Gasgangreen zag ik ook

Rotterdammers van betekenis die toch niet zo vaak in de krant staan. Hoe ziet hún stad eruit. Deze week: Marcel Slockers

Waarom doet u wat u doet?

„Ik heb de onrust gezocht in Rotterdam, van al die culturen bij elkaar. Ik wilde hier heel graag huisarts worden. Maar er was een overschot toen ik afstudeerde in 1983. Toen ik een praktijk kreeg in een nieuwbouwwijk, De Esch, had ik nul patiënten en geen inkomsten. Toen ben ik de opvang van dak- en thuislozen in het centrum voor dienstlening Havenzicht er bij gaan doen. Om bij te verdienen. Daar had ik een avondspreekuur. Dat is uit de hand gelopen. Een derde van de mensen die daar kwamen, was uit de psychiatrie gezet, een derde was heroïnegebruiker, een derde terminaal alcoholist: mensen die een paar keer afgekickt waren, wat mislukt was. Die gingen dood en moesten een plekje hebben om te slapen. In jaren tachtig brak de pleuris uit in de stad. Perron nul was al een aantal jaren aan de gang. Rond 1990 werd de cocaïne de baas. Dat is een gemene stof: je kunt honderd opiumgebruikers bij elkaar zetten in een kleine ruimte, dan gebeurt er niet veel. Het dempt het gemoed. Cocaïne geeft agitatie, naar elkaar, naar de dealer. Mensen die heroïne kochten, konden naar een dealerspand. Maar sinds de cocaïne hebben we geen dealerspanden meer. Want de dealer kan de wijkagent er niet bij halen als ze elkaar de kop inslaan. In de jaren ‘90 kromp het aantal ziekenhuisbedden. Toen werden onze dak- en thuislozen héél vervelend gevonden in de ziekenhuizen: niet goed voor de patiënten in het ziekenhuis, maar ook niet voor de dak- en thuislozen. Ze lieten hun spuitabcessen liever bij mij weghalen dan in een ziekenhuis en ze wilden zéker niet opgenomen worden. Omdat ze dan niet aan hun heroïne of cocaïne konden komen en hun geld niet bij elkaar konden ‘hosselen’.

„Het was natuurlijk een ontzettend bijzondere groep mensen. Ik zag ziektebeelden die waren uitgestorven. De kleerluis was in 1946 weggespoten met de DDT. Maar ik was de eerste die weer kleerluis beschreef in deze stad. Gasgangreen, wat in de Eerste Wereldoorlog veel voorkwam bij soldaten bij wie door gebrekkige wondverzorging een ledemaat afsterft, zag ik ook. Een boeiende verscheidenheid aan ziektebeelden. Niet alleen somatisch. Ik zag bijzondere psychoses, mensen die bizarre vormen van achtervolgingswaan hadden.”

Wat lukt wel en wat lukt niet?

„Er lukt een heleboel niet. Waar ik nu heel erg boos om ben, is dat er nog steeds vrouwen zijn met pasje van de stad voor de nachtopvang, die toch uitgeloot worden. Soms wordt hen dan een kamer aangeboden door ‘een aardige meneer’. Je maakt vrouwen in die situatie kwetsbaar, waardoor ze in de verleiding komen om zich te laten gebruiken. Marokkaanse jongetjes van 19 jaar zijn net zo goed kwetsbaar. Wat ook onrechtvaardig is, is dat er mensen ‘niet bestaan’ in deze stad. Als je geen adres hebt, schrijft de gemeente je uit als ‘geëmigreerd’. Dan vervalt je Wajong of UWV-uitkering en kan je geen zorgverzekering aanvragen. Er zijn wel mensen die in de opvang weer een adres krijgen. Maar niet iedereen wil daarin. Er slapen 12 man op een kamer. De één snurkt, de ander is psychotisch en zit ’s nachts te babbelen. Het is geen romantisch plaatje. Wat wel lukt, is dat we een burgemeester hebben die opkomt voor de dak- en thuislozen. Ik kom op straatdokterscongressen in de hele wereld maar hij is de enige burgemeester die daar internationaal uitspraken over doet. Hij heeft voormalig minister van VWS, Edith Schippers, naar mij toegestuurd om bij mij in Havenzicht te komen kijken. Ze is zich rot geschrokken. Vanuit het aanjaagteam voor de opvang van verwarde personen heeft ze ervoor gezorgd dat er een regeling kwam voor zorg voor onverzekerde dak- en thuislozen. Veel artsen kennen die regeling niet maar hij is gewoon te raadplegen via straatdokter.nl. Minister Blokhuis [VWS, red.] is laatst naar Havenzicht gekomen en heeft die regeling nog wat verbeterd. Dat is wel goed.”

Waarom woont u in Rotterdam?

„Ik waardeer heel erg hoe Rotterdammers zijn: ze zeggen waar het op staat.”

Wat is onbegrijpelijk aan deze stad?

„Veel mensen begrijpen de achtergronden van de diversiteit van de Rotterdam niet. Rotterdam heeft 630.000 inwoners. Daarvan hebben er meer dan gemiddeld in Nederland een IQ onder de 85. Een gemiddeld IQ van 100 halen we hier niet. Wij hebben hier te maken met mensen die niet altijd handige dingen doen doordat ze verstandelijk beperkt zijn. Veertig procent van de gedetineerden heeft een verstandelijke beperking. Onze populatie lijkt daarop. Ze zeggen tegen de rechter dat ze een baantje nemen en hun schulden gaan afbouwen. Maar omdat ze niet kunnen plannen en organiseren komt daar niets van terecht. Ze hebben vaak een achterstand omdat ze opgroeien met stress, door armoede en schulden, of door het gebruik van alcohol en coke. Daardoor gaat je IQ met heel veel punten omlaag. Niet kunnen plannen en organiseren kan ook komen door teveel blowen. Ik ken jongens met een Havo-diploma die dat daardoor niet meer kunnen. Het is erg dat we tienduizenden Rotterdammers softdrugs laten gebruiken zonder hen te waarschuwen voor de gevolgen daarvan voor hun hersenen.”

Wat is uw geheime tip in Rotterdam?

„In de regen door het Kralingse Bos lopen. Dan is er niemand. Dat is zo zonde. Het is een prachtig bos. Het is heel belangrijk dat we iets doen met ons lijf en met de natuur.”

Kent u nog een mooi verhaal?

„Willem Alexander opende jaren geleden een fototentoonstelling in de Laurenskerk over de zeven deugden zoals het verzorgen van zieken. Een dakloze van Havenzicht had daaraan meegewerkt. Dus ik kom daar met hem aan en zeg: ‘we moeten vast door de beveiliging. Je hebt toch geen base-mesje op zak?’ Daarmee krabben verslaafden de aanslag van hun base pijp nadat ze er cocaïne in gerookt hebben. ‘Ik zeg: Dat laten we achter in de auto. Anders komen we er niet in.’ Na de toespraken werd er champagne en kaviaar uitgedeeld. Nadat hij zich daaraan tegoed gedaan had, zei hij: Hé, dokter, wat is dat nou? Als ik had geweten dat dat zó lekker was, was ik niet aan de cocaïne gegaan!”

Lucette Mascini