Opinie

Tijdmachine

Ellen Deckwitz

Onlangs stond er in Vrij Nederland een artikel waarin werd gesteld dat ons land serieus rekening moet houden met de mogelijkheid dat de zeespiegel door de klimaatverandering meer dan twee meter zal stijgen waardoor grote delen van Zeeland onder het water zouden verdwijnen. Mijn Zeeuwse familieleden werden door dat nieuws onrustig, zelfs bij de klimaatsceptici brak het zweet uit (wat niet praktisch was, want meer vocht dus nog snellere stijging etc.). Tijdens de familiedag ging het over weinig anders.

„We hebben net ons huis afbetaald”, mokte mijn Zeeuwse oudtante Klaar. Haar zoon, mijn achterneef Eric, wreef echter in zijn handen.

„Ja, jammer van de erfenis”, begon hij, „maar wel echt vet dat het Zeeland dat wij kennen straks heerlijk bewaard blijft onder het water!” Hij begon een heel verhaal over hoe er in 1647 door een storm bij Domburg restanten van een oude Romeinse tempel het strand op werden geblazen, hoe er drie jaar later duizend jaar oude doodskisten aanspoelden en dat er in 1715 dankzij extreem laagtij plotseling overblijfselen van eeuwenoude nederzettingen bloot kwamen te liggen.

„Door overstroming verandert het land in één groot geschiedenisboek!” zei hij enthousiast. Ik nam hem maar mee naar buiten voor een duinwandeling. Het waaide flink, het zand stoof om ons heen als dikke wierookmist, je waande je haast in een openluchtmis voor een of andere heidense godheid.

„De zee is een grote tijdmachine”, zei hij vol verkneukeling.

‘Straks vinden ze in 2319 Vlissingen terug en denken ze met Atlantis te maken te hebben”, zei ik. „Zou verfrissend zijn”, zei Eric, „weer eens wat anders dan herinnerd te worden als het knooppunt van de trans-Atlantische slavenhandel.”

Het begon harder te waaien, de golven kneedden zichzelf tot steeds grotere bergen. Het leek wel een teaser-trailer van Waterworld. Eenmaal terug bij de familiedag was er inmiddels een fikse ruzie uitgebroken, zoals bij elke familiedag, en dit keer waren het de klimaatontkenners versus de koudwatervrezers. Het opmerkelijke was echter dat het Zeeuwse deel dat vroeger tot de sceptici had behoord, nu opeens stelling nam tegen degenen die zeiden dat het met die opwarming zo’n vaart niet zou lopen. Ik moest denken aan wat historicus Michael Pye schreef in Aan de rand van de wereld: hoe langs de Noordzee het denken van de mensen ingrijpend veranderde onder invloed van het water. „Deze koude grijze zee maakte in een tijd van duisternis de moderne wereld mogelijk”, schrijft hij. En als de voorspellingen uitkomen, dacht ik, slorpt ze diezelfde moderne wereld weer op als een Zeeuw een oester, met alle mogelijke parels van dien.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.