In Zeist weten ze: de discussie over de arbitrage is eeuwig

VAR De videoscheidsrechter moet zijn collega’s op het veld behoeden voor overduidelijke fouten, maar de praktijk is weerbarstiger. Het 228 pagina’s tellende spelregelboek biedt nou eenmaal voldoende ruimte voor interpretatie.

Boven: Damir Skomina bekijkt de 1-0 van Ajax tegen Real Madrid en zal de goal afkeuren. Onder: Serdar Gözübüyük bij het scherm tijdens Ajax-sc Heerenveen.
Boven: Damir Skomina bekijkt de 1-0 van Ajax tegen Real Madrid en zal de goal afkeuren. Onder: Serdar Gözübüyük bij het scherm tijdens Ajax-sc Heerenveen. Foto’s Olaf Kraak/ANP en Tom Bode

Eens waren scheidsrechters gewoon figuranten. Mannen op wie de camera’s niet waren gericht maar die simpelweg óók in beeld kwamen. Hoe minder, hoe beter ze hun werk hadden gedaan.

Uitgescholden werden ze allemaal, maar voornamelijk in het stadion, in hun gezicht. Van Twitter-liquidaties of vinnige talkshowcommentaren hadden ze geen last. Eventuele wanklanken over hun optredens beperkten zich tot commentaar in de maandagse sportbijlagen, als ze zelf weer aan het werk waren gegaan. Ruud Bossen was dan al de deur uit om nieuwe ramen te plaatsen, René Temmink om Suzuki’s te verkopen en Roelof Luinge om naar onregelmatigheden te speuren namens de Belastingdienst.

Het vak van de voetbalscheidsrechter was voor hen een veel overzichtelijkere roeping dan het voor al hun opvolgers is.

Want het gaat vaak over de arbitrage. Misschien wel meer dan ooit. We bediscussiëren, betwijfelen, betwisten, beoordelen, becommentariëren en brandden af. Wie dacht dat de invoering van de video assistent referee (VAR) de eeuwige discussie over arbitrage zou doen verstommen, komt bedrogen uit.

De rol van de scheidsrechter in het voetbal is in wezen nog dezelfde, maar is uitvergroot in een wereld die onder het vergrootglas van de media ligt. De scheidsrechter is een man die op eieren loopt, een eenling die geen misstap is gegund.

Er heerst namelijk het beeld dat de VAR hun misstappen zou uitbannen. En deels klopt dat ook. Vanachter een rij beeldschermen op het KNVB-hoofdkwartier in Zeist, behoedt de VAR zijn collega in het stadion voor zogenoemde „clear errors”: 1) Wel of geen doelpunt door hands, buitenspel of andere overtreding; 2) Niet of onterecht gegeven strafschop; 3) Niet of onterecht gegeven directe rode kaart; 4) Identiteitsvergissing bij het geven van een gele of rode kaart.

Klinkt overzichtelijk, maar de praktijk is weerbarstiger. Wekelijks heerst verwarring in de praatprogramma’s die de temperatuur in de voetbalwereld bepalen. De ene keer zegt Pierre van Hooijdonk weinig van het systeem te begrijpen, de andere keer is het Dick Advocaat, Johan Derksen, René van der Gijp, Willem van Hanegem, Wim Kieft, Jack van Gelder of Mario van der Ende, ooit zelf scheidsrechter, nu arbitragerecensent op Twitter.

Zo sprak Van der Ende onlangs van „een nieuwe aflevering van Bananasplit” toen scheidsrechter Pol van Boekel over Reinold Wiedemeijer zei dat die „er al een tijdje uit was”. Wiedemeijer had op tv gezegd dat hij vond dat Van Boekel twee penalty’s had moeten geven bij FC Utrecht-PSV. Van Boekel vond van niet.

Lees ook: Transparantie rond de VAR zorgt voor meer sentiment.

Kwestie van interpretatie

Zulke kwesties zijn er wekelijks. Waarom volgt de ene scheidsrechter de VAR wel en de ander niet? Waarom wordt de ene week wél een penalty voor shirtje-trekken gegeven en de week erop niet? Waarom maakt de KNVB de VAR niet eindverantwoordelijk?

Omdat arbitreren een kwestie van interpretatie blijft, weten ze in Zeist. Wat de ene scheidsrechter of VAR verbiedt, laat de ander oogluikend toe. De een koestert strijd, de ander houdt zich nauwkeurig aan de 228 pagina’s tellende Laws of the Game van de FIFA. Hoe verschillend ze soms denken, merken de arbiters bij hun driewekelijkse bijeenkomsten in Zeist. Ze kijken daar wedstrijdmomenten terug en moeten die beoordelen, waarna ze hun cijfers gezamenlijk vergelijken. Een negen komt bijvoorbeeld neer op ábsoluut rood. Acht: gewoon rood. Zeven: rood mag, geel moét. Conclusie: zelden kent iedereen hetzelfde cijfer toe aan een monent.

Daarom verwachtte niemand binnen het korps dat de discussie over de arbitrage zou verdwijnen – die is voor eeuwig. Maar zeggen betrokkenen: het lijkt erop dat de media dat wél hadden verwacht. Alsof tv-beelden zouden aantonen dat er één waarheid mogelijk was.

Een misvatting. Van videoarbiters en grensrechters tot scheidsrechtersbazen en leidsmannen zelf: ieders interpretatie is anders. Glijdt iemand door onkunde óf pech uit? Was die handsbal echt bewust? Zeg het maar. In de grijze zone van de arbitrage dient de absolute waarheid zich zelden aan.

Feit is dat de scheidsrechters en de KNVB niet meer zonder VAR zeggen te willen. Van de zeventig ingrepen die de VAR dit seizoen verrichtte, leidde dat 65 keer tot de juiste beslissing, aldus de bond. Bij vijf volgde een verkeerde keuze. Per speelronde zijn er drie tot vier momenten waarbij de VAR succesvol ingrijpt. Eén fout per speelronde lijkt nog altijd onvermijdelijk. En over die ene inschattingsfout wordt buitensporig veel nagepraat, vinden ze in Zeist.

Knagen aan vertrouwen

Terwijl het niet niks is, werken met de VAR. Staand voor hun scherm langs de lijn moeten scheidsrechters wikken en wegen onder toezicht van toeschouwers en tv-kijkers. Niemand, zegt een arbiter, wil na 25 minuten naar de kant om zijn besluit terug te draaien. Een fout herstellen is eerlijk voor alle partijen, maar bij de scheidsrechter kan het knagen aan zijn vertrouwen en zelfbeeld. Hij is de man die niks mag ontgaan, toch? „Je wilt geen tweede keer naar dat scherm.”

Zelfcorrectie vergt een vorm van grootmoedigheid. En dat, zo ervaren de scheidsrechters, blijft wennen. Is het echt nodig een fout toe te geven of valt er over de beslissing te discussiëren? Het credo is: discutabel is acceptabel. En zo bleef Serdar Gözübüyük volhouden dat hij het geen penalty vond toen Ajax-doelman Kostas Lamprou Heerenveen-spits Sam Lammers ten val bracht.

Scheidsrechters mogen met hun leiding van mening verschillen, maar niet te vaak. In dat geval lopen ze het risico geen wedstrijd meer te krijgen. Dat betekent niet dat arbiters geen fouten mogen maken, maar het is in het VAR-tijdperk veiliger om de regels zo strikt mogelijk na te leven.

Neem Ajax-Real Madrid, vorige week, toen de VAR zijn debuut maakt in de Champions League. Geen scheidsrechter zou met het blote oog hebben gezien dat Dusan Tadic hinderlijk buitenspel stond bij de goal van Nicolas Tagliafico. Geen Real-speler ook die protesteerde. Maar de VAR zag het wél en toen kon scheidsrechter Damir Skomina het ‘vergrijp’ niet negeren. Een andere interpretatie was haast onmogelijk.

Eenmaal voor het scherm dwingt de letter van de wet scheidsrechters om andere beslissingen te nemen dan ze in de geest van de wedstrijd wellicht zouden wensen. Sommigen waren gewend om zoveel mogelijk te laten doorspelen, om af en toe een ongelukkige actie door de vingers te zien. Wie wil het op zijn geweten hebben om bij een 1-1 stand een penalty te geven voor een lichte overtreding in de slotminuut?

Lees ook: Opinie: ‘De videoscheidsrechter heeft te veel macht op het voetbalveld.’

De rode knop

De VAR biedt weinig keus. Drukt de videoassistent op zijn rode knop, dan moet een scheidsrechter sterk in zijn schoenen staan om diens advies te negeren. Want drukken betekent in feite een clear error. Bovendien kijkt iedereen mee en zorgt slowmotion vaak voor een ander, vaak heftiger beeld dan het in de vaart van het spel leek. De scheidsrechter kan dan weinig anders dan de VAR volgen.

Toch gaf Pol van Boekel twee weken terug géén penalty toen PSV’er Denzell Dunfries Simon Gustafson van FC Utrecht onderuit gleed, ondanks inmenging van de VAR. „Laffe Limburger”, schamperde Utrecht-trainer Dick Advocaat na de wedstrijd. Nog diezelfde avond kreeg Van Boekel telefoon van Dick van Egmond. Zijn meerderen vonden het wél een penalty. En Van Egmond zei erbij dat Van Boekel in de eerste helft óók een strafschop aan PSV had moeten geven.

Waar de KNVB wel voorzichtiger mee is geworden, zijn de interviews ‪op zondagavond‬ bij Fox Sports, na afloop van de laatste wedstrijd van de wedstrijd van de speelronde. Het kwam voor dat Van Egmond daar al een optreden bekritiseerde terwijl de scheidsrechter nog onder de douche stond. Mannen als Van Boekel en Gözübüyük moesten in de catacomben van het stadion, live op televisie, van Fox Sports-presentator Hans Kraaij horen wat hun baas zojuist op televisie had gezegd.

Dat is wrang. De scheidsrechter heeft immers al genoeg te slikken.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.