Opinie

    • Hugo Camps

Frisol

De mensen verlangen naar de geur van masseerolie, naar blote rennersbenen, naar de kracht der zotheid in de sprint. De opening van het wielerseizoen met de Omloop heeft lang genoeg op zich laten wachten. Nog een week. Er moet gekoerst worden, dat schept helderheid in de stille paniek van de winter.

Er is al veel gekoerst, maar niet in de bakermat van het cyclisme. Down Under, San Juan, Marseille, Oman, de Ster van Bessèges, Antalya, de Algarve… De versnipperde aanloop naar een nieuw wielerseizoen lijkt eerder wintertoerisme. We hebben de Vlaamse Ardennen nodig om van koers te kunnen spreken. Slagregens en waaiers. Van het gefröbel in de zon blijft niets hangen. Met de Omloop begeven we ons op smalle wegen, in karrensporen en op kasseien. Daar is alleen nog een waarom.

Geen skyboxen meer, helaas nog wel een paar viptenten, maar dat is voor na de koers. Geen tribunes meer met hoogteverschil voor de happy few. De benen zijn nog soeverein.

Het zou het jaar van de grote aflossing kunnen worden. Het prestige van ronderenner Chris Froome is aan het afbladderen. Onder de sprinters is alleen André Greipel weggezakt door de last van jaren. Fabio Jakobsen, Fernando Gaviria, Elia Viviani zijn millimetersprinters. Op de brute macht is er ook nog Dylan Groenewegen. Bij de punchers heeft Alejandro Valverde aan scherpte ingeboet, maar good old Philippe Gilbert heeft in het zuiden al zijn eerste koers gewonnen, in de sprint.

Het peloton was altijd opgedeeld in vroege vogels en mannen die een tijdje moeten roderen voor ze meedoen voor de hoofdprijs. Dat zijn meestal de typische ronderenners. Maar wie stond deze week mee op het podium van de Ronde van Colombia? Juist, Nairo Quintana.

Er is geen peil meer te trekken op de vormpiek van renners. Ze pieken vandaag vier keer per seizoen. Onaangekondigd. De vorm van renners is een wildernis geworden. Daarmee is het cyclisme niet gered. Er heerst vandaag veel ontreddering in het wielermilieu. Het afhaken van Sky heeft voor grote sponsoronrust gezorgd. Het is niet zeker dat de ploeg volgend jaar nog met hetzelfde machtsvertoon zal kunnen uitpakken.

Het ontbreekt wielrennen aan een businessmodel. De revenuen van grote rondes zijn voor de organisatoren. Renners en ploegen moeten zich tevreden stellen met kruimels en sommigen moeten zelfs nog toeleggen. Waar blijft de Russische revolutie?

In de klassieke wielerlanden laten sponsors het helemaal afweten. Italië was het mekka van de koers, maar daar verdwijnen sponsors als sneeuw voor de zon. Her en der is er nog een bollenwinkel die shirtjes weggeeft. Nederland houdt ook niet over en zelfs in Frankrijk laten multinationals het afweten.

Het is weer tijd voor Frisol.

Hoopgevend is dan weer dat nieuwe kampioenen zich melden. Met voorop Mathieu van der Poel. Hij liep nog halvelings rond in het plunje van de cross toen hij in de Ronde van Turkije de eerste etappe won. Mathieu is van zo’n grote klasse dat hij zomaar zijn eerste klassieker kan winnen. Daarnaast bulkt hij van charme en lieftalligheid. Het is van Joop Zoetemelk geleden dat het Nederlandse cyclisme nog zo’n gepatenteerde ambassadeur had.

Er is ook nog Tom Dumoulin, maar die houdt het op koersen. Hij zit niet met een missie op de fiets. Winnen is het enige. Ook goed. Exploten zijn tenslotte ook wervend. Daarom heeft Ajax geld en Feyenoord niet.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.