De vuurstapels werden waanzinnig precies gemeten

Wekelijks stuit Karel Knip in de alledaagse werkelijkheid op raadsels en onbegrijpelijke verschijnselen. Deze week: hoe hoog waren de Scheveningse vreugdevuren?

De foto uit het dossier die uitgaat van een hoogte van 41,3 meter (rechts) en de brandende toren.
De foto uit het dossier die uitgaat van een hoogte van 41,3 meter (rechts) en de brandende toren. Foto’s gemeente Den Haag

Wat bijna niemand weet, is dat een groot deel van de Nederlandse palletbranche ongelukkig is met de rituele palletverbrandingen op het Scheveningse strand. Afgelopen oudjaar werden daar binnen een paar uur meer dan 100.000 pallets verbrand. Doeltreffend optreden van de Haagse brandweer voorkwam dat Scheveningen zelf ook in vlammen opging.

„Wij beschouwen pallets als een duurzaam verpakkingsmateriaal”, zegt de Faber Halbertsma Groep, vooraanstaand in pallets. „Ze gaan gemiddeld zo’n tien jaar mee. Ze worden met zorg gepoold, verhuurd, gerepareerd, van alles. Onbegrijpelijk om ze dan zomaar te verbranden.”

De palletverbranding, beter bekend als het Scheveningse vreugdevuur, werd op 12 januari in deze rubriek besproken. Een onverwachte vonkenregen had brand gesticht. Ook was er gedoe ontstaan over de precieze hoogte van de palletstapels van Scheveningen Noord en Zuid. Die had maar 35 meter mogen zijn, maar Omroep West meldde dat de stapels uiteindelijk 48 meter haalden. De gemeente Den Haag, die toeziet op de bouw, zweeg hardnekkig en wilde dat ook blijven doen omdat de zaak in handen was gegeven van de Onderzoeksraad voor Veiligheid.

Drone-film

Maar zie: vorige week ging de hele bups aan info opeens op het net, wel 1.800 documenten. En wat bleek: de stapels waren wel iets te hoog geweest maar niet vreselijk veel. Noord kwam met het ‘massieve gedeelte’ op 38,7 meter, Zuid (Duindorp) haalde 37,8 meter. De torentjes die er inderhaast bovenop waren gezet telden eigenlijk niet mee, al was die van Zuid wel 3,6 meter hoog.

Het trof ongelukkig dat deze rubriek voor het ‘massieve gedeelte’ van Zuid een hoogte van 41 meter had berekend en later (op de website) zelfs op 43 meter was uitgekomen. Toen was net bekend geworden dat de torens aan hun basis 22 meter breed waren geweest, en niet 20 meter zoals een jaar eerder.

Uitgangspunt voor de hoogteberekening is een drone-film van René Oudshoorn. Tot aan tijdstip 0:12 vliegt zijn drone op een hoogte van ruwweg 20 meter precies recht voor de toren, ongeveer 200 meter daar vandaan. De horizon deelt de toren in tweeën. Mooier kun je het niet hebben. Op de opnames is links en rechts wat perspectivische vertekening te zien (gebruikelijk bij groothoeklenzen) maar net bij de toren zelf valt die mee. De horizon is recht. In de eerste 12 seconden varieert de hoogte-basisverhouding rond 1,92 à 1,96 (de jongens boven op de toren niet meegerekend). Uit de metingen die de gemeente vrijgaf, blijkt dat de basis 22,5 meter breed was. Hieruit volgt een hoogte van 43,2 meter. Voor het ‘massieve gedeelte’, want het torentje moest nog komen.

Voor Noord ontbrak een vergelijkbare opname. De drone van Jaco Roeleveld zag de toren (rond tijdstip 0:39) niet goed frontaal en bleef bovendien te dichtbij en te laag bij de grond. Met een licht bolle horizon is de perspectivische vertekening niet verwaarloosbaar. Negeer je dat, dan bereken je (met een basis van 22 meter – er zit een onbegrijpelijke spreiding in de metingen) een hoogte van 37,5 meter. (De hoogte-breedteverhouding is zonder torentje 1,7.) Dat is weinig minder dan de gemeente opgaf: 38,7 meter. Verwarrend, méér dan verwarrend is dat er tussen de 1.800 documenten een foto zit die uitgaat van een hoogte van 41,3 meter.

Palletpaniek

De buitenstaander weet er geen raad mee. Het valt hem op dat er tot aan 30 december steeds tweemaal per dag met waanzinnige precisie gemeten werd (kennelijk met een Leica TS15 tachymeter) en dat daarna werd teruggevallen op een simpele bepaling van de ‘totale hoogte’. Hoe? Het kán met een GPS-meter, maar dat geldt als minder nauwkeurig. En waarom toch heeft de gemeente niet gewoon op 1 januari bekendgemaakt hoe hoog de torens waren geweest? Het stond op een papiertje! Palletpaniek?

Waar het lijvige dossier ook geen antwoord op heeft is de vraag waarom de toren in Noord opeens de vonkenregen (het ‘vliegvuur’) produceerde die nieuwe brandhaarden deed ontstaan. De kans daarop was verwaarloosbaar genoemd door bureau Efectis (voortgekomen uit TNO’s Centrum voor brandveiligheid), maar daarbij was kennelijk iets over het hoofd gezien. Wat ook verbazing wekt is dat Efectis niet veel explicieter aangaf dat je de enorme torens niet aan de onderzijde moet aansteken. Dan kunnen ze omvallen (wat ze eind 2013 en 2016 ook deden). Een impliciete suggestie van Efectis om ook autobanden in de torens op te nemen, om wat extra rook op te wekken, is goddank nooit overgenomen.

Waar kwam die vonkenregen toch vandaan? Lezers van deze krant suggereerden dat pallets altijd geïmpregneerd worden met brandvertragers en dat er mogelijk een partij tussen zat die niet brandvertraagd was. Maar dat blijkt onzin, pallets worden niet geïmpregneerd met die vertragers. Wel, heel soms, met chroom-6, maar dat mag geen naam hebben.

Misschien was sloopafval verwerkt? Eind november wilden de bouwers nog sloophout stoppen in de holle kern van hun toren, maar de gemeente verbood het. De Onderzoeksraad zal er wel uitkomen.

Lees ook over de vuurstapels: Haagse vreugdevuren waren te hoog, maar minder hoog dan gedacht