Rijker dan ooit, maar het voelt of verval op de deur klopt

Vermogen De waarde van financiële bezittingen zoals huizen is naar een recordhoogte gestegen. Hoe werkt dat door in de economie?

Koopwoningen vormen, met pensioenen, de hoeksteen van de vermogens van doorsnee huishoudens.
Koopwoningen vormen, met pensioenen, de hoeksteen van de vermogens van doorsnee huishoudens. Foto Gerhard van Roon

De BV Nederland verdient zijn geld in het buitenland. Nederland is een exportkampioen. Denk aan Schiphol. Kijk naar de Rotterdamse haven. Of het nu de uitvoer is van peperdure chipmachines, of van voedingsmiddelen, om maar wat te noemen. De uitvoer geldt als de vertrouwde aanjager van de Nederlandse economische groei.

Maar de huizenmarkt kan er ook wat van. Het particuliere vermogen dat in koophuizen zit, is de afgelopen jaren de stille kracht geweest van de groei van de economie en de bedrijvigheid.

Bijna 60 procent van de huishoudens heeft een koopwoning, en de waarde daarvan heeft een beduidende invloed op het wel en wee van de economie.

De groei die Nederland na 2013 uit de zwaarste economische malaise in dertig jaar heeft getild, is voor een kwart te verklaren door het herstel van de huizenprijzen, zei president Klaas Knot van De Nederlandsche Bank onlangs op een vastgoedcongres.

Dankzij de aanhoudende prijsstijgingen op de woningmarkt zijn alle huishoudens bij elkaar begin dit jaar rijker geworden dan ooit tevoren. Al is die rijkdom ongelijk verdeeld.

Koopwoningen vormen, samen met pensioenen, de hoeksteen van de vermogens van de doorsnee Nederlandse huishoudens. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) becijferde deze week de waarde van alle koophuizen op ruim 1.199 miljard euro per eind 2017. Die cijfers over het financiële vermogen, zoals de waarde van huizen en van beleggingen, lopen ongeveer een jaar achter op de actualiteit. Dus is de vraag: hoe staat Nederland er nu op dit moment voor?

Vorig jaar stegen de huizenprijzen volgens het Kadaster en het CBS met ruim 8 procent. Daarmee bereiken de huizen een recordwaarde van 1.300 miljard euro.

1.300.000.000.000 euro. Je kunt het je nauwelijks voorstellen.

De laatste hoogste stand was eind 2009. Toen ging het om 1.232 miljard euro.

Lees ook dit achtergrondverhaal over het verloren vooruitgangsgeloof: Slechter af dan hun ouders?

Nog een record?

Huizen zijn weliswaar een kern van de vermogens van de middenklasse, maar er zijn meer bezittingen. Het spaargeld bij banken bijvoorbeeld. Dat bedrag steeg vorig jaar ondanks de ultralage rente toch nog in bescheiden mate, blijkt uit cijfers van De Nederlandsche Bank. Verder zijn er beleggingen in aandelen en obligaties. De koersontwikkeling daarvan was vlak of negatief. Nog een belangrijk bezit: bedrijven. Gezien de economische groei van 2,5 procent en de florissante winstgroei die beursgenoteerde ondernemingen de laatste weken rapporteerden, moet ook de waarde van familiebedrijven en vergelijkbare bedrijfsbelangen in 2018 verder zijn gestegen.

Voor vrijwel alle hierboven genoemde financiële bezittingen stonden de lichten vorig jaar op groen, de huizenmarkt voorop. Het CBS becijfert de waarde van het financiële bezit op eind 2017 op 2.082 miljard euro. Tel daar de toename van de huizenprijzen het afgelopen jaar bij op, plus een conservatieve groei van de waarde van bedrijven en je komt zo 150 miljard euro hoger uit op 2.230 miljard euro. Het oude record, uit 2009, was 1.986 miljard.

Dat waren de bezittingen. Hoe is het met de schulden? De hoogste schuld vormen de woninghypotheken. Afgaand op de eerste negen maanden van 2018 zijn de hypotheekleningen met hooguit een paar procent gegroeid. Samen met wat kleinere leningen stijgt de totale schuld dan naar 850 miljard euro. Het saldo van de bezittingen en schulden komt dan op 1.380 miljard euro. Dat is flink wat meer dan de 1.260 miljard euro van eind 2017, die het CBS deze week publiceerde.

Het CBS telt de pensioenen niet mee bij de vermogens van huishoudens omdat je, kort gezegd, dat geld niet kunt opnemen als consument. Daar staat tegenover dat ongeveer 90 procent van de werknemers voor pensioen spaart en dat het voor hen hét spaarvarken is voor later. De hoogte van de toekomstige pensioenuitkering mag onzeker zijn door de zwakke positie van enkele van de grootste pensioenfondsen, maar het vermogen helemaal negeren kan ook weer niet.

Over die pensioenen heeft het CBS nog geen cijfers gepubliceerd, maar de grote pensioenfondsen wel. In hún cijfers zie je een groei van enkele procenten. Op basis daarvan stijgt de waarde van het totale pensioenvermogen naar 1.460 miljard euro.

Verhuizen dan maar?

Welke invloed op de economie heeft dat recordbedrag aan financiële bezittingen?

De gestegen huizenwaarde is het fortuin van de middenklasse. Mensen die zich rijker voelen omdat hun bezittingen duidelijk meer waard worden, zijn geneigd meer geld uit te geven, heeft het verleden geleerd. En andersom geldt dat overigens ook.

Mensen met een stijgende overwaarde kunnen eerder de stap zetten naar een groter nieuw huis. De stijgende prijzen, de groeiende werkgelegenheid en de lage rente drijven ook de nieuwbouw op.

Deze positieve effecten zijn op het eerste gezicht slecht te rijmen met pessimistisch economisch nieuws deze week: de daling van het consumentenvertrouwen in februari. Het aantal somberaars is voor het eerst in bijna vier jaar groter dan het aantal optimisten, berichtte het CBS.

Het pessimisme hoeft niet te verbazen. Om te beginnen hebben drie op de tien huishoudens geen of zelfs een negatief vermogen: meer schuld dan bezit.

Het pessimisme is ook in lijn met een al langer waarneembaar, maar sluimerend gevoel van ongeloof in het economisch herstel. Als het zo goed gaat, waar blijven die lekkere loonstijgingen dan? Waar blijft die groei van vaste banen? Waar blijft mijn beloofde koopkrachtstijging?

Het zou niet voor het eerst zijn dat perceptie en cijfers uit elkaar lopen. Na de invoering van de euro in 2001 klaagden consumenten over plotselinge prijsstijgingen van goederen en diensten die het CBS echter helemaal niet waarnam. Later heette dat fenomeen: de gevoelsinflatie. Consumenten schatten op basis van hun bestedingspatroon en goederen die zij vaak kochten de inflatie hoger in dan uit de neutrale meting van het CBS bleek.

Nu zie je een vergelijkbaar fenomeen en klinkt het: „Wat? Stijgen de energieprijzen veel harder dan het kabinet eerder heeft gezegd?” Dat gevoel geldt niet alleen voor de veronderstelde inflatie, maar ook voor de economie als geheel. Noem het gevoelsstagnatie. Of misschien wel gevoelstegenvallers. De economische groei blijft fraai, al liggen de verwachtingen wat lager. Maar het voelt of verval op de deur klopt.