Deze griep is mild, maar er kan nóg een griep komen

Medische wetenschap De huidige griepepidemie is veel minder hevig dan die van vorig jaar. Maar de laatste weken komt een nieuw subtype op.

Huisartsen zien veel minder griepachtige patiënten dan vorig jaar
Huisartsen zien veel minder griepachtige patiënten dan vorig jaar Foto ANP / Roos Koole

De griep is dit jaar erg mild. De huisartsen zien veel minder griepachtige patiënten dan vorig jaar, toen er van eind januari tot begin maart een hoge en brede griepgolf over Nederland spoelde. Maar misschien zit het venijn dit keer in de staart.

Dat ligt aan het H3N2-griepvirus. Dat virus vecht sinds 2009 met het H1N1-griepvirus om een plaats in kelen van miljarden aardbewoners. Met wisselend succes. Het ene jaar overheerst H1N1, een jaar later H3N2. Dat zijn allebei influenza-A-virussen. Soms steekt een B-influenza-virus de kop op.

Het probleem met H3N2 is dat het al zo lang in mensen is geëvolueerd dat er verschillende subgroepen zijn ontstaan die ieder een aparte afweerreactie opwekken. Die kunnen niet door één H3N2-vaccin kunnen worden gestopt. De H3N2-vaccincomponenten werken onder meer daardoor de afgelopen jaren überhaupt niet zo goed, stelde de wekelijkse Nieuwsbrief Influenza-Surveillance van RIVM, Erasmus MC en Nivel vorige week nog.

De Wereldgezondheidsorganisatie, die wereldwijd influenzatypen inventariseert, ziet dat er sinds november 2018 op het noordelijk halfrond een subtype (3C.3a) in opkomst is waartegen het huidige vaccin helemaal slecht beschermt. In Nederland zien de laboratoria de laatste weken steeds meer H3N2. „Dat wordt dus nog spannend”, zegt Gé Donker, huisarts-epidemioloog, die bij het Nivel de gegevens verzamelt over patiënten die met griepachtige verschijnselen bij de huisarts komen.

Zo spannend, dat de Wereldgezondheidsorganisatie, geheel tegen een ijzeren gewoonte in, gisteren nog niet heeft besloten welk H3N2-virus wordt gebruikt voor het griepvaccin dat de volgende winter op het noordelijk halfrond wordt gebruikt. Griepvaccins worden jaarlijks aangepast en dat gebeurt voor het noordelijk halfrond steevast half februari. Dan is er genoeg tijd om vaccins te fabriceren die eind oktober worden gebruikt in de griepprikcampagne. De WHO-influenzadeskundigen stelden na drie dagen vergaderen in Beijing de keus voor de H3N2-component een maand uit. Er wordt afgewacht welke H3N2-variant de komende weken de meeste griep veroorzaakt.

Marien Jonkers

Keeluitstrijkjes

Ondanks de milde griep heerst er officieel al tien weken, vanaf 10 december, een griepepidemie in Nederland. Die is uitgeroepen door influenzadeskundigen van het RIVM, het Erasmus MC en het Nivel. Het Nivel krijgt wekelijks gegevens van een veertigtal huisartsenpraktijken die bijhouden hoeveel mensen zich met een ‘influenza-achtig ziektebeeld’ melden. Als dat aantal twee weken lang boven de 51 per 100.000 patiënten stijgt, en als er influenzavirus in keeluitstrijkjes wordt gedetecteerd, kan er een griepepidemie worden uitgeroepen. Die 51 patiënten die zich met griep bij de huisarts melden, staan voor „acht tot tien keer zoveel werkelijke grieppatiënten”, zegt Donker. Lang niet iedereen gaat met griep naar de huisarts. Bij een klein aantal patiënten nemen de huisartsen keeluitstrijkjes die ze naar een laboratorium sturen dat virus probeert te identificeren.

Die laboratoria maten tot eind januari echter maar twee of drie keer per week influenzavirus. Dat komt doordat een influenza-achtig ziektebeeld ook heel goed door andere virussen dan het influenzavirus kan worden veroorzaakt. In die eerste weken van de griepgolf werd steevast meer RS-virus dan influenzavirus gedetecteerd. RS-virus is een virus dat vooral bij heel kleine kinderen ernstige luchtweg- en longziekte kan veroorzaken. Het griepvaccin beschermt alleen tegen influenzavirussen, niet te gen RS-virus en tegen gewonere verkoudheidsvirussen.

„De griepdeskundigen van het RIVM, het Erasmus MC en het Nivel vonden toch in december dat we het een griepepidemie mochten noemen”, zegt Donker. „We kijken naar wat er in ziekenhuizen aan infectieziekten worden gedetecteerd.”

Kwakkelperiode

De officiële wekelijkse influenzabulletins hadden koppen als ‘Weinig griep gemeld in de kerstvakantie’ en ‘Kwakkelend begin van de griepepidemie’. Pas vorige week kwam de boodschap ‘Griepepidemie trekt aan’. In de kwakkelperiode van die eerste weken griepepidemie zagen de laboratoria vooral H1N1-influenzavirussen. De afgelopen weken vonden ze steeds meer H3N2.

Of de griep echt nog doorzet is altijd moeilijk te zeggen. Donker waagt zich niet aan een voorspelling „Het noorden heeft deze week voorjaarsvakantie. Dat doorbreekt de besmettingsketen vaak een beetje.” Volgende week zijn de scholen in het midden en zuiden van het land dicht. Maar aan het eind van die week is het carnaval in het zuiden, waar ook het griepvirus zich thuisvoelt en zich graag over kelen verspreidt.