Een land dat zichzelf geen rust gunt

Zuid-Korea In vijftig jaar transformeerde straatarm Zuid-Korea tot een van de rijkste landen ter wereld. Nu dreigt verdrukking tussen China en de VS. Of wacht een tweede economisch wonder? Eerste van een reeks reportages.

Illustratie Pepijn Barnard

‘Ze gaan niet naar huis. Ze gaan letterlijk niet naar huis voordat alle problemen zijn opgelost.” Voor haar werk, general manager Azië bij ASML, heeft Sunny Stalnaker dagelijks te maken met Koreaanse technici. Als je haar vraagt wat de Koreanen onderscheidt van andere ASML-klanten, zegt ze „laser focus” – de tomeloze inzet en militaire discipline waarmee chipfabrikanten als SK Hynix en Samsung „uit het niets kwamen en in twintig jaar de wereld veroverden”.

En omdat die wereld almaar meer geheugenchips nodig heeft voor telefoons, computers en datacentra, is Korea de snelst groeiende handelspartner van Nederland. Voor de uitdijende chipproductie koopt Samsung lithografiemachines van 100 miljoen euro per stuk bij ASML, het Nederlandse hightechbedrijf uit Veldhoven. Dat tikt aan: meer dan 40 procent van de ASML-omzet komt uit Zuid-Korea.

Als je vanaf snelweg 311 de afslag neemt naar NanoCity, het koosnaampje voor een van Samsungs enorme geheugenfabrieken, is amper voor te stellen dat dit land een halve eeuw geleden straatarm was. Nog armer dan Noord-Korea; uitgeput door de Japanse kolonisatie en aan flarden geschoten in de Koreaanse oorlog.

Sinds 1970 groeide het Koreaanse bruto binnenlands product per inwoner van amper 600 naar bijna 40.000 dollar. Dit economisch mirakel – ‘het wonder van de Han-rivier’ – is te danken aan de planeconomie waarin de militaire dictatuur en megabedrijven als Samsung, LG en Hyundai nauw samenwerkten.

De chaebols – familieconglomeraten naar Japans model – werden groot door de opofferingsgezindheid van 50 miljoen Koreanen die hun land vooruit wilden helpen. Symbolisch: tijdens de Azië-crisis, eind jaren negentig, wankelden de chaebols. De bevolking steunde met eigen bezittingen de schatkist, omdat de economie volledig was ingestort.

De republiek van Samsung, luidt de bijnaam van Korea. Het is die monocultuur die het land nog altijd kwetsbaar maakt.

Klaargestoomd

Officieel zijn de twee Korea’s nog altijd met elkaar in oorlog, en het lijkt alsof de noodtoestand in alle hoeken en gaten van de maatschappij geldt. Koreanen gunnen zichzelf geen rust en leggen elkaar enorme druk op. Om te presteren, om er goed uit te zien, om het beste uit henzelf te halen.

Al op de basisschool worden kinderen tot ’s avonds laat bijgespijkerd om toelating te krijgen tot een van de hoog aangeschreven universiteiten, die hen vervolgens klaarstomen voor een carrière bij Hyundai of Samsung. Heb je eenmaal zo’n baan, dan is overwerken de regel. ’s Avonds en in het weekeinde zijn de kantoren vaak bezet. „Facetime is belangrijk”, zegt Yvan van Dam, een Nederlandse investeringsdeskundige in de Samsung-top, „laten zien dat je er bent voor je team, voor het bedrijf, en voor je baas.”

Niet iedereen is tegen de werkdruk bestand. Na Litouwen telt Zuid-Korea het hoogste percentage zelfdodingen.

De overheid grijpt in: afgelopen jaar werd de maximale werkweek verlaagd van 69 naar ‘slechts’ 52 uur. Managers die hun medewerkers langer laten overwerken, riskeren een persoonlijke boete of zelfs gevangenisstraf. Maar na kantoortijd gaat het werk toch door, met verplichte etentjes met de baas waarbij ook stevig gedronken wordt. Uitslapen is er niet bij: in de supermarkt liggen de anti-katerpillen daarom voor het grijpen, bij de ingang.

De discipline die Koreanen zelf hebben, verwachten ze ook op van hun leveranciers, zegt Sunny Stalnaker van ASML. „Als er problemen zijn, zegt een Taiwanese of Amerikaanse klant: kom morgen terug met een oplossing. Koreanen willen élk uur geüpdatet worden, al gebeurt er in dat uur niks.” Dat maakt werken voor ASML in Korea loodzwaar. Er zit maar één ding op, zegt Stalnaker, zelf in Korea geboren: „Meer Koreanen in dienst nemen.”

Aanjager van 5G

Korea veranderde van een militaire dictatuur in een van de meest democratische landen in de regio. Maar de nauwe banden tussen politiek en bedrijfsleven bleven – en daarmee ook corruptie en protectionisme. Het positieve effect: de Koreaanse overheid fungeert als aanjager van nieuwe technologie. Daardoor loopt Zuid-Korea voorop in de omarming van 5G, de nieuwe generatie mobiele netwerken die nu worden aangelegd.

Omdat de VS een hetze begonnen zijn tegen Chinese telecomapparatuur, kan Korea zijn slag slaan met technologie die wel de Amerikaanse goedkeuring kan wegdragen. Samsung, dat ook 5G-techniek ontwikkelt, wil in het gat springen dat Huawei noodgedwongen achterlaat.

Illustratie Pepijn Barnard

Toch pakt het handelsconflict tussen de VS en China slecht uit voor Korea, zegt Lee Joo-Won. Hij is economisch expert voor de Nederlandse ambassade in Seoul. „Een handelsoorlog is rampzalig. China is onze grootste exportmarkt. Wij verkopen halffabrikaten aan China, dat er eindproducten van maakt die aan de VS verkocht worden. Zodra de export naar China geblokkeerd wordt, moeten we een alternatieve markt vinden.”

De VS – voor Korea het tweede exportland – is als alternatief geen optie: „Donald Trump beschouwt ons nu al als een negatieve handelspartner die meer exporteert dan importeert. Hij vindt dat de Koreanen niet genoeg Amerikaanse auto’s kopen, maar ziet wel veel Hyundai’s in de VS.”

Succesformule

De handelsoorlog tussen de twee wereldmachten is maar één van Korea’s problemen. De vergrijzing en werkloosheid lopen op. Om zijn technologische voorsprong te behouden, is Zuid-Korea op zoek naar een nieuwe generatie ondernemers, zonder de economische superkrachten van de chaebols te verspelen.

Lees ook: Zuid-Korea dompelt zich als eerste onder in 5G

Lee Joo-Won: „Het is niet voor niets dat Korea zo goed is in hightech hardware. Als de omstandigheden en begrenzingen duidelijk zijn – bijvoorbeeld bij geheugenchips die kleiner en goedkoper moeten worden – kunnen we problemen heel goed oplossen.”

Maar bij de ontwikkeling van software of kunstmatige intelligentie is het doel veel minder duidelijk. In plaats van loyaliteit en uniformiteit, is dan een meer individuele aanpak nodig.

Lee Joo-Won: „Vroeger was het verboden om voor jezelf te denken. Het bedrijf denkt immers voor jou. Je was een werkende robot, geprogrammeerd om te doen wat je wordt meegedeeld. Vergeleken met het Westen is het hier nog altijd hiërarchisch, maar onze bedrijven worden flexibeler. Als je getalenteerde jonge mensen wilt aantrekken, kun je niet verwachten dat ze als een militaire unit functioneren.”