Nee nee, zo hoort een vrouw dat niet te zeggen!

Taalkunde In één op de honderd talen spreken mannen en vrouwen wezenlijk verschillende varianten: ‘genderlects’. Ze hebben andere woorden voor dezelfde alledaagse dingen. Hoe dat komt? Soms ligt er een slachtpartij aan ten grondslag.

Illustratie MATMATMAT

Peter Bakker vertelt een anekdote, over een Franse taalkundige die veldwerk deed in Bolivia. „Ze vroeg aan een man hoe je bepaalde dingen zei in de lokale, Indiaanse taal. Hij gaf haar de juiste zinnen. Zij herhaalde die. Waarop hij telkens zei: nee nee, dat is verkeerd! Jij bent een vrouw, jij moet het zó zeggen… Waarna hij de vrouwelijke variant gaf.”

Wereldwijd komt dat niet zo heel veel voor. Hoewel. De Nederlandse taalonderzoeker Peter Bakker, werkzaam aan de Universiteit van Aarhus (Denemarken), heeft inmiddels samen met zijn Franse collega Françoise Rose van de universiteit van Lyon een lijst samengesteld van meer dan honderd talen (ruim 1 procent van alle talen) die ‘genderlects’ hebben: de variant die de vrouwen spreken verschilt daarin wezenlijk van de variant die mannen spreken. Sommige klanken worden anders uitgesproken. Of sommige woorden zijn anders. Soms is er zelfs een verschil in grammatica.

Ook anders gekleed

Bakker hield er onlangs een lezing over, bij de Universiteit van Amsterdam. „Het is zo merkwaardig”, zegt hij een paar dagen later, in een café. „Waarom zouden mannen en vrouwen anders spreken? Dat is helemaal niet efficiënt.”

Is het wel zo vreemd? Mannen en vrouwen kleden zich ook anders. Misschien hebben ze in sommige culturen ook de behoefte om zich als het ware in een mannelijk of vrouwelijk getinte taalvariant te kleden? Bakker: „Natuurlijk zijn er samenlevingen waar mannen en vrouwen verschillende bezigheden hebben, andere rollen vervullen, voor een deel gescheiden van elkaar leven. Bijvoorbeeld, de mannen jagen, de vrouwen zitten thuis. Of: meisjes en vrouwen in de vruchtbare leeftijd leven iedere maand een week lang afgescheiden van de rest omdat ze menstrueren. Maar ik heb geen enkele correlatie kunnen vinden tussen dat soort dingen en het verschijnsel van de genderlects.”

Het woord ‘genderlect’ heeft Bakker er zelf voor bedacht, naar analogie van de woorden ‘dialect’, ‘sociolect’ (de taalvariant van een sociale groep) en ‘etnolect’ (van een etnische groep).

Vrijwel altijd kleine talen

Uit de lijst van honderd talen die dit hebben, komt het volgende beeld naar boven. Het komt in heel de wereld voor, maar vooral in Noord- en Zuid-Amerika. En: het gaat vrijwel altijd om kleine talen, met een paar duizend of een paar honderd sprekers.

Bakker is niet eens zo heel erg geïnteresseerd in wat nu precies de functie van die genderlects is. Hij wil vooral begrijpen hoe het verschijnsel ooit ontstaan is. Maar voordat we het daarover gaan hebben, eerst even de vraag: om wat voor verschillen gaat het in die genderlects?

Waar het in ieder geval níét om gaat: dat sommige woorden vaker door vrouwen gebruikt worden en andere vaker door mannen. Dat soort verschillen vind je overal, ook in West-Europa, en ook in het Nederlands. Waar het evenmin om gaat: dat als een man in (bijvoorbeeld) het Spaans zegt dat hij moe is, hij de mannelijke vorm van het woord ‘moe’ gebruikt (cansado), terwijl een vrouw dan de vrouwelijke vorm gebruikt (cansada). Ook dat is niks bijzonders.

Een ‘sajkok’ of een ‘tsajkok’

Waar gaat het dan wel om? Om dit soort dingen bijvoorbeeld: dat er in een Midden-Amerikaanse taal door vrouwen ‘ayí’ (ja) gezegd wordt, en door mannen ‘ayé’. Dat in de Siberische taal Tsjoektsjie een man een theepot een ‘sajkok’ noemt, terwijl een vrouw ‘tsajkok’ zegt. Een mug is voor die man een ‘mren’, en voor de vrouw een ‘mtsen’. En zo zijn er in die taal nog veel meer uitspraakverschillen in vrij alledaagse woorden.

Lees ook: Dame of heer, dat zeg je niet meer

In de Nigeriaanse taal Ubang hebben mannen en vrouwen totaal andere woorden voor heel alledaagse zaken als: een hond, een boom, water, kleren, struiken, een geit. Een man noemt een hond een ‘aboe’. Een vrouw zegt: ‘okwakwe’. Een boom is voor een man een ‘kietsjie’, voor een vrouw een ‘okweng’.

In sommige talen met genderlects verschillen ook de persoonlijke voornaamwoorden (ik, hij, zij, etc.) of de aanwijzende voornaamwoorden (deze, die) van elkaar. En soms – maar dat komt niet zo heel veel voor – heeft de mannenvariant andere werkwoordsuitgangen dan de vrouwenvariant.

Politieagent of rechter

Wat gebeurt er als een vrouw de mannenvariant gebruikt? Bakker: „Dat is onderzocht bij sprekers van het Lakota, een taal in de VS. Het kan tot verwarring leiden. Als een vrouw de mannenvariant spreekt, vraagt men zich af: zou ze misschien lesbisch zijn? Maar als een vrouwelijke politieagent of rechter zich bedient van de mannelijke Lakota-variant vindt men dat vrij normaal. Want het straalt gezag uit.”

Wat gebeurt er als er nog maar één overlevende is van zo’n taal met mannen- en vrouwenvarianten? „Daar is een heel mooi voorbeeld van”, zegt Bakker. „Een beroemde indiaan, die Ishi heette. Er is een boek over hem geschreven.” De Amerikaanse antropoloog Theodora Kroeber (1897-1979) publiceerde Ishi in Two Worlds in 1961; het werd twee keer verfilmd. „Ishi behoorde tot een kleine groep Indianen in Californië. Iedereen was dood, hij was nog de enige spreker van het Yahi. De Amerikaanse taalkundigen Alfred Kroeber en Edward Sapir hebben die taal via hem bestudeerd. Als Ishi een verhaal vertelde en daarin een vrouw opvoerde en die vrouw liet spreken, verschenen er opeens andere woorden en andere klanken in zijn zinnen. Omdat hij zo’n vrouw in de vrouwenvariant liet spreken.” Het is bij dit soort talen eigenlijk altijd zo dat de mannen de vrouwenvariant actief beheersen, en andersom.

Doven en doden

Terug naar wat voor Bakker de hamvraag is: hoe ontstaan genderlects? Van minstens twee gevallen is de ontstaansgeschiedenis goed gedocumenteerd. In Ierland hadden doven een eeuw lang een gebarentaal met genderlects. Mannen en vrouwen hadden voor allerlei begrippen (kat, maandag, nacht, rood, dragen, etc.) heel andere gebaren. Hoe dat kwam, was geen mysterie. In het katholieke Ierland waren er gescheiden scholen voor dove jongens en dove meisjes. Op elke school ontstond een andere variant van de gebarentaal. Als daarna, zoals veel gebeurt, twee doven met elkaar trouwden, pasten de vrouwen hun gebaren aan de gebaren van de man aan. Maar onder elkaar bleven ze lange tijd de vrouwenvariant gebruiken.

Het tweede geval, een taal met genderlects waarvan de geschiedenis ook min of meer bekend is, is veel spectaculairder. Het Island Carib is een inheemse taal die ooit gesproken werd op de Bovenwindse Eilanden in het Caribisch Gebied. Bakker: „Meer dan duizend jaar geleden werden die eilanden gekoloniseerd door Arawaks. Later, een paar eeuwen voordat Columbus arriveerde, hebben Carib-krijgers, waarschijnlijk vanuit Suriname of Frans-Guyana, die eilanden veroverd. Volgens de orale traditie zijn alle Arawak-mannen toen door die Carib-mannen vermoord. Vervolgens hebben zich paren gevormd, waarvan de vrouwen een Arawak-taal spraken en de mannen een Carib-taal. Toen de taal van die eilanden rond 1650 werd beschreven, bleek dat de mannen een taalvariant spraken die de grammaticale structuur had van een Arawak-taal, maar de woorden kwamen vooral uit het Carib.”

Paar dozijn woorden

Dat is helemaal volgens de boekjes. Als mannen die van huis uit taal M spreken, op grote schaal met vrouwen trouwen die taal V spreken, dan ontstaat er soms, in de loop van een paar generaties, een ‘mengtaal’ die de grammatica van V combineert met de woordenschat van M. Er zijn ongeveer twintig talen bekend waarin dat zo gegaan is – allemaal kleine talen, zoals het Media Lengua uit de Andes en het Michif uit Canada.

Zo ook op de Bovenwindse Eilanden: de mannen spraken daar als het ware de taal van de vrouwen (Arawak) met daarin erg veel woorden uit ‘hun eigen taal’ (Carib). De vrouwen spraken onder elkaar nog steeds Arawak. In de twintigste eeuw werden bij de nakomelingen van deze groep en hun taal (het Garifuna) nog steeds twee genderlecten vastgesteld, alleen was het verschil in woordenschat nu gekrompen tot nog maar een paar dozijn woorden die verschilden. In de 21ste eeuw is dat verschil verder afgenomen, het gaat nu nog maar om een kleine tien woorden.

Zo lijkt het meestal te gaan met die genderlects: in de loop der tijd kruipen de mannenvariant en de vrouwenvariant weer langzaam naar elkaar toe. Dat kan eeuwen duren. Bakker: „Als de mannen eenmaal anders spreken dan de vrouwen, is de kans groot dat de kinderen dat in de puberteit overnemen. En hun kinderen ook weer.” Zo kan dat verschil generaties lang, en zelfs eeuwen lang, blijven bestaan. „Die mensen woonden in kleine dorpen. Daar is het meestal zo dat de kinderen gezamenlijk opgevoed worden. Ze horen echt niet alleen hun moeder. Ze merken voortdurend: o, de mannen spreken anders dan de vrouwen. Op een gegeven moment komt er een tijdstip dat er van ze verwacht wordt dat ze zich zelf ook als een man of als een vrouw gaan gedragen. En dan gaan ze ook als een man of vrouw spreken: in het juiste genderlect.”

Enorme slachtpartij

Als genderlects het gevolg zijn van systematisch gemengd huwen, hoeft daar niet altijd een enorme slachtpartij aan ten grondslag te liggen. „Het is niet ongebruikelijk in de wereld dat vrouwen die één taal spreken, een huwelijkspartner vinden die een andere taal spreekt, of een ander dialect, en dat op grote schaal. Dat vind je in stam-gebieden. Maar dat had je ook, een beroemd voorbeeld dichtbij huis, in Oostenrijk.” Hongaars spreken werd daar geassocieerd met het harde boerenleven, legt hij uit, en veel vrouwen hadden daar geen zin in. „Die trouwden met mensen van buiten de gemeenschap, en die spraken Duits. Dus de vrouwen gingen meer Duits spreken terwijl de mannen, meer aangetrokken door het boerenleven, langer Hongaars bleven spreken.”

Een ander bekend voorbeeld van exogamie (buiten je gemeenschap trouwen) doet zich voor in de Vaupes-vallei in Colombia. Bij de lokale inheemse stammen hanteert men de regel dat je alleen mag trouwen met een partner die een andere taal spreekt dan jij.

Op het eiland Ngatik spreken mannen een soort geheime taal, een mix van Engels en Polynesisch

Maar slachtpartijen die tot gemengde huwelijken leiden, met alle taalkundige gevolgen van dien, komen dus ook regelmatig voor. Nog een beroemd voorbeeld daarvan is het eiland Ngatik, in de Stille Oceaan. In 1836 werden de lokale mannen er vermoord door de bemanning van een Engels schip. Die bemanning bleef op het eiland en verwekte kinderen bij de lokale vrouwen. „Daar hebben we een taal die alleen door mannen gesproken wordt, onder elkaar, als een geheime taal, een mix van Engels en Polynesisch.”

Een ander tot de verbeelding sprekend geval is het Tengger, een taal die gesproken wordt in een afgelegen, bergachtig deel van Java. Die taal heeft ook genderlecten, maar dan in minimale vorm. Er is tussen de vrouwen- en de mannenvariant maar één woord verschil. Het woord voor ‘ik’: vrouwen zeggen ‘ingsun’, mannen ‘reang’. Ook hier zou, volgens de orale traditie, ooit een invasie zijn geweest van andere mannen die de mannen daar vermoord of verdreven zouden hebben. Dat ene woordje verschil tussen mannen en vrouwen zou het enige restant kunnen zijn van een veel groter genderlect-verschil in het verleden, en daarmee een klein taalkundig restant van een extreem dramatische gebeurtenis die daar eeuwen geleden heeft plaatsgevonden.

Lees over gender in taal: Zo ziet genderneutrale taal in Europa eruit