Meer gezinnen mogen sociale woning huren

Woningmarkt Gezinnen met een inkomen net boven de grens van 38.000 euro komen straks ook in aanmerking voor een sociale huurwoning. Andere woningen kunnen ze nu niet betalen.

Huurwoningen in Gouda. Straks komen meer gezinnen in aanmerking voor een sociale sectorwoning.
Huurwoningen in Gouda. Straks komen meer gezinnen in aanmerking voor een sociale sectorwoning. Foto Toussaint Kluiters / ANP

Gezinnen die net te veel verdienen voor een sociale huurwoning moeten daar toch voor in aanmerking komen. Dat is het belangrijkste voorstel van een pakket maatregelen die minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) wil nemen om de problemen op de huurmarkt aan te pakken.

Nu ligt de inkomensgrens voor de sociale huursector – met huren tot 720 euro per maand - op 38.000 euro. Verdient iemand meer, dan moet een woning in de vrije sector worden gehuurd. Maar volgens Ollongren, schrijft ze in een brief aan de Tweede Kamer, kunnen meerpersoonshuishoudens met een inkomen net boven de grens huren in de vrije sector niet betalen.

Daarom wil ze de inkomensgrens voor de sociale sector voortaan laten afhangen van de samenstelling van het huishouden. Voor een huishouden met meer dan één persoon komt die grens hoger te liggen.

Voor gezinnen met lage middeninkomens (tussen de 38.000 en 52.500 euro per jaar) wordt zo een betaalbare huurwoning mogelijk, maar de vraag is of die voorhanden zijn. In de sociale sector is een tekort van 92.000 huurwoningen, bleek onlangs uit een rapport van adviesbureau Capital Value en ABF Research. Uit onderzoek van RTL Nieuws bleek in november vorig jaar dat huizenzoekers gemiddeld negen jaar op een wachtlijst staan voor een sociale huurwoning.

De druk op de sociale sector lijkt met het verhogen van de inkomensgrens voor gezinnen nog hoger te worden. „Klopt”, zegt een woordvoerder van corporatiekoepel Aedes. De koepel pleit daarom voor een verhoging van de huurgrens van 720 naar 900 euro. „Dan kunnen wij ook in die prijscategorie gaan bouwen. Verbreding van de doelgroep moet samengaan met verbreding van het woningaanbod.”

Sociaal Huurakkoord

Ollongren maakte verder bekend dat de huren in de sociale sector jaarlijks gemiddeld niet meer mogen stijgen dan de inflatie. Die maatregel is overgenomen uit het Sociaal Huurakkoord, dat corporatiekoepel Aedes en huurdersvereniging Woonbond in december sloten. Uit dat akkoord neemt de minister ook over dat huurders niet meer mogen gaan betalen omdat corporaties hun woningvoorraad moeten verduurzamen. De lagere energielasten moeten de hogere huren die corporaties hiervoor vragen altijd compenseren, schrijft Ollongren.

De minister heeft ook oog voor de gevolgen van de stijgende huizenprijzen. De meestijgende WOZ-waarde, die meetelt bij het vaststellen van de maximale huurprijzen in de sociale sector, zorgt ervoor dat de huur van huizen in de sociale sector in handen van particulieren in met name de grote steden boven de 720 euro uitkomt. Omdat er dan geen sprake meer is van regulering worden deze woningen vervolgens direct duur verhuurd. Om dit fenomeen te beteugelen overweegt Ollongren het aandeel van de WOZ-waarde bij het vaststellen van de huurprijzen te beperken tot maximaal eenderde.

Noodknop voor vrije sector

Om het aantal betaalbare huurwoningen in de vrije sector – zogeheten middenhuurwoningen met een maandhuur tussen de 720 en 1.000 euro – te vergroten, krijgen corporaties meer ruimte om dit type huizen te bouwen en gaat de minister de invoering van de noodknop – een tijdelijke maatregel die de huren in de vrije sector moet reguleren in oververhitte regio’s – verder uitwerken.

Lees hier waarom corporaties weinig middenhuurwoningen bouwen

Beide maatregelen had de minister in een eerder stadium al aangekondigd. Aan middenhuurwoningen is de komende vijf jaar een gebrek van 75.000 tot 100.000 huizen, bleek vorig jaar uit een rapport van onderzoeksbureau Stec Groep.

Hoewel de minister in haar Kamerbrief spreekt van „meer mogelijkheden voor lokale invulling”, zijn Aedes en de Woonbond teleurgesteld, schrijven ze in een reactie. Volgens hen biedt de minister te weinig ruimte om daadwerkelijk lokale regelgeving mogelijk te maken. Ollongren schrijft wel bereid te zijn „het wettelijk differentiëren van huur- en inkomensgrenzen naar regio of gemeente” te willen onderzoeken, maar „zet vraagtekens bij de effectiviteit en noodzaak”.

Evaluatie Woningwet

De maatregelen van Ollongren horen bij een evaluatie van de wijzigingen van de Woningwet die in 2015 zijn doorgevoerd. Doel was destijds om corporaties te dwingen zich uitsluitend bezig te houden met de sociale sector, na financiële debacles met onder meer Vestia en wangedrag van corporatiebestuurders. Dat doel is behaald, stelt de minister nu, „en betrokken partijen vinden het goed dat de herziening er is gekomen”. Wel is sommige regelgeving zo gedetailleerd opgesteld dat „het corporaties onbedoeld belemmert met de uitoefening van hun taken”, schrijft Ollongren. Daarom wil ze de Woningwet verder gaan vereenvoudigen.