De lokroep van het cijfer is onweerstaanbaar

Technocraten Ook deze week bleek weer dat debatten in Den Haag meer om cijfers dan om ideeën draaien. Nederland is hierin uniek.

De Nederlandse politiek heeft een technocratisch karakter: meer dan om ideeën draaien debatten grotendeels om cijfers.
De Nederlandse politiek heeft een technocratisch karakter: meer dan om ideeën draaien debatten grotendeels om cijfers. Foto Bas Czerwinski

Zoals voetbaltrainers soms na een nederlaag naar de scheidsrechter wijzen als schuldige, zo wezen veel politici deze week naar het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) als boeman. De energierekening bleek hoger uit te pakken dan het kabinet eind vorig jaar nog in de Tweede Kamer beweerde.

Het ministerie van staatssecretaris Mona Keijzer (CDA, Economische Zaken) had zélf met oude PBL-cijfers gerekend. Toch legde onder anderen haar partijleider Sybrand Buma vooral de schuld bij het instituut dat door velen in Den Haag wordt gezien als één van de ‘onafhankelijke scheidsrechters’ – samen met het Centraal Planbureau (CPB) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Het CPB doet financieel-economisch onderzoek. Het SCP brengt de leefsituatie, opvattingen en kwaliteit van leven van burgers in kaart.

Lees ook: Ministerie erkent hoger uitvallen energierekening

De verwarring en woede over de PBL-cijfers zijn kenmerkend voor het technocratische karakter van de Nederlandse politiek: meer dan om ideeën draaien debatten grotendeels om cijfers. Den Haag lééft van koopkrachtplaatjes, ramingen, scenario’s, verkenningen en doorrekeningen. „Nederland is hierin uniek”, zegt Wimar Bolhuis, econoom aan de Universiteit Leiden. Hij is gespecialiseerd in de rol die doorrekeningen in de politiek spelen. „Dit is het enige land ter wereld dat vrijwillig programma’s van partijen en kabinetsbeleid door een onafhankelijke partij laat doorrekenen.”

Meer dan een botsing tussen ideologieën zoeken partijen het conflict in cijfers. In campagnes slaan lijsttrekkers elkaar om de oren met de vermeende financiële effecten van hun programma’s. Getallen, zegt Bolhuis, geven politici houvast. „Ze zijn een goede leidraad voor debat. Ze geven een richting, maar ze zijn geen absolute waarheid. Cijfers mag je nooit heilig verklaren.”

De grote nadruk op cijfers leunt ook op de fictie dat de Nederlandse politiek volledig soeverein is: alsof alle plannen doorgevoerd kunnen worden en het landsbestuur immuun is voor (onvoorziene) internationale ontwikkelingen. Het CPB zegt het zélf: we kunnen niet alles doorrekenen, de cijfers zijn met een grote voorzichtigheid omgeven. Een tweet van de Amerikaanse president Trump die een handelsoorlog inleidt is niet in een model te vatten. Evenmin als het CPB bij de doorrekeningen van verkiezingsprogramma’s in 2006 de economische crisis kon voorspellen die anderhalf jaar later losbarstte.

Sleutelen als cijfers tegenvallen

Het zijn vooral politici zelf die cijfers van de rekenmeesters presenteren als absolute feiten zonder onzekerheden – en voor hun eigen politieke doelen inzetten. Sinds 1986 rekent het CPB verkiezingsprogramma’s door, toen op verzoek van CDA, PvdA en VVD. Inmiddels doen vrijwel alle partijen daaraan mee. Ze hebben zelf een grote invloed op de doorrekeningen: partijen geven door welke plannen uit hun programma’s wel en niet doorgerekend moeten worden en mogen tussendoor nog sleutelen als de cijfers tegenvallen. Daardoor leek het PVV-programma in 2012 het beste voor de groei van de economie. Maar op verzoek van de partij was het uittreden van Nederland uit de Europese Unie niet doorgerekend.

Lees ook het Commentaar van NRC: Waar feiten er niet meer toe doen in het politieke debat ontstaat chaos

Zo oud als de doorrekeningen zelf, is ook de kritiek erop. Elke paar jaar, vooral vlak vóór campagnetijd, pleiten politici ervoor om minder belang eraan te hechten, of de doorrekeningen zelfs af te schaffen. Bolhuis: „Je hoort de klacht wel vaker onder politici: politiek moet weer meer over ideeën gaan. Maar uiteindelijk doen de meesten gewoon mee. Ze kunnen niet zonder het CPB.”

Koopkrachtplaatjes worden volgens hem „geoptimaliseerd” voor de eigen achterban. De ene partij is ‘banenkampioen’, omdat haar plannen het beste zouden zijn voor de werkgelegenheid in 2040. De volgende ‘koopkrachtkampioen’: de gemiddelde Nederlander gaat er als alle plannen worden doorgevoerd net een paar procentpunten per jaar méér op vooruit dan bij andere partijen.

Vallen de cijfers tegen, dan ligt dat steevast aan het model, dat partijdig zou zijn. Cijfers zijn multi-interpretabel en in de rapporten van de rekenmeesters valt genoeg te cherrypicken.

Neem CDA-leider Buma, deze week zo kritisch op het PBL. Vorig jaar nog gebruikte hij een schatting van het CBS over mogelijke bevolkingstoename om te waarschuwen voor overbevolking. Die groei, citeerde hij demograaf Jan Latten, komt vooral door immigratie, het aantal „autochtone Nederlanders” neemt af. Buma: „Ik denk dat we een groei tot 20 miljoen niet of nauwelijks kunnen dragen.”

Maar het CBS kwam met een waaier aan scenario’s. Het extreemste scenario was 21,2 miljoen Nederlanders in 2060. Maar ook een áfname was goed mogelijk, tot 16,2 miljoen. Meest waarschijnlijk, schreef het CBS, was een lichte toename tot 18,6 miljoen.

Tegen het CPB durven weinigen het op te nemen, maar de politieke status van het PBL is een stuk lager, zegt Wimar Bolhuis. „Het PBL is nu door onder meer het CDA en de VVD onder vuur genomen. Zij hebben het planbureau onder de bus gegooid, terwijl politici zelf verantwoordelijk zijn voor hun uitspraken. Het is altijd makkelijk om de schuld aan een ander te geven, zeker als het een planbureau als het PBL is.”