Opinie

    • Folkert Jensma

Geen kwaad woord over de advocatuur

Hoe integer is de advocatenstand? Ik kom erop dankzij de amusante confrontatie tussen advocaat Gerard Spong en CDA-politicus Sybrand Buma bij Jinek vorige week woensdag. Thema: hoe houd je als strafadvocaat schone handen? Buma had zich gestoord aan advocaat Franken die zijn cliënt Holleeder met z’n advocatentelefoon liet bellen met Peter R. de Vries. En aan advocaat Meijering die een spreekverbod van de deken negeerde door bij Jinek op te treden. Buma vond dit nogal gek. En terecht. Hij vreest dat advocaten zwichten voor hun criminele cliënten en wil het kennelijk te zwakke tuchtrecht vervangen door het strafrecht. Vanuit de gedachte dat advocaten hun cliënten dan makkelijker weerstand bieden.

Dit was tegen het zere been van Gerard Spong, die hartstochtelijk reclame maakte voor het wettelijke tuchtrecht, als ‘buitengewoon effectief’. Zelf zou Spong een spreekverbod gehoorzamen, zei hij vroom. Maar dat collega Meijering dat negeerde was dan weer in het belang van diens cliënt. Dat is óók een advocatenregel – het belang van de cliënt gaat voor alles. Kortom, enorm effectief dat tuchtrecht. Op cruciale momenten is er altijd ruimte voor een hoger belang. En had de officier het al niet druk genoeg?

De 17.672 advocaten in Nederland kunnen worden berispt, geschorst, beboet en van het tableau geschrapt. Dat laatste trof in totaal 21 advocaten in 2017 en 2016. Meer is ook niet nodig, gezien het ‘over het algemeen onkreukbare en integere imago’ van zijn beroep, glimlachte Spong.

Altijd grappig als iemand z’n hand overspeelt. Dat advocaten de regulering van het beroep liever in eigen huis houden, waar uitspraken nóóit met naam worden gepubliceerd, geen kantoor ooit wordt gedwongen sancties publiek te melden en burgers dus alleen bij toeval onethisch gedrag van advocaten ontdekken. Zullen we maar zeggen dat dit de branche ook zekere voordelen biedt? ‘Mr. X’ is op tuchtrecht.nl drager van letterlijk ál het ongerief. En mr. Spong en de zijnen kijken ons op tv zo onkreukbaar mogelijk aan. Geen kwaad woord, aub.

Terwijl over de integriteit van de advocatuur best zorgen bestaan. Al jaren. Sinds 2015 is er nieuwe, strengere wetgeving en bestaat er ook een extern College van Toezicht. Dat waakt over de lokale dekens, leest álle tuchtuitspraken en maakt nuttige, soms stekelige opmerkingen over de advocatuur. Het College probeert de lokale dekens nu al een paar jaar op te jutten om scherper te worden. Alerter reageren, consequenter eigen standpunt formuleren of een ‘dekenbezwaar’ indienen – in een wereld waarin er van oudsher tamelijk laconiek en vergevingsgezind met elkaar pleegt te worden omgegaan. Zo is het College bezorgd over advocaten met een ‘historie van recidive’, met vele berispingen en schorsingen, waar de tuchtrechter toch ‘vrij milde maatregelen’ aan blijft opleggen. Dekens die wel streng wíllen zijn, boeken zo maar weinig resultaat. Advocaten die ten slotte worden geschrapt, disfunctioneerden vaak jarenlang. Dat varieert dan van malversaties, onjuist advies, verknallen van procedures, excessief declareren, toezicht frustreren, liegen tegen de cliënt en/of de deken, afwezige administratie, onbevoegd, onjuist en niet integer handelen, onnodig grievend gedrag, etc. Ook het weigeren van de toelating tot de advocatuur blijkt te ingewikkeld. Het College constateert dat dekens grote moeite hebben om advocaten in opleiding (stagiairs) die niet voldoen, te weigeren. Ze hebben ook geen greep op de patroons, de senior-advocaten die ongeschikte stagiairs naar binnen loodsen. Het stimuleert de lokale dekens dan ook niet om echt op zoek te gaan naar disfunctionerende collega’s.

Ook over de kwaliteit van de dienstverlening zijn zorgen. Oud-landelijk deken Jan Loorbach had het in 2012 na een rondje praten met rechters over ‘kwaliteitsmijders’ in de advocatuur. Het College bevestigt voor 2018 dat er „meer dan incidenteel advocaten zijn die te zwak presteren”. De advocatuur is ook een wereld van vrije jongens. Advocaten laten zich niet collegiaal beoordelen: er bestaat geen institutionele ‘peer review’. De Orde houdt wel steekproeven op kantoren en leest dossiers, maar komt nooit in de rechtszaal luisteren. Onkreukbaar en integer, zegt Spong. Ik zou zeggen: er is ruimte voor verbetering. Mogelijk zelfs héél veel ruimte.

Folkert Jensma is juridisch commentator. Twitter: @folkertjensma

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.