Jong Engels leren – leuk, maar hoe dan?

Taalwetenschap Kinderen die vanaf groep 1 een uur Engels per week krijgen, leren de taal niet beter dan kinderen die er pas in groep 7 mee starten.

Basisschoolleerlingen krijgen Engelse les. Eén op de vijf basisscholen in Nederland biedt vanaf groep 1 één uur Engels per week aan.
Basisschoolleerlingen krijgen Engelse les. Eén op de vijf basisscholen in Nederland biedt vanaf groep 1 één uur Engels per week aan. Foto Hollandse Hoogte

Eén uurtje Engels vanaf groep 1 van de basisschool zet weinig zoden aan de dijk, blijkt uit onderzoek van taalwetenschapper Claire Goriot (Radboud Universiteit). Ze promoveert er deze vrijdag op.

Kinderen die vanaf groep 1 één uur Engels per week krijgen, scoren in dat Engels uiteindelijk niet veel beter dan kinderen bij wie het wekelijkse uurtje Engelse les pas in groep 7 begint. De eerste groep kinderen (20 procent van alle kinderen) krijgt in acht jaar tijd 320 uur Engelse les. De tweede groep 80 uur. Het toch aanzienlijke verschil van 240 lesuren lijkt zich niet uit te betalen in een duidelijk betere beheersing van het Engels.

Goriot onderzocht de woordenschat van de kinderen en hoe goed ze de klanken van het Engels verstonden. Kinderen die al vanaf groep 1 Engels hadden, bleken soms een iets grotere Engelse woordenschat te hebben dan kinderen die pas vanaf groep 7 les kregen. Maar vaak was er geen enkel verschil. „Dat is niet wat je intuïtief zou verwachten”, zegt Goriot. „Het idee is vaak: hoe vroeger ze beginnen, hoe beter en makkelijker ze het leren.”

Hoe ouder de kinderen waren, vond Goriot verder, hoe beter ze typisch Engelse klankverschillen konden herkennen: het verschil tussen k en de Engelse g (zoals in good) en het verschil tussen f en th. Maar tussen de kinderen die vroeg met Engels waren begonnen en die er pas later mee waren begonnen, was geen verschil. Goriot: „In de les is misschien ook te weinig expliciete aandacht voor dergelijke klankverschillen.”

Dat er zo weinig verschil gevonden werd, kan ook komen doordat kinderen het Engels voor een belangrijk deel buiten school oppikken. Wat er in dat ene uurtje Engelse les gebeurt, voegt daar misschien weinig aan toe. Goriot: „Ik kwam kinderen tegen die bijna vloeiend waren in Engels, terwijl ze het op school nog niet hadden gehad.” Hoe krijgen die dat voor elkaar? „Ze pikken het op via media. En uit games. Een kind van een jaar of elf zei tegen mij: ik heb mijn eigen Youtube-kanaal, ik krijg veel reacties, ook in het Engels, en mijn video’s bewerk ik in een Engelstalig programma.” Andere kinderen vertelden dat ze Engels meeleerden van een oudere broer of zus.

Goriot onderzocht ook of het vroege uurtje Engels abstracte cognitieve vaardigheden bevordert, zoals het vermogen om te focussen. Bij mensen die van jongs af aan volledig tweetalig opgroeien, zijn dergelijke cognitieve bij-effecten gevonden. Goriot: „Die kunnen verklaard worden uit hoe tweetaligheid werkt: beide taalsystemen zijn altijd actief, maar je kunt er maar één tegelijk gebruiken. Dat andere schakel je tijdelijk uit. Omdat tweetaligen dat constant doen, trainen ze daarmee als het ware cognitieve vaardigheden – aanzetten, uitzetten, switchen – die ook van belang zijn bij andere, niet-talige bezigheden waarbij je op bepaalde dingen moet focussen en andere dingen moet negeren.”

Heel mooi allemaal. Helaas bleken de kinderen die vanaf groep 1 iedere week een uurtje Engels kregen, ook op dit punt niet beter te scoren dan geheel eentalige kinderen, terwijl kinderen die van huis uit volledig tweetalig waren wél beter scoorden.

Inmiddels biedt één op de vijf basisscholen vanaf groep 1 één uur Engels per week aan. „In heel Nederland”, zegt Goriot, „maar vooral in de Randstad en in het midden van het land.” Langs de grens met Duitsland zijn er scholen die vanaf groep 1 geen uurtje Engels geven, maar Duits. Hoe dat uitpakt, is niet onderzocht. Daarnaast loopt nu bij 19 basisscholen een experiment waarbij die scholen 30 tot 50 procent van het onderwijs in het Engels mogen geven. Iedere twee wordt jaar onderzocht wat dit doet met de taalvaardigheden van de kinderen. De eerste onderzoeken, in groep 1 en groep 3, laten zien dat de kinderen op deze scholen een stuk beter zijn in Engels dan kinderen op andere scholen, en dat dat niet ten koste gaat van hun Nederlandse taalvaardigheid. Hoe het zit met oudere kinderen (groep 5), wordt dit voorjaar onderzocht.

De discussie over wat de beste manier is om kinderen al jong Engels te laten leren, is daarmee nog in volle gang. Goriot: „Uit mijn onderzoek kun je concluderen dat ofwel één uur Engels per week niet voldoende is, ofwel dat de manier waarop dat onderwijs nu gegeven wordt niet effectief is. Mij past enige bescheidenheid, omdat ik niet álle aspecten onderzocht heb: ik heb niet gekeken naar de grammaticale kennis van de kinderen of naar de durf om Engels te spreken. Het zou kunnen dat daar wel positieve effecten zijn.”

    • Berthold van Maris