Recensie

Recensie

De nieuwe Audi heeft de uitstraling van een kampeertent

Autotest Verder is de Audi Q3 een voortreffelijke auto, vindt .

De Audi Q3 bij Audi Centrum Rotterdam.
De Audi Q3 bij Audi Centrum Rotterdam. Lars van den Brink

Uw republikeinse auto-adviseur mocht een week de lintjesdrager uithangen in een knotsgekke oranje Audi Q3. Een beetje kleur zal hem opfrissen, dachten de spuiters. Wat een kostelijk misverstand. Hier ga je mee opvallen, zeiden ze bij importeur Pon. Klopt, maar alleen bij bejaarden. Logisch, zij zijn de markt. Laat je niet misleiden door de seksueel actieve lichtmetalen velgen of de horny monstergrille. De nieuwe midsize-SUV van Audi is er voor zestigers die hun hypotheken hebben afgelost, uit de kinderen zijn, na de camper nog geld over hadden en graag hoger zitten. De prijs maakt niet uit. Wie de pensioenen echt wil zien verdampen, moet op een doordeweekse dag onder kantooruren bij de betere supermarkt posten. Daar zie je de oud-accountant zijn Volvo XC60 aanschuiven tussen de uitbuikende Kia- en Hyundai-SUV’s van de ex-ambtenaren. Van de afschrijving op dit wagenpark hadden heel wat arme sloebers naar de universiteit gekund. Hier ziet de twintiger met zijn torenhoge studieschuld en wankele vooruitzichten hoe goed dit uitverkochte land voor zijn grootouders zorgde.

De testauto kost 68.000 euro. Aan boord de voor de Q3 35 TFSI net toereikende een-punt-vijf-liter viercilinder, die bij het inhalen van luitjes met een minder koninklijke oudedagsvoorziening enige hinder ondervindt van 1.500 kilo leeggewicht. Terwijl, ach ironie, hetzelfde blok een Golf van 30.000 euro als een speer over de weg laat zwieren. Natuurlijk is de Audi er voor minder. Maar welke pensionado kan weerstand bieden aan privacy glass achter ( 560 euro), MMI Navigatie Plus (3.040 euro), parkeerhulp plus ( 1.051 euro), elektrische voorstoelen ( 980 euro) of led-koplampen en -achterlichten (1.246 euro), plus alle kruimelluxe die de oude dag zo zinloos mooi veraangenaamt?

Voor 68 mille reken je bij zo’n premium crossover op standaard Quattro-vierwielaandrijving. Nee, die is vanaf 52 mille alleen beschikbaar voor de topmodellen met tweeliter benzine- en dieselmotoren. De vanafprijs van de 35 TFSI met automaat is 45.000 euro. Ga ervan uit dat de Quattro’s met alle opties van de testauto de zeventigduizend euro ruim passeren.

Dan spiek je toch even wat compacte SUV’jes bij de concurrentie kosten. Bij BMW heb je voor 46 mille een tweeliter X1 met automaat en, hopsa, 192 pk, met de aantekening dat de optielijst daar net zo kostbaar is en BMW dito toeslagen vraagt voor aandrijving op alle wielen. Hyundai levert het topmodel van de foutloze Tucson met 185 pk turbodiesel én vierwielaandrijving voor achtenvijftig all-in. De excellente Mazda CX5 met 165 pk tweelitermotor begint bij 35.000 euro. Schrijnend vergelijk – voor Audi.

Maar die stomme Aziaten zijn niet premium, zal de Q3-getrouwe aannemer-in-ruste tegenwerpen. Dat, mijn beste, zijn de bubbels in de wangen van de Audi-zetels of hun scherpe plasticranden aan de onderzijde evenmin.

Wigwamsilhouet

We kennen de Q3 als een auto met de uitstraling van een kampeertent en daar is iets, maar iets te weinig aan gedaan. De stormlijnen zijn weliswaar iets aangespannen, tegen de neerdrukkende werking van dat afgetopte wigwamsilhouet kunnen de wenkbrauwachtig opgetrokken triomfboogjes boven de wielen weinig uitrichten. Verder is het een voortreffelijke auto. Hij ligt voorbeeldig rustig op de weg, de motor is stil, de besturing licht en binnen Audi’s comfortmarges redelijk precies, het verbruik met 1 op 14 acceptabel, het prachtige multimediasysteem voor de bedaagde digibeet nog net te volgen. De ruimte achterin is goed en de achterbank is in lengte verstelbaar. Twee minpunten. Een: De loodzware kofferklep zou standaard elektrisch mogen openen en sluiten. Kan Audi fiksen, tegen 686 euro meerprijs – gaan we weer. Twee: De zwevende deurgrepen zetten hun grijpgrage designhaken graag in tassen en jassen. Weg ermee.

Conclusie: Deze bejaarden-SUV rijdt voor 68 mille niet veel beter dan een Volkswagen T-Roc van 35. Afwerking en materiaalkwaliteit stijgen niet zichtbaar uit boven de hoogwaardige VW-doorsnee en ik zie geen Vorsprung durch Technik die het prijsverschil legitimeert. De tijd dat Audi met gerust hart goud kon vragen voor quattro-vierwielaandrijving of kostbare maar lichte aluminium carrosserieën is voorbij, en mijn Q3 heeft nota bene geen van beide. Audi dreigt door een aantal noodlottige spelingen van het lot aan de verkeerde kant van de geschiedenis te belanden; de opkomst van de Koreanen, de interne concurrentie van Volkswagen en Skoda, het stijlgevoel van Volvo met zijn veel sterkere ontwerpen, flitsende interieurs en onverslaanbaar meubilair. Als de elektrische inhaalslag is geleverd, mag de Audi-leiding diepgaand in conclaaf over design- en prijzenstrategie.