Foto Merlijn Doomernik

‘Waarom deden onze vaders mee met de nazi’s?’

Uwe Timm Zijn onlangs vertaalde roman Icarië past in een nieuwe trend in de Duitstalige literatuur: aandacht voor de daders. ‘Alsof met de dood van onze vaders de lades zich ineens hebben geopend.’

Even is Uwe Timm de weg kwijt in Amsterdam als hij het Goethe Instituut niet kan vinden, waar hij ’s avonds een lezing moet geven over zijn nieuwe roman Icarië. „Ik was op het oneven deel van de gracht beland”, zegt hij verontschuldigend bij zijn verlate binnenkomst. „Amsterdam zit ook zo ingewikkeld in elkaar.”

Al decennialang geldt Timm (Hamburg, 1940) als een van de succesvolste hedendaagse Duitse schrijvers. In Nederland werd hij echter pas bekend door de vertaling van zijn Am beispiel meines Bruders (2003), een autobiografische novelle over de omgang van zijn ouders met hun herinneringen aan zijn zestien jaar oudere broer Karl-Heinz, die in 1943 als SS’er in de Oekraïne om het leven kwam. Terwijl die ouders vooral trots op Karl-Heinz zijn, vraagt hun jongere zoon zich af waarom zijn broer zich vrijwillig bij de SS heeft aangemeld. Op die manier schetst Timm een scherp beeld van de Duitse oorlogsgeneratie, waarbij grote vragen over schuldgevoel worden gesteld.

Lees ook de recensie over Icarië: Een wereld van Übermenschen

Ook in Icarië speelt de erfenis van de nazi’s een grote rol. Het is Stunde Null, Duitsland ligt in puin en is bezet door de geallieerden. De jonge Amerikaan Michael Hansen, Duitser van geboorte maar in de VS opgegroeid, keert in april 1945 als militair terug naar Duitsland om de activiteiten van dr. Alfred Ploetz te onderzoeken. Deze in 1940 overleden wetenschapper was de wegbereider van de eugenetica van de nazi’s. Hij voerde het begrip rassenhygiëne in, dat aan de wieg stond van Hitlers selectie- en moordapparaat.

In de Duitstalige literatuur is de nazitijd ineens terug. Wat is er gebeurd?

„De nazi’s, de Holocaust en de vraag waarom het allemaal zo kon gebeuren staan centraal in onze geschiedenis. Al vroeg hielden niet alleen historici zich ermee bezig, maar ook schrijvers als Günter Grass. Maar nu gaan schrijvers een stap verder en verdiepen ze zich in de daders. Alsof met de dood van hun vaders en grootvaders de bureauladen zich hebben geopend. Bij mij gebeurde dat al toen ik na mijn moeders dood het dagboek van mijn gesneuvelde broer las.

„De vraag die deze schrijvers zich stellen is hoe hun vader of grootvader voor de nazi’s kon kiezen. Wat waren hun motieven? Waar kwam hun racistische blik vandaan? Bij het schrijven aan Icarië speelde dat ook. Ploetz was de grootvader van mijn vrouw. Hij begon als socialist en communist, maar dankzij een door hem verkeerd begrepen theorie van Darwin kwam hij bij de rassenhygiëne uit.”

Wat voegen die schrijvers aan de geschiedschrijving toe?

„Iets wat historici niet kunnen, want ze beschrijven de emoties en angst van hun personages. En zelfs dan blijft het de vraag hoe het allemaal heeft kunnen gebeuren.”

Was Ploetz een utopist?

„Hij dacht aanvankelijk in de traditie van Franse utopisten als Charles Fourier en Étienne Cabet. Zo ontwikkelde hij het idee dat je mensen door middel van tucht moest veranderen en je ze door erfelijkheid kon verbeteren. Die erfelijkheidsleer kwam eind 19de eeuw overal sterk op.”

Rassenhygiëne was dus niet alleen in Duitsland in de mode?

„Halverwege de 19de eeuw werd al gedacht dat je mensen kon verbeteren door selectie. De angst dat volken degenereerden was toen wijdverbreid.

„In 1904 werden in de VS voor het eerst mensen met lichamelijke of geestelijke afwijkingen gesteriliseerd. In 1924 gebeurde dat ook in Denemarken, onder een sociaal-democratische regering. Het hing in de lucht dat de mensheid door ontwikkelingen in de geneeskunde steeds zwakker zou worden en er geen sprake meer zou zijn van natuurlijke selectie, zoals Darwin die voorzag.”

Hoe zit dat in de huidige tijd?

„Tegenwoordig is het normaal dat een vrouw een kind laat aborteren. In Duitsland zie je nauwelijks nog kinderen met het Down-syndroom. Alsof die uitgeroeid zijn. Terwijl het een bijzondere vorm van mens zijn is: ze zijn geestig en vrolijk. In Icarië voer ik mijn jeugdvriendje Kareltje op. Tijdens het nazi-regime moesten zijn ouders hem twaalf jaar verborgen houden, omdat hij anders vermoord zou zijn.”

Hoe reageerde men in Duitsland op uw boek, gezien die parallellen met de huidige maakbaarheid van de mens?

„In de recensies had niemand het daarover. Later kreeg ik veel brieven van artsen, die mijn boek hadden gelezen. Het leidde tot discussies op medische congressen over prenatale diagnostiek. En dat deed me goed.”

Is Ploetz een Doctor Faustus, iemand die alleen met de wetenschap bezig is en niet met de uitroeiing van de Joden?

„Aanvankelijk zag hij Joden als een tak van de Ariërs, wat natuurlijk onzin is. Maar naarmate zijn theorie van rassenhygiëne zich ontwikkelde noemde hij de Joden een op geld belust volk. Dat begon in 1894, toen ook in Duitsland het debat over de rassenleer verscherpte, met termen als de reinheid van het Arische ras en andere flauwekul.”

En toen kwamen de nazi’s...

„... die de Übermensch wilden bevorderen. Iemand als SS-leider Heinrich Himmler, een doorsnee kleinburger, zag zichzelf als de reïncarnatie van de middeleeuwse keizer Heinrich I. Zulke verdwaasde opvattingen kom je juist in de nazi-ideologie tegen, niet bij Mussolini, die veel moderner was en zich vooral met hoge kunst en esthetica bezighield. De nazi’s kozen voor Blut und Boden en Lebensborn, het verwekken van reuzen met blauwe ogen en blond haar.”

Foto Merlijn Doomernik

Is Ploetz een kil mens?

„Hij ziet de morele gevolgen van zijn handelen niet in en heeft alleen oog voor de zuivere wetenschap. Kijk naar Robert Oppenheimer en Edward Teller, de Amerikaanse uitvinders van de atoombom. Oppenheimer kreeg enorme scrupules over die bom, terwijl Teller meende dat het morele vraagstuk zich vanzelf zou oplossen. Een wetenschapper zou altijd moeten beseffen dat zijn ontdekkingen ook sociale en morele gevolgen hebben.”

Is die houding van Ploetz exemplarisch voor de nazi-beweging als geheel? Iemand als Himmler had ook geen emoties.

„Juist dat maakt zijn handelen zo onverklaarbaar. Rudolf Höss, de commandant van Auschwitz, werd door iedereen als een liefdevolle vader omschreven, terwijl hij een miljoen mensen ombracht.”

Het raadsel is dus dat men tegelijkertijd zowel het een als het andere kan zijn.

„Er bestond in Duitsland geen correctie op de manier waarop je onder de nazi’s opgroeide, met de propaganda, de Hitlerjugend, de voorbereiding op het militaire leven – ook thuis niet. Van burgerlijke ongehoorzaamheid had niemand gehoord. Mijn moeder, die zeer kritisch was, ook over de nazi’s, heeft nooit tegen me gezegd dat als iets je niet bevalt je zou moeten opstaan om je mening te geven, ook al was de hele klas daartegen.

„Die burgerlijke ongehoorzaamheid ontbreekt in de hele Duitse geschiedenis. Alles draait er altijd om plicht, gehoorzaamheid en dapperheid. Dat autoritaire en superieure komt voort uit de Pruisische traditie en is op militaire leest geschoold. En juist dat is deel van de catastrofe.”

En met de nederlaag van Hitler veranderde alles ineens?

„Toen de Amerikanen kwamen, zeiden de volwassenen tegen me dat ik geen ‘Heil Hitler’ meer mocht zeggen en niet meer met de hakken tegen elkaar mocht klappen. Ze waren ineens bang en anders, al was hun commandotoon niet verdwenen. Een kringleider, een echte nazi, voor wie mijn moeder als de dood was, moest toen de Amerikanen kwamen de goot vegen. Als ze dan in hun jeeps voorbij reden, sprong hij op de stoep. Dat maakte indruk op een kind als ik: hoe de volwassenen ineens klein werden. Later veranderde dat weer, maar in 1945 was het een bevrijding van die Duitse mentaliteit.”

Hoe verklaart u die angst?

„De meeste Duitsers hadden een slecht geweten, ook al wisten ze niet precies wat er gebeurd was. Velen waren nazi geweest en werden ineens onzeker, ook al waren ze vaak meelopers of hadden ze weggekeken. Toch moeten ze ergens beseft hebben dat er iets gruwelijks was gebeurd. Weliswaar wisten ze niet van Auschwitz, maar wel dat de Joden waren afgevoerd. Mijn moeder, een moreel hoogstaande vrouw, verweet zichzelf altijd dat ze nooit aan de buren had gevraagd waar mevrouw Mayer toch was gebleven. Zo’n simpele vraag. Mevrouw Mayer was opgehaald, maar niemand vroeg zich af wat er met haar was gebeurd.”

Die mentaliteitsverandering moet voor de Duitsers een revolutie zijn geweest.

„De manier waarop de Amerikanen zich gedroegen heeft een breuk veroorzaakt in de Duitse mentaliteit. De stof van hun kleren rook al zo anders. Duitse uniformen roken altijd naar leer. En dan was er die kauwgum. Ook zaten ze zo ontspannen in hun jeeps. Dat ik nu jeans draag heeft er alles mee te maken dat ik me nog altijd afzet tegen mijn vader.”

Hoe verging het uw vader in Stunde Null?

„Hij diende bij de luchtmacht, werd gevangen genomen en keerde terug. Toen hij na een paar maanden uit Engelse krijgsgevangenschap kwam, hadden Poolse dwangarbeiders hem zijn mooie laarzen afgepakt. Zo kwam hij aan het einde van zijn officierscarrière op kousenvoeten naar huis.”

Voelde hij zich vernederd?

„Ja, natuurlijk.”

Wat vond uw vader achteraf van Hitler?

„Hij voelde zich bedrogen en misleid. Zijn hele generatie heeft echter met moeite afscheid van die tijd kunnen nemen, ook al bleken hun dapperheid en eergevoel zinloos en absurd te zijn geweest. Mijn vader kon dan wel beweren dat ze bij de luchtmacht niets te maken hadden met de massamoorden, maar door te vechten hadden ze Hitlers moordmachine wel aan de praat gehouden en verlengd. Daarom is die cesuur een groot geluk voor de Duitse geschiedenis, omdat er een einde kwam aan de cultuur van militarisme en gezagsgetrouwheid.”