‘hero in his own mind’. Het is Assen zelf dat zijn kandidatuur proclameert, maar er is er geen enkele officiële bevestiging van die status.

Zandvoort heeft die wel: de eerste brief van Chase Carey en een tweede brief van 13 december, waarin staat dat Zandvoort tot 31 maart exclusief de kans krijgt om met een plan te komen. Lukt dat niet, dan komen „andere steden en regio’s elders in de wereld” aan de beurt.

De Amerikanen willen geld verdienen, maar anders dan Bernie Ecclestone. Het gaat het mediabedrijf om de ‘totale beleving’ van het racespectakel: bijzondere circuits, zoals de straten van Hanoi waar volgend jaar een grand prix wordt verreden. Omzoomd met shows en wereldacts. Geen snelle deals met oliedollars voor de cashflow en circuits zonder achterland, zoals met Ecclestone. Digitale platformen, nieuwe fans, andere bolides, meer strijd.

Voorlopig gaan de inkomsten van tv-rechten, sponsoring en marketing naar FOM en moeten de circuits het vooral van de kaartverkoop hebben. Ongeveer 1,6 miljard euro gaat in de sport om, een substantieel deel gaat naar prijzengeld voor de teams, Ferrari voorop.

Zandvoort rust op de historie van de autosport, het gaat de Amerikanen ook om de nalatenschap: het oude racecontinent Europa mag niet versukkelen. Een unieke ligging in de duinen aan zee, de plaatjes zullen de hele wereld overgaan. Amsterdam vlak in de buurt. Zandvoort? Nee beter, Amsterdam Beach. Aantrekkelijke propositie voor sponsors,

Heineken is hoofdsponsor van een aantal Formule 1-races en strategisch partner van Circuit Zandvoort, het ‘hart van de autosport in Nederland’ en dus belangrijk om de Formule 1 in Nederland te activeren.

Hoewel Heineken-topman Gianluca Di Tondo tegen Motorsport.com de verwachtingen tempert: „We gaan Zandvoort niet helpen om een grand prix Nederland binnen te halen.” Vanuit Den Haag ook geen subsidie. „Wees effe stoer en los dat zelf op”, zei premier Mark Rutte eind vorig jaar al. Financiële steun van de overheid is volgens Zandvoort een voorwaarde van de Formule 1-organisatie. Sportminister Bruno Bruins beloofde begin deze maand wel steun in de vorm van onder meer veiligheidsmaatregelen en vergunningen.

De tijd dringt, volgens publicaties zou de Dutch GP op 3 mei 2020 op de agenda staan. En over vijf weken is een handtekening nodig. Jan Lammers relativeert de bezwaren over de kosten. Geen grote investeringen in permanente tribunes, maar tijdelijke stoeltjes zoals bij (semi-)stratencircuits als Melbourne en Monaco. Vijf tot tien miljoen voor het circuit; de baan heeft altijd zijn Formule 1-status gehouden, alleen de pitboxen moeten worden verlengd. Lammers: „Het begint met het creëren van een deal. Als morgen de handtekening is gezet, zijn de hotels en de pensions volgeboekt. Je moet met een sluitende begroting beginnen, ander wordt het een tijdbom.”

Volgens onderzoeksbureau Decisio zijn er 125.000 toeschouwers nodig om quitte te draaien. Maar wat als ‘Max-mania’ ineens is uitgeraasd? Lammers: „Bernard is niet iemand die verliesgevende deals aangaat.”