Bestaat er meer dan één soort speeksel?

Durf te vragen Helpt het om voor het snoepen aan citroen te denken? Dat zou goed zijn voor je tanden.

Illustratie Studio NRC

Stel je eens voor dat je een hap neemt van een sappige citroen. Wie zich erop concentreert voelt het water al in de mond lopen. Doe datzelfde gedachte-experiment nu eens voor een suikerklontje, of een stukje rosé gebakken biefstuk. Is het speeksel dan anders van consistentie, van samenstelling? Een Pavlov-effect, kwijlen na het horen van een belletje, maar dan net wat ingewikkelder – bestaat dat?

„Het zou mooi zijn als we vooraf al konden reageren op het voedsel dat we gaan eten”, zegt onderzoeker sensoriek en eetgedrag Sanne Boesveldt in Wageningen. „Dan zou je handig kunnen voorsorteren op de verschillende verteringsroutes van verschillende soorten voedsel in het lichaam. Speeksel bevat onder meer de enzymen amylase en lipase, die respectievelijk zetmeel en vetten afbreken.”

Etensgeuren

Maar vooralsnog ontbreekt helaas het bewijs dat het lichaam zo op voedsel kan anticiperen. Boesveldt deed proeven met geuren van voeding. „We zien niet veel gebeuren in de speekselsamenstelling in reactie op geur. De hoeveelheid varieerde wel. Etensgeuren riepen het meeste speeksel op; bij gras of bloemen was er geen reactie. Overigens verandert de samenstelling van het speeksel wel op basis van het soort voedsel dat in je mond zit.”

Dat verwachting van voedsel een groot effect heeft op de speekselvloed constateerde psycholoog Mike Keesman (toen Utrecht, nu Leiden) al in onderzoek. „Mensen saliveren heel veel als zij zich iets zuurs voorstellen”, zegt Keesman. „Logisch: het lichaam bereidt zich zo voor om mogelijke schade van zure voeding te beperken. De speekselaanmaak is ook hoger bij aantrekkelijke voedingsmiddelen, maar niet zo sterk als bij zuur.”

We maken elke dag ruim een liter speeksel

„Speekselsecretie wordt door van alles beïnvloed”, zegt onderzoeker Floris Bikker van het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam. „Niet alleen geur en smaak van voedsel stimuleren de speekselproductie, ook het kauwen op zich. Stress en bepaalde medicijnen kunnen de speekselproductie juist remmen.”

In de mond zitten honderden speekselklieren, vertelt Bikker. Er zijn drie paar grote en daarnaast ook vele kleintjes, bijvoorbeeld aan de binnenkant van de lippen en in het verhemelte. Allemaal dragen ze bij aan de speekselproductie, maar elk type klier produceert een eigen type speeksel, met een eigen functie. Gezonde mensen produceren dagelijks een tot anderhalve liter speeksel. Het bestaat voor 99 procent uit water. Daarin zit van alles opgelost: zouten, immunoglobulinen, mucines, enzymen. Bij elkaar vervult dat vele functies: voorkomen van uitdrogen van de mond, voorverteren van voedsel, bestrijden van bacteriegroei, vergemakkelijken van kauwen en slikken, beïnvloeden van de smaak, etcetera.

Verschillende klieren

Bikker: „De parotisklieren, de speekselklieren net onder het oor, komen in actie bij het proeven van zuur en bij het kauwen. Ze produceren dan grote hoeveelheden waterig speeksel. Dat bevat ook veel amylase, dat zetmeel afbreekt. Het speeksel uit de klieren onder de onderkaak en de tong is wat stroperiger. Het bevat veel eiwitten, mucinen, die goed water vasthouden en helpen bij het bevochtigen van de mond.” Theoretisch is het dus mogelijk dat variatie in speeksel ontstaat door activiteit van verschillende klieren.

Keesman vermoedt dat het lichaam kan anticiperen op de verwachting van verschillende soorten voedsel door de speekselsamenstelling te variëren. Kun je dan beter aan citroen denken als je een snoepje eet om je tanden te beschermen? „Dat zou een leuk experiment zijn”, zegt Keesman.

Lees over mondhygiëne: Tandvlees, speeksel en goede bacteriën versterken elkaar bij snelle wondheling