Als je dit stuk uit hebt, kun je op pad om te wandelen

Een route kiezen Zin is alles wat je nodig hebt om te wandelen. Oké, en enige planning als je verder wilt dan het park om de hoek.

Foto Thomas Nondh Jansen

Lopen is niet moeilijk. Je zet de ene voet voor de andere en dat is het. Maar wanneer wordt het méér dan het loopje naar de bushalte of het station, méér dan het uitlaten van de hond? Wanneer wordt lopen wandelen?

Het mooie is: dat bepaal je zelf. Ook wandelen vergt niets meer dan de ene voet voor de andere te zetten. In een bepaald tempo, dat wel. Anders wordt lopen slenteren. Wandelen heeft geen doel, anders dan buiten willen zijn en willen bewegen.

Een wandeling kan vier kilometer zijn of vijftien of véél meer. Het kan een ommetje zijn of een langeafstandstocht van meerdere dagen. In het Engels bestaan daar meerdere woorden voor: a walk, a ramble, a hike. In het Nederlands is het allemaal een wandeling.

Een wandelaar heeft niets nodig. Geen ballen, geen rackets, geen coaches of een team, geen speciale kleding. Je hoeft er alleen maar de deur voor uit. En zoals een grote buitensportwinkel in zijn reclame zegt: „Buiten is nooit ver weg.”

Wel is het handig van tevoren een aantal dingen te bedenken. Om te beginnen waar je heen wilt. Wil je de stad in, de polders? Door de duinen lopen of over het strand? Door de bossen wandelen of over de hei? Wil je dicht bij huis blijven of reizen?

Als je dat eenmaal hebt bedacht, is er één les. Vrij naar natuurkenner Tristan Gooley, die leert hoe je aan de hand van de elementen en planten zonder kompas je weg kunt vinden: „Doe geen domme dingen.”

Dat betekent dat je je eigen grenzen moet kennen, en die van je eventuele medewandelaars. Je hoeft niet meteen te beginnen met die route van twintig kilometer. Dat is een tocht van zo’n vijf uur (een wandelaar loopt gemiddeld vier kilometer per uur, al kunnen uitgebreide eet-/plas-/blaarpleisterpauzes het tempo naar beneden halen). Een wandeling van een uurtje is óók een wandeling.

En bedenk dat die bushalte aan het einde van je tocht opgeheven kan zijn en je dus nog even door moet. Bedenk dat het pad dat je dacht te zullen nemen is afgesloten en je dus moet omlopen. Het kan zijn dat een wegwijzer ontbreekt, waardoor je verkeerd loopt. Bedenk dus dat je bovenop de wandeling die je had gepland in onvoorziene omstandigheden nog wat extra kilometers moet kunnen afleggen.

Struinen

De afstand bepaalt wat de rest van de benodigdheden zullen zijn. Voor een uurtje buiten is een blik op de buienradar voldoende, en zijn een flesje water en een mobiel met gps mooi meegenomen. Als de route langer is, kunnen meer dingen handig zijn om mee te nemen voor het geval dat: regenkleding, zonnebrandcrème, proviand, wc-papier en een rugzak om alles mee te nemen. Voor een meerdaagse tocht geldt dan weer: ieder snoertje, ieder boek, ieder ‘misschien komt het nog wel van pas’-ding dat je in je rugzak stopt, weegt extra.

Ook voor kleding en schoenen geldt dat hoe langer de route is, des te verstandiger je eraan doet je kleren aan te passen. Een spijkerbroek droogt niet en kan schuren. Slippers geven geen stevigheid en canvas sneakers zuigen zich vol modder.

Als je aan al het bovenstaande hebt gedacht, is het tijd om een route te plannen. Dat hoeft niet. Een stevige wandeling in het park om de hoek vereist geen planning. Wandelen over het strand van zuid naar noord ook niet – al is het handig om van tevoren te bekijken hoe de wind staat en of het niet fijner is om van noord naar zuid te lopen.

In de Loonse en Drunense Duinen, de Amsterdamse Waterleidingduinen, de duinen van Terschelling en sommige uiterwaarden langs de Waal mag je struinen, vrijuit zwerven. Je hoeft er niet op de paden te blijven en je hoeft dus niets te plannen. Al is het dan handig om een goed richtinggevoel te hebben – of een kompas. (Ieder pad dat struinpad heet, is dus per definitie een contradictio in terminis.)

Een wandeling zelf uitzetten kan ook. In grote delen van Nederland zijn wandelnetwerken aangelegd, die net zo werken als fietsknooppunten. Je loopt van punt naar punt. Enkele netwerken – die vaak door een streek of provincie zijn aangelegd - zijn online beschikbaar en zitten in de landelijke database op de website van Wandelnet, de organisatie die de zeventien lange afstandswandelpaden en twintig streekpaden beheert, en de NS-wandelingen coördineert.

Cumulonimbus

Wie liever de route van een ander wandelt, kan ook op de Wandelnet-site terecht. Daar staan bijna duizend wandelroutes, die te doorzoeken zijn op thema, bijvoorbeeld boerenland of cultureel erfgoed, en op afstand. Het is één van de tientallen wandelsites. Wandelzoekpagina heeft een database met meer dan vijfduizend routes, waaronder Trage Tochten (meer dan 70 procent onverhard) en Groene Wissels (bereikbaar met openbaar vervoer). Wandelblogger Frank van der Meer recenseert die wandelingen weer op zijn website FrankWandelt. Wie niet alleen wil wandelen, kan bijvoorbeeld terecht op Wandeldate of Weekendhike.

Foto Thomas Nondh Jansen

De leergierige loper kan mee met de boswachter. Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en provinciale landschapsstichtingen organiseren tal van excursies over vogels, vlinders, vleermuizen, vegetatie. Maar ook in je eentje kun je bijleren. Een verrekijker verandert een anonieme vogel in een goudhaantje, een flora tovert een onbekende bloem om in een brede wespenorchis. En wie een wolkengidsje meeneemt, kan ook de lucht lezen: cumulonimbus in de verte verraadt dat het tijd is om op huis aan te gaan.

Soms kom je met meer thuis dan je vertrok: een mooi fossiel, een dennenappel, een handvol bramen. Plukken is niet altijd toegestaan, en zeker in het buitenland is zelfs het oprapen van stenen soms aan banden gelegd – in sommige natuurgebieden geldt het adagium ‘Take nothing but pictures, leave nothing but footprints’. Een plastic zakje om prullen in mee te nemen, van jezelf óf van anderen, weegt weinig en scheelt veel gedoe. Vuilnisbakken zijn lang niet overal voorhanden.

Hoe meer je vooruitdenkt, hoe minder je tijdens het wandelen hoeft te denken. Want wandelen is niet alléén het zetten van de ene voet voor de andere. Het is ook: je gedachten de vrije loop laten. Je brein hoeft niet aangelijnd, je denksprongen hoeven niet de gebaande paden te volgen, nergens in je hoofd staat een bord verboden toegang. Kijk om je heen, haal diep adem, luister, proef, voel de wind langs je wangen. Wandel.