Rijk trekt extra geld uit voor het Holocaust Namenmonument

Het kabinet heeft besloten zes miljoen euro extra uit te trekken voor de aanleg van het monument in Amsterdam.

Staatssecretaris Paul Blokhuis tijdens de Nationale Holocaust Herdenking.
Staatssecretaris Paul Blokhuis tijdens de Nationale Holocaust Herdenking. Foto Remko de Waal/ANP

Het kabinet trekt extra geld uit voor de aanleg van het Holocaust Namenmonument in Amsterdam. Het Rijk draagt 8,2 miljoen euro bij in plaats van de eerder beloofde 2,3 miljoen. Dat heeft staatssecretaris Paul Blokhuis (Volksgezondheid, ChristenUnie) donderdag bekendgemaakt in een brief aan de Tweede Kamer. De bouw van het monument blijkt duurder dan eerder werd gedacht.

Volgens de staatssecretaris komen de totale kosten uit op 14,6 miljoen in plaats van de eerder geschatte 7,7 miljoen euro. Voor nog eens 1,7 miljoen euro staat het Rijk bovendien garant “op het moment dat het niet lukt om de benodigde fondsenwerving te realiseren”, aldus Blokhuis. Andere financiers van het monument zijn onder meer de gemeente Amsterdam en enkele particulieren en bedrijven.

Lees ook: Aan dit monument is alles beladen

Omstreden

Volgens de staatssecretaris is de komst van het monument van belang omdat het “een blijvende herinnering is aan de verschrikkingen van de Holocaust en een indringende waarschuwing tegen discriminatie”. Het monument, ontworpen door de bekende Amerikaanse architect Daniel Libeskind, is een initiatief van het het Nederlands Auschwitz Comité. Het gaat de namen dragen van alle 102.000 Nederlandse Joden, Sinti en Roma die tijdens de oorlog vermoord zijn in de Duitse vernietigingskampen.

De bouw van het monument liep al vertraging op. In eerste instantie zou het monument verrijzen in het Wertheimpark. Maar na protest van buurtbewoners en de weduwe van Wolkers werd dit plan in 2014 afgeblazen. Twee jaar later besloot de gemeente het monument te plaatsen op de groenstrook tussen de Weesperstraat en museum Hermitage Amsterdam. Ook hier tekenden buurtbewoners protest aan. Zo vonden ze dat ze te weinig inspraak hadden gehad en dat het monument hoger was dan is toegestaan. In november 2018 verklaarde een bezwaarschriftencommissie van de gemeente de bezwaren van de buurtbewoners ongegrond. Hiermee kwam een einde aan het jarenlange getouwtrek.