De ideale lijn van de marathon

42,195 km Schrijver Abdelkader Benali maakt zich op voor de marathon van Rotterdam. Hoe bereidt hij zich voor?

Illustratie Merel Corduwener

Op 7 april zal ik in Rotterdam 42 kilometer en 237 meter gaan lopen en dus niet de 42 kilometer en 195 meter die overal aangekondigd staat. Dat komt doordat de racemanagers van de marathon een correctie van een meter per kilometer toevoegen. Daarover straks meer.

Hoe dichterbij de marathon komt, hoe meer ik ga nadenken over de afstand die ik ga lopen.

De ideale loper loopt natuurlijk over de ideale lijn van de marathon – dat is die blauwe lijn die in de week van de marathon op het wegdek wordt gespoten. Toch is er helemaal niemand die die lijn volgt. Een manager van Afrikaanse hardlopers vertelde me eens dat ze Afrikaanse lopers die aan stadsmarathons mee gingen doen, moesten vertellen dat die blauwe lijn de ideale lijn was. De lopers waren gewend om lekker over het parcours te zwalken.

Dat doe ik ook graag: vrijuit van rechts naar links over het wegdek gaan. Daardoor heb ik het gevoel te versnellen zonder dat ik er moeite voor hoef te doen. Het zorgt voor afwisseling in mijn ritme. En dat heb ik nodig, want als ik te lang in een ritme loop krijg ik sneller het gevoel dat mijn lichaam aan zijn maximum zit. Door wat over het wegdek te dwarrelen, prikkel ik het lichaam om scherp te blijven.

Efficiënt is het niet. De ideale lijn volgen, dat is efficiënt.

Voorafgaand aan de marathon meet een team van professionele parcoursmeters de ideale lijn op, zoals goedgekeurd door de Wereld Atletiek Bond IAAF. Afgelopen maand liepen toplopers in de marathon van Abu Dhabi toptijden, achteraf bleek dat de afstand 200 meter te kort was. De premie voor het wedstrijdrecord mochten de lopers houden, hun toptijd werd geschrapt.

Op een opafiets

Het opmeten van een marathon in Nederland kost 225 euro. Niet met de gps, die is niet accuraat genoeg voor het opmeten van de marathonafstand. De opmeting gebeurt op een opafiets. De opmeters gebruiken daarvoor een ouderwets meetapparaat, de Jones Counter, een eenvoudig tikkertje dat aan het voorwiel van de fiets wordt verbonden.

Om de Jones Counter goed zijn werk te laten doen, wordt het apparaat eerst op een recht stuk grond geijkt. Het luistert allemaal heel nauw, want onderweg kan de temperatuur stijgen. Dat heeft invloed op de bandenspanning – en dat beïnvloedt weer de opmeting. Ik zou er stiknerveus van worden. En dan moet het werk nog beginnen, een nauwkeurige arbeid die ’s nachts wordt verricht want dan is het rustig op de weg. De eerste van het team fietst over het uitgezette parcours, daarachter fietst de tweede de shortest possible route, de derde en vierde van het team rijden daar weer achter om te corrigeren. Dit team wordt begeleid door verkeersregelaars en politie met zwaailichten.

Lees ook over de lifestyle-verandering van Erik Jan Harmens: Niet drinken, niet roken en wel hardlopen - dit was verraad!

Nadat de verzamelde gegevens in een programma zijn opgeslagen, wordt per kilometer de extra meter toegevoegd om enige afwijking te compenseren, in jargon de short course prevention factor. De opmeters brengen mogelijke afwijkingen op deze manier terug tot minder dan een meter.

Het is een hele geruststelling: elke meter die ik afleg in de marathon is door vier mensen gecontroleerd. Ik kan de avond voor de marathon rustig slapen, in het besef dat mocht ik een toptijd lopen, ik de premie niet hoef in te leveren.