Foto Daniel Niessen

De beste vriend van een homo is vaak een vrouw

Mirjam Fischer Socioloog

Homo’s, lesbiennes en biseksuelen hebben andere sociale levens dan heteroseksuelen. Waarom?

Vrouwen hebben het liefst een gay best friend en wie lesbisch, homo- of biseksueel (lhb) is, heeft vaak een slechte band met familie. Klopt dat? Grotendeels, blijkt uit een onderzoek van sociologe Mirjam Fischer naar de sociale kring van lhb’s, waar zij vrijdag aan de Universiteit van Amsterdam op promoveert.

Want hoewel de rechten en acceptatie van homo’s, lesbiennes en biseksuelen zijn verbeterd, hebben zij op sociaal gebied een ander leven. Zo gaan homoseksuele mannen inderdaad vaker vriendschappen aan met vrouwen dan heteroseksuele mannen, en hebben lesbiennes minder familieleden in hun sociale kring dan heteroseksuele vrouwen.

Opvallend: homoseksuele mannen hebben in tegenstelling tot vrouwen niet minder familieleden in hun sociale kring dan heteroseksuelen. Fischer: „Dat kan op twee manieren te verklaren zijn: mannen hebben sowieso minder familieleden in hun sociale kring, dus er is simpelweg minder te verliezen. Daarnaast heb ik door de opzet van de data alleen lhb’ s in een relatie kunnen onderzoeken, dus de resultaten kunnen anders zijn voor singles.”

Steun aan elkaar geven

Fischer deed onderzoek met gegevens van 1.400 mensen uit twintig verschillende Nederlandse gemeenten. Dat maakt dit onderzoek een van de eerste onderzoeken op dit gebied dat gebaseerd is op representatieve data. Met die data wil de sociologe nog meer onderzoek doen, bijvoorbeeld naar het welzijn van kinderen die opgroeien met ouders van hetzelfde geslacht. Fischer: „Ik wil iets grootschaligs kunnen zeggen over dit onderwerp, weten of de theorie met data te onderbouwen is.”

Lees ook: Waarom sociologie? Het geeft een kick om een netwerk te ontrafelen

In dit onderzoek werd de hypothese van families of choice getoetst. Het idee dat mensen uit de lhb-gemeenschap investeren in gekozen in plaats van ‘vaste’ relaties, ontstond aan het eind van de vorige eeuw. „De relatie met de familie is vaak gespannen vanwege iemands geaardheid, soms leidt het zelfs tot uitsluiting”, vertelt Fischer. „Daarom heeft de homogemeenschap een lange geschiedenis van steun aan elkaar geven. Het idee dat die vriendschappen een ‘gekozen familie’ zijn geeft legitimatie aan de relaties van lhb’s onderling, de romantische maar ook de vriendschappelijke.”

Fischer onderzocht niet de oorzaak van de verschillen. „Dat is speculatie. Vaak wordt er bijvoorbeeld gezegd dat homomannen een voorkeur hebben voor vriendschappen met vrouwen. Daar geloof ik niet in, het ontstaat niet in een vacuüm. Vrouwen hebben bijvoorbeeld een positievere houding tegenover homoseksualiteit.”

Wel weet Fischer zeker dat seksualiteit een rol speelt. „Het punt is: zonder seksualiteit was er geen verschil, want dat is de factor die in dit onderzoek het onderscheid maakt.”

Het COC herkent het beeld uit het onderzoek van Fischer, vertelt woordvoerder Philip Tijsma. „Sociale relaties en de kwaliteit daarvan hebben invloed op het welzijn van lhb’s. We zien namelijk dat lhb’s is vaak worstelen met eenzaamheid en minderheidsstress.” Het COC ziet daarom het bevorderen van ontmoetingen voor lhb’s als onderdeel van zijn bestaansrecht. Door contact met gelijkgestemden kun je je onderdeel van een gemeenschap voelen.”