Het is makkelijk scoren in het Milanese heroïnebos

Drugsverslaving in Italië Dagelijks bezoeken duizend personen uit het hele land de grootste openlucht drugsmarkt van Italië. Ze kopen crack, speed, maar vooral heroïne die ze ter plekke spuiten of roken. De dealers runnen het bos als een discotheek.

Door de stijgende opiumproductie in Afghanistan is heroïne in Italië goedkoper.
Door de stijgende opiumproductie in Afghanistan is heroïne in Italië goedkoper. Foto Nicola Marfisi

Elke dag neemt Alessandra Pisi (41) dezelfde route: ze wandelt langs de voorkant van treinstation Milaan Rogoredo, slaat rechtsaf op de hoek en loopt een paar honderd meter over de autoweg. Meteen na het ondergekalkte viaductje glipt ze achter de vangrails langs; links de sporen, de hogesnelheidslijn naar Bologna, Florence, Rome en Napels. Rechts het bos.

Via een modderig paadje bereikt Pisi een heuveltje. Ze daalt af tot in een geul, de eindbestemming. Daar zit achter een geïmproviseerd tafeltje met een kleine weegschaal de man voor wie Pisi komt. Daar zit de heroïne-dealer.

Dagelijks bezoeken 900 tot 1.000 personen de grootste openlucht-drugsmarkt van Italië: Il boschetto della droga. Gebruikers komen uit Lombardije, Piëmont, Veneto. Ze kopen coke, crack, speed, maar vooral heroïne. Die wordt ter plekke gespoten of gerookt. Intussen een zeldzaamheid in Nederland, maar terug in het Italiaanse straatbeeld: heroïnegebruikers.

Je ziet ze spuiten onder de bruggen langs de rivier in het centrum van Turijn, tussen de vuilnisbakken in Rome dichtbij de piramide van Cestius en om de hoek van het station in Napels. Uit onderzoek van het European Monitoring Centre for Drugs and Drug Addiction (EMCDDA) blijkt dat ruim 23.500 personen in Italië in één jaar voor het gebruik van opium-achtige middelen (zoals heroïne) in behandeling zijn geweest. Alleen het VK en Duitsland scoorden hoger.

Grootste zorg van de Italiaanse hulpverleners: steeds meer jongeren raken aan heroïne verslaafd. In 2016 gebruikten bijna 17.000 Italiaanse scholieren van 15 tot 19 jaar zeker tien keer per maand heroïne, volgens onderzoek van het European School Survey Project on Alcohol and Drugs. En uit onderzoek van het Italiaans weekblad L’espresso blijkt dat het aantal minderjarigen in een afkickkliniek de afgelopen vijf jaar is verdubbeld.

In Rome zijn het voorbije jaar vier keer zoveel 18-minners met een verslaving behandeld als in 2017: 300 in plaats van 78. In Milaan rukte de ambulance in 2017 bijna 900 keer uit voor een minderjarige die door drugs in de problemen raakte, een verdubbeling van een paar jaar eerder. Grootste boosdoener: het ‘bruine suiker’.

Door de stijgende opiumproductie in Afghanistan is heroïne in Italië makkelijker en goedkoper verkrijgbaar. De prijs is in krap dertig jaar fors gedaald van 120 euro per gram naar 30 euro, een schijntje.

Avondkorting

In het Milanese bos geven dealers avondkorting. Ze verkopen hun drugs in kleine hoeveelheden: „puntjes”. De prijs voor één shot heroïne: 1,50 tot 2 euro.

„Jongerenmarketing”, noemt Cristiano Bregamo dit. Hij werkt bij de Cooperativa Lotta Contro l’Emarginazione, een organisatie die zich inzet tegen marginalisatie en pleit voor zo veilig mogelijk drugsgebruik. Vier dagen per week staat Bregamo met collega’s aan de zijkant van treinstation Rogoredo. Hij deelt gratis schone naalden, water, verband en condooms uit. In twee uur geeft hij gemiddeld 350 naalden weg. „Heroïne is in de mode”, zegt hij. „Het wordt steeds normaler.”

Foto Nicola Marfisi

Tieners en twintigers gebruikten een aantal jaar geleden op illegale feesten vooral mdma en amfetamine, vertelt Bregamo, nu vaak heroïne. En ook op universiteiten (en in minder mate op middelbare scholen) rukt de drug op. „Studenten kopen heroïne om in het weekend te relaxen, ze dreigen later verslaafd te raken.”

En er zijn jongeren, zegt de veldwerker, die met drugs beginnen omdat ze geen werk vinden. Eén op de drie jongeren heeft geen baan, in zuidelijke regio’s zoals regio Calabrië zelfs één op twee. Jongeren zijn gedesillusioneerd, zegt hij, drugs kunnen een uitvlucht zijn. „Heroïne helpt je problemen te vergeten.”

De dealers runnen het bos als een disco. Gebruikers worden ingeschat door de ‘portiers’. Nieuwkomers wordt gevraagd waar ze vandaan komen. De verslaafden moeten een rij vormen. Pas als de uitkijkpost een seintje geeft, mogen ze naar de dealer. Dan is de klus in tien tellen geklaard. Geld lappen, drugs pakken, oprotten.

De helft van de bosverslaafden is 18 tot 26 jaar. Ze verwaarlozen zich, zegt Bregamo. Sommigen slapen op vergeelde matrassen in de bosjes of in verlaten gebouwen even verderop. Jonge vrouwen verkopen hun lichaam in het park.

Lees ook: De fascinatie voor drugs begint vaak bij verhalen

‘Soms volgt een beenamputatie’

In metrostation Rogoredo houdt Alessandra Pisi de kaartautomaat goed in de gaten. Een puber gooit er geld in, het apparaat hapert. Ze schiet de jongen te hulp en tikt op de knoppen. Met succes. Als dank mag ze het wisselgeld houden.

In een vorig leven was Pisi pizzabakker. Ze verloor haar baan en woont al een half jaar met haar man in een verlaten buurtgebouw. Regelmatig komt ze in het bos gebruikers tegen van wie ze denkt: hé, dié is jong. „Ik zeg dan tegen ze: ‘je hebt nog een heel leven voor je. Je kunt nu nog stoppen.’ Ze vinden het cool hier te komen.”

Jongeren weten niet hoe ze ‘veilig’ moeten gebruiken, zegt veldwerker Bregamo. Ze injecteren in de aderen in hun lies om hun verslaving te verhullen. Gevolg: infecties met etterende wonden. „Soms moet een been worden geamputeerd.”

In dit bos vielen in 2018 zeker zeven doden door een overdosis, gebruikers geschept door de hsl niet meegerekend. In Italië zijn vorig jaar 253 personen overleden door een overdosis, volgens de Società Italiana Tossicodipendenze, de jongste was 16 – tweederde door heroïne.

Foto Nicola Marfisi

„Hé, heb je nog een spuit?” Spitsuur bij de metro-ingang. Een verzameling van asgrauwe gezichten. Een jongen met een injectienaald achter zijn oor schiet de wc in. Toiletjuffrouw Terri Ciriello (64) slaat het van een afstandje gade. Wekelijks tonen bezorgde ouders op hun telefoons de foto’s van vermiste verslaafde kinderen. Onlangs een Siciliaanse uit Catania, in het uiterste zuiden. „Catania!” herhaalt Ciriello. Haar dochter leerde via Facebook een jongen kennen. Hij nam haar mee naar „het bosje”, zegt Ciriello. Ze zucht. „Ik werk 37 jaar op treinstations, zo’n smerige bende heb ik nog nooit gezien.” Platbranden, dat zou het beste zijn, zegt ze. Maar dan verschuif je het probleem, weet de toiletjuffrouw.

Veldwerker Bregamo pleit voor betere voorlichting op scholen, meer hulptrajecten voor verslaafden die uit het wereldje willen stappen. Jarenlang is er stevig bezuinigd op veldwerkers en hulpverleners die een vinger aan de pols houden, zegt Bregamo. Die bezuinigingen komen nu als een boemerang terug.

‘Meer politie? Zinloos’

Het leger sturen naar het bos in Milaan, zoals minister Salvini onlangs suggereerde? Meer politie? Zinloos, zegt Bregamo.

De zon zakt, op perron 1 zien de hulpjes van de dealers politieauto’s in rap tempo richting het bos scheuren. De mannen bellen de hardlopers in het bos. Die rennen – de drugs, de weegschaaltjes en het geld in hun rugtassen – snel de autoweg en het spoor over. Ze verstoppen zich en wachten op groen licht om terug te komen. Eenmaal ter plaatse kunnen de agenten weinig doen. Een agent: „Hier is niemand meer.” Amper een uurtje later wordt er gefloten in het bos; de kust is veilig, de winkel is weer open.