Frankrijk en Duitsland stevenen af op nieuwe botsing met Nederland over eurozone

Eurozone Duitsland en Frankrijk willen een nieuwe overeenkomst tussen eurozonelanden om extra uitgaven te kunnen doen voor de versterking van hun economieën, blijkt uit een voorstel in handen van NRC. Dat is zeer tegen de wens van Nederland.

De Duitse minister van Financiën Olaf Scholz (links) en zijn Franse ambtgenoot Bruno le Maire tijdens een Europese top in mei vorig jaar. In december spraken Europese regeringsleiders af dat er een aparte pot met geld moet komen voor de eurozone.
De Duitse minister van Financiën Olaf Scholz (links) en zijn Franse ambtgenoot Bruno le Maire tijdens een Europese top in mei vorig jaar. In december spraken Europese regeringsleiders af dat er een aparte pot met geld moet komen voor de eurozone. Foto Stephanie Lecocq/EPA

Duitsland en Frankrijk willen een nieuwe overeenkomst tussen eurozonelanden om samen extra uitgaven te doen voor versterking van hun economieën. Dat blijkt uit een nog vertrouwelijk Frans-Duits voorstel, dat in handen is van NRC. Het voorstel laat zien hoe Duitsland en Frankrijk verder willen gaan met een eigen begroting van de eurozone dan Nederland bereid is.

Op een Europese top in december spraken regeringsleiders af dat er zo’n aparte pot met geld voor de eurozone moet komen. Maar premier Rutte en minister Hoekstra (Financiën) dwongen, met steun van andere landen, flinke beperkingen af. Zo moet de nieuwe pot binnen de totale EU-begroting vallen en mag die niet bedoeld zijn om economische schokken op te vangen – waar zwakkere landen in Zuid-Europa van zouden profiteren.

Rutte en Hoekstra weigerden ook na het uitkleden ervan van een ‘eurozonebegroting’ te spreken. De officiële naam ervan is sinds december het ‘budgettair instrument voor convergentie en concurrentievermogen’.

Toch extra uitgaven

In juni moeten de ministers van Financiën in de eurogroep deze afspraken hebben uitgewerkt. Nu blijkt dat Frankrijk en Duitsland toch denken aan extra uitgaven boven het reguliere EU-budget. Berlijn en Parijs willen het begrotingsinstrument voor de eurozone namelijk deels financieren door zogeheten ‘externe inkomstenbronnen’. Dat is een mogelijkheid die binnen het EU-verdrag bestaat voor lidstaten om onderling af te spreken nog wat extra geld vrij te maken. Dat gebeurde in 2016 bijvoorbeeld voor de Turkije-deal over migranten.

Een bron op het Franse ministerie van Financiën noemt deze uitwerking van de eurozonebegroting desgevraagd „onze interpretatie van de afspraken uit december”.

Het voordeel zou zijn dat lidstaten op deze manier Europese uitgaven kunnen koppelen aan nationale uitgaven. Door dit via een intergouvermentele overeenkomst te doen, willen Duitsland en Frankrijk zorgen dat alleen de 19 eurozonelanden hiermee hoeven in te stemmen. Nederland wilde juist dat alle 28, straks 27 lidstaten van de Europese Unie, betrokken zijn.

Het Frans-Duitse plan bevat nog een gevoelige zinsnede. Volgens de tekst hebben de investeringen en andere hervormingen via het begrotingsinstrument „een stabiliserend effect in slechte tijden” en „vergroten zij de stabiliteit van de eurozone”. Daarmee geven Frankrijk en Duitsland dit eurozonebegrotingsinstrument alsnog een, zij het beperkte, functie in het opvangen van schokken.

Premier Rutte liet eerder weten desnoods met een veto te dreigen om dergelijke plannen tegen te houden. Nederland vindt dat de lidstaten dit zelf moeten doen.