Recensie

Alle sores van de middenklasse in de VS

Barbara Kingsolver Ook in haar nieuwe roman Unsheltered – twee ogenschijnlijk niet gerelateerde verhalen – toont Kingsolver zich een meesterlijke verteller vol compassie en met een beeldende stijl.

Een jonge vrouw en haar drie kinderen in Oost-Kentucky, 1992
Een jonge vrouw en haar drie kinderen in Oost-Kentucky, 1992 Foto Leonard Freed/Magnum

Al vrij vroeg in deze roman doet zich de opmerkelijkste scène voor van het hele boek. Thatcher Greenwood, de nieuwe natuurkundeleraar van Vineland, New Jersey, gaat op bezoek bij zijn buurvrouw, Mary Treat. Hij treft haar in een wat ongemakkelijke houding aan, met een gekromde elleboog leunend op een tafeltje met planten en potjes. Bij nadere inspectie blijkt ze aan een experiment bezig: ze voert een van haar vingers aan een vleesetende plant, de Dionaea muscipula oftewel de venusvliegenvanger.

Mary Treat heeft echt bestaan. Ze was een excentrieke Amerikaanse biologe in de tweede helft van de negentiende eeuw, die met haar onderzoekingen aanzien verwierf, zij het hoofdzakelijk bij gerenommeerder tijdgenoten als de botanicus Asa Gray en Charles Darwin, met wie zij een uitvoerige correspondentie onderhield. Greenwood vindt in haar een enthousiaste geestverwant in zijn (gedoemde, zoals uiteindelijk blijkt) streven de ideeën van Darwin te doceren in het door christelijke zeloten gedomineerde stadje.

Het is een klein wonder hoe Kingsolver dit hele spul in de hand houdt

Maar Unsheltered van Barbara Kingsolver (1955) kent nog een tweede verhaallijn en die ligt nadrukkelijk in het heden, bijna anderhalve eeuw later, gedurende de aanloop naar de recentste presidentsverkiezing. Het centrale personage is hier de journaliste Willa Knox en haar extended family die zo’n beetje model kan staan voor alle sores van de middle class Amerika. Ze heeft zelf geen inkomsten, haar man Iano is zijn vaste academische aanstelling kwijtgeraakt en zij moeten desondanks zorgen, ook financieel, voor diens ziekelijke vader die, tierend tegen alles wat vies, voos en progressief is, zijn dood tegemoet gaat.

Maar dat is nog lang niet alles. Het boek begint met een tragedie: de zelfmoord van de schoondochter van Willa, kort nadat ze bevallen is van haar eerste kind. Zoon Zeke is lang niet opgewassen tegen het één-ouderschap en dus wordt de baby geparkeerd bij Willa en Iano. En o ja, dan is er ook nog hun opstandige en zeer aanwezige, ‘compulsief eerlijke’ dochter Tig (kort voor Antigone, Iano is van Griekse komaf), die met liefdesverdriet is teruggekeerd uit Cuba. Het is een klein wonder hoe Kingsolver dit hele spul in de hand houdt en door de diverse crises loodst, in vaak treffende dialogen en wondermooi gedoseerde scènes.

Valse hoop

Veel lezers zullen al beginnen te zuchten als ze aan het zoveelste boek beginnen met verschillende verhaallijnen (vaak een uiterste poging de lezer in vredesnaam maar geboeid te houden), maar hier blijken die beide, ogenschijnlijk niet gerelateerde vertellingen wel degelijk functioneel te zijn. En wel wanneer Willa, in haar wanhopige ijver om de financiële situatie van het gezin weer op te krikken, haar vermoeden probeert uit te venten dat het letterlijk in elkaar zakkende huis waar zij wonen ooit door de befaamde Mary Treat is bewoond en dus een waardevol en subsidiabel monument. Als ik meld dat ook dat weer valse hoop blijkt te zijn hoef ik geen spoiler alert in te zetten. Immers: ‘het simpelste zou zijn het hele geval tegen de grond te slaan’, verklaart een ingehuurde expert al in de eerste zin van het boek. ‘Het huis is een rommeltje.’

De negentiende-eeuwse hoofdstukken zijn boeiend en tegen het eind vrij sensationeel wanneer Greenwood zijn nieuwlichtende ideeën openbaar moet verdedigen en een flamboyante medestander in koelen bloede wordt vermoord. Kingsolver benadert het negentiende-eeuwse taalgebruik uiterst trefzeker (zelf verklaart ze zich in dat opzicht schatplichtig aan George Eliot). Een klein bezwaar is dat de research soms wel erg nadrukkelijk door het relaas heen schemert.

Dat maakt mede dat de hedendaagse hoofdstukken toch boeiender zijn. Hoogtepunten daar zijn de knetterende meningsverschillen tussen moeder en zoon enerzijds en dochter Tig anderzijds. Hun dialogen over hun (in de ogen van Tig veel te carrièregerichte) opvoeding en, nou ja, over niets minder dan de toekomst van de planeet, hadden makkelijk in clichés kunnen vervallen, maar omdat Kingsolver er niet op uit is beide vrouwen al te sympathiek voor te stellen, en met name vanwege haar uitzonderlijke talent personages door hun woordkeuze te karakteriseren, worden de argumentaties nergens drammerig. Soms zoekt Kingsolver wat dat betreft wel het randje op, zoals in de volgende dialoog:

Moeder: ‘Ik heb net gehoord dat ons huis op het punt staat gesloopt te worden.’

Dochter: ‘Ma: het permafrost is aan het smelten. Miljoenen vierkante meters.’

Tig ontwikkelt zich, niettegenstaande haar dreadlocks en opstandig-lompe kledij, tegen de verwachting van ouders en lezers zelfs tot het verantwoordelijkste personage van het hele stel. Dat blijkt uit de vanzelfsprekende en bijna terloopse manier waarop ze de zorg over zowel haar grootvader als haar pasgeboren neefje op zich neemt – zonder veel liefde terug te verwachten. Ook niet van haar broer, die ze met zijn werk in de financiële sector medeverantwoordelijk houdt voor de ondergang van de beschaving.

Meesterlijk

Barbara Kingsolver is een schrijver vol compassie; bezorgdheid aangaande de natuur en ook de menselijke rede zijn altijd centrale thema’s geweest in haar romans en essays. Ze is ook een meer dan bekwaam stiliste en dit boek getuigt van een meesterschap in het kneden van wat een complexe thematiek is, tot een overzichtelijke roman, in een bijna altijd muzische stijl. Haar ingreep om de zelfmoord van de schoondochter juist aan het begin van het boek te situeren is meesterlijk, omdat ze er vooral mee kan illustreren hoe de toch niet al te hechte familie zich al kibbelend, bijna vanzelfsprekend rond de diverse problemen sluit. De schoondochter verdwijnt in het verdere relaas.

Kingsolver maakte vooral naam met haar fenomenale, twintig jaar geleden verschenen The Poisonwood Bible, maar ze heeft ook in later werken (met name Prodigal Summer) getoond een verteller te zijn die een brede scope combineert met een goed gedoseerde bevlogenheid en een beeldende stijl. In al deze opzichten is Unsheltered te lezen als een nieuw hoogtepunt in haar oeuvre. Wat een heerlijk boek!