Opinie

Hou controle over jihadstrijders

Islamitische Staat Geharde jihadstrijders zijn potentiële aanslagplegers. Maar vertrouw op de Nederlandse contraterrorisme aanpak, schrijven en .

Illustratie
Illustratie Cyprian Koscielniak

Hardi N. wilde uitreizen naar Syrië, maar werd gearresteerd en veroordeeld. Na het uitzitten van een korte celstraf hielpen diverse instanties hem zijn leven weer op de rails te krijgen. Dat mislukte. September 2018 dook Hardi opnieuw op, als spil van een Arnhemse groep die een grote aanslag wilde plegen. De Nederlandse autoriteiten hadden, onder meer door inzet van infiltranten en afluisterapparatuur en een nauwe samenwerking tussen inlichtingen- en opsporingsdiensten, zicht en controle op Hardi en de groep verkregen. Aanslag verijdeld.

Zo pakt Nederland terrorisme en extremisme aan. Door per persoon of organisatie te bekijken hoe de dreiging het best kan worden verminderd. Door voor iedere zaak een passende interventiestrategie te kiezen, wordt uw en onze veiligheid het best gewaarborgd. Deze Nederlandse aanpak wordt al jaren geroemd door internationale deskundigen op het gebied van contraterrorisme.

En toch. Als het om de terugkeer van IS-strijders gaat, lijken politici zich niet om maatwerk te bekommeren. Al geruime tijd houdt de Nederlandse overheid vast aan een absolute, weinig pragmatische beleidslijn; op basis van die visie wordt nooit actief hulp geboden aan Nederlandse jihadstrijders om vanuit het strijdgebied naar ons land terug te keren. Maar waarom kijken we nu ook niet per individu wat wijsheid is?

Deze vraag is des te prangender nu Trump Europa heeft opgeroepen meer dan achthonderd gevangen IS-strijders terug te nemen en te berechten. Zo niet, constateert de Amerikaanse president, dan zullen ze worden vrijgelaten en van de radar verdwijnen. Het merendeel van deze IS-strijders wordt momenteel gevangen gehouden in Koerdische kampen.

Daags na Trumps uitspraken kondigde het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken aan Amerikaanse IS-strijders terug te halen en hen op Amerikaans grondgebied te berechten. Woordvoerder Robert Palladino noemde dit „de beste manier om hen ervan te weerhouden terug te keren naar het strijdtoneel”.

Trump heeft gelijk. Doen we niets, dan raken we de controle over veel van deze IS-strijders kwijt. Vroeg of laat zal een aantal van hen opduiken in Europa – ongezien, want wij hebben het zicht op hen verloren.

Wat is wijsheid? En wat doen andere Europese landen? België, Duitsland en Frankrijk lieten hun beleid (geen actieve hulp bij terugkeer) al eerder los: België bereidt de terugkeer van jonge IS-kinderen zónder hun moeders voor; Duitsland heeft laten weten dat in principe alle Duitse onderdanen het recht op terugkeer hebben, ook vermoedelijke IS-strijders; Frankrijk heeft aangegeven Franse IS-strijders te willen repatriëren.

Lees ook: Parijs ziet geen andere keus dan Syriëgangers zelf op te halen

In Nederland ziet een ruime meerderheid van de Tweede Kamer nog altijd niets in een terugkeer van de strijders. Regeringspartij CDA laat weten dat Syrië-gangers er zelf voor hebben gekozen om afscheid te nemen van de rechtsstaat. Coalitiegenoot VVD meent dat berechting door het regime-Assad passender is dan terugkeer naar Nederland – overigens onderhoudt Nederland geen diplomatieke banden meer met dit regime. Regeringspartij ChristenUnie geeft aan dat het terughalen een groot risico is, maar stelt ook dat we per individu moeten kijken of het veilig en verantwoord is om deze mensen weer in Nederland op te nemen. De formele kabinetsreactie verrast niet: Nederland weigert actief bij te dragen aan de terugkeer van Nederlandse jihadisten uit Syrië en Irak.

Alleen D66-fractievoorzitter Rob Jetten constateerde, evenals Trump, dat „we moeten voorkomen dat IS-strijders gaan rondreizen zonder dat wij zicht op hen hebben. Als ze onder de radar terugkomen, is dat voor de veiligheid absoluut niet verstandig”.

Lees ook dit commentaar: Trump heeft gelijk

Onverstandig en gevaarlijk

Inderdaad, onverstandig maar bovenal erg gevaarlijk. Deze deels geharde jihadisten hebben immers lange tijd doorgebracht in het IS-kalifaat. Velen hebben ervaring met excessief geweld, kunnen omgaan met wapens en explosieven en koesteren vaak een wrok tegen het Westen. Ze zijn verantwoordelijk voor hun daden en zijn doorgaans handelingsbekwaam. Ze wisten vrijwel allemaal waar ze naar op weg waren: een terroristische en genocidaire organisatie.

Deze gevaarlijke, ideologisch geïndoctrineerde, geharde strijders kunnen een serieuze bedreiging vormen. Ze kunnen plannen hebben om aanslagen in het Westen te plegen; omdat ze dat zelf willen of omdat IS hen dat heeft opgedragen. Ze hebben de vaardigheden (en contacten) om ongezien over de grens te komen. Nederland kan hun nationaliteit intrekken of hun paspoort afnemen – het zal de strijders er niet van weerhouden ongezien het land binnen te komen.

Het doel van het Nederlandse contraterrorismebeleid is het voorkomen van aanslagen, door een situatie te creëren waarin inlichtingen- en opsporingsdiensten zicht en controle hebben, waardoor er tijdig kan worden ingegrepen. Maar die kern klinkt in de reacties van de Nederlandse politiek amper door. In plaats daarvan komen politici met mooie ideeën als de oprichting van een internationaal tribunaal voor de berechting van jihadstrijders.

Lees ook: Komen de Nederlandse kalifaatgangers terug?

Inzet op de vervolging van oorlogsmisdaden en genocide door oprichting van een VN-tribunaal is beslist een goed idee, maar kan niet het enige antwoord zijn op een prangend veiligheidsvraagstuk. We kunnen het ons eenvoudig niet veroorloven om lange politieke of diplomatieke trajecten af te leggen. We kunnen niet wegduiken voor een realiteit die om lastige en moedige politieke keuzes vraagt, namelijk om de controle van de situatie in eigen hand te nemen.

Bekijk ieder individu

Is dat echt zo lastig? Misschien moet het kabinet hiervoor terugkomen op zijn woorden: dat er nooit actief hulp wordt geboden bij terugkeer uit strijdgebied. Paradoxaal genoeg betekent dit geen beleidswijziging. Integendeel, het zou een logische voortzetting van al eerder ingezet beleid zijn. Immers, de Nederlandse aanpak van terrorisme is gebaseerd op het idee om telkens als zich een dreiging voordoet, per geval een passende interventiestrategie te kiezen. Deze lijn zou ook moeten worden doorgetrokken als het gaat om Nederlandse jihadisten in Syrië en Irak.

Dan kunnen diensten er uit veiligheidsoogpunt bijvoorbeeld voor kiezen om jihadstrijders onder controle te laten terugkeren, omdat zij anders van de radar verdwijnen. De strijders worden bij aankomst opgepakt voor verhoor en berecht als dat kan. Lukt het niet hen te veroordelen, maar vormen ze wel een dreiging, dan kunnen Nederlandse inlichtingen- en opsporingsdiensten hen in de gaten houden en ingrijpen indien ze een aanslag willen plegen.

Lees ook: Ik stuur deze brief voor als ik de reis niet overleef

Maar vervolging is niet altijd de enige of meest effectieve manier om aanslagen te voorkomen. Aanslagen kunnen ook op andere manier worden voorkomen – daarbij is een grote rol weggelegd voor de Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst (AIVD) en de politie. De AIVD monitort en geeft, als er reden is om in te grijpen, het stokje over aan de politie. Soms ook werken AIVD en politie al samen tijdens het monitoren, zoals onlangs bleek bij het oprollen van het jihadistisch netwerk uit Arnhem, waarna op tijd kon worden ingegrepen, een aanslag werd voorkomen, en tegelijk genoeg bewijsmateriaal werd verzameld om tot vervolging over te gaan.

Kortom, we kunnen omgaan met terugkeerders; zelfs als we hen niet achter de tralies kunnen zetten en zelfs als ze een aanslag willen plegen. De Nederlandse contraterrorisme aanpak, gebaseerd op maatwerk, is diverse malen succesvol gebleken en is de beste manier om zicht op en controle over potentiële aanslagplegers te hebben. Laten we dan ook vertrouwen op ons systeem – hetzelfde systeem waar we op andere momenten zo trots op zijn.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.