Oppositie Israël bundelt krachten in verkiezingsstrijd

Premier Netanyahu kondigde donderdag aan een alliantie te vormen met twee zeer rechtse partijen om zo eenzelfde soort coalitie te behouden als hij nu heeft.

Oppositieleider Benny Gantz tijdens een verkiezingscampagne op 19 februari.
Oppositieleider Benny Gantz tijdens een verkiezingscampagne op 19 februari. Foto Jack Guez/AFP

Twee belangrijke Israëlische oppositiepartijen zullen in aanloop naar de verkiezingen in april samen optrekken tegen premier Benjamin Netanyahu. Dat hebben de leiders van de centrumpartijen donderdag aangekondigd. De samenwerking wordt gezien als een serieuze electorale bedreiging voor Likud, de partij van Netanyahu.

Op 9 april gaat Israël naar de stembus, zeven maanden eerder dan gepland. Als de samenwerkende oppositiepartijen de verkiezingen winnen en een coalitie kunnen vormen, zullen de partijleiders - oud-generaal Benny Gantz (Hosen Yisrael, ‘Veerkracht voor Israël’) en oud-financiënminister Yair Lapid (Yesh Atid, ‘Er is toekomst’) - rouleren als minister-president. Ook de voormalig minister Moshe Ya’alon (Defensie) sluit zich bij de coalitie aan. Eerder wilde hij nog met zijn eigen partij aan de verkiezingen deelnemen.

Opiniepeilingen voorspellen dat Netanhayu, ondanks de drie corruptieonderzoeken die naar hem lopen, dertig van de honderdtwintig zetels kan bemachtigen in het parlement. Daarmee zou hij eenzelfde soort rechtse coalitie kunnen vormen als hij nu heeft.

Netanyahu gokt met uitschrijven vervroegde verkiezingen: het is alles of niets

Netanyahu kondigde donderdag aan een alliantie te vormen met twee zeer rechtse partijen. Met die samenwerking hoopt hij stemmen te winnen onder volgelingen van de anti-Arabische en extremistische rabbijn Meir Kahane (1932-1990) en zo zijn plek als minister-president te bestendigen. Mocht Netanyahu na de verkiezingen opnieuw een coalitie vormen, wordt hij de langstzittende premier in de geschiedenis van Israël.

Eind december trad de zittende regering af en schreef Netanyahu vervroegde verkiezingen uit. De officiële reden is onenigheid over de omstreden dienstplichtwet voor ultra-orthodoxe joden, maar veel Israëliërs vermoeden dat Netanhayu het deed vanwege de beschuldigingen van corruptie aan zijn adres.