Zijn ontwerpen waren altijd dienend

Friso Kramer (1922-2019) Ontwerper

Iedereen kent Friso Kramers werk: van de bekende comfortabele stoel tot de even bekende groene brievenbus.

Foto Bob van der Vlist

Dat Jan Wolkers niet „van die wekige schrijversbillen” had gekregen, dichtte hij eens toe aan Friso Kramer, de donderdag op 96-jarige leeftijd overleden ontwerper. Wolkers schreef Turks Fruit en zijn andere romans gezeten op Kramers Revolt-stoel, een mijlpaal uit de naoorlogse industriële vormgeving.

De Revolt-stoel. Foto Bob van der Vlist

De Revolt, een everseller sinds hij in 1955 op de markt kwam (de teller staat op ruim 100.000 verkochte exemplaren), is een lichte, ranke, veel steun biedende stoel, die bovendien betaalbaar en nagenoeg onverwoestbaar is. Het frame is gemaakt van gebogen plaatstaal, een noviteit. Rug en zitting zijn van een nieuw soort kunststof, flexibel en toch sterk. Maar de belangrijkste kwaliteit van de Revolt is zijn tijdloosheid. Of zoals Wolkers het formuleerde: „Schitterend aanwezig en tegelijkertijd bijkans onzichtbaar.”

Die vanzelfsprekendheid geldt voor bijna alle ontwerpen van Friso Kramer. Zijn kantoormeubilair, zijn banken voor Schiphol en de NS, zijn groene kunststof buitenbrievenbus, zijn lantaarnpalen, het zijn functionele en dienende ontwerpen, die opvallend onopvallend zijn.

De groene brievenbus. Foto Bob van der Vlist

Liefst lucht ontwerpen

Kramer hoort thuis in het rijtje H.P. Berlage, Gerrit Rietveld en Dick Bruna. Een ontwerper in een modernistische traditie, voor wie soberheid, doelmatigheid en de sociale kant van het vak prevaleerden: altijd de gebruiker voorop.

„Een ontwerper moet zichzelf wegontwerpen”, zei Kramer vaak. En: „Mensen moeten zo’n stoel vergeten en gewoon gelukkig kunnen zijn.” Een directielid van Ahrend, de fabrikant van kantoormeubilair waar hij korte tijd de ontwerpafdeling leidde, prees Kramer ooit als een Mondriaan-achtige ontwerper die altijd terugging tot het minimale: „Het liefste zou hij lucht designen.”

Lees ook dit interview met Friso Kramer uit 2012: ‘Ik heb een zeer gevoelige natuur’

Friso Kramer was de zoon van Piet Kramer, de Amsterdamse School-architect bekend van het woningcomplex De Dageraad en vele bruggen in de hoofdstad. Hij volgde een opleiding tot interieurarchitect aan de kunstnijverheidsschool in Amsterdam, waar hij les kreeg van Bauhaus-architect Mart Stam. Na de oorlog werkte Kramer lang bij De Cirkel, de fabriek voor stalen meubels. Samen met onder anderen Wim Crouwel richtte hij in 1963 Total Design op, het succesvolle ontwerpbureau.

De ‘paaltoparmatuur’. Foto Bob van der Vlist

Nieuwe eisen

Tot op hoge leeftijd bleef Kramer actief. In zijn geval betekende dat vaak eerdere ontwerpen moderniseren. Zo maakte hij de ‘Friso Kramer I’, zijn straatlantaarn uit 1960 die in steden wereldwijd het straatbeeld siert, recentelijk nog geschikt voor led-lampen: de Friso Kramer LED.

De Revolt heeft hij zelfs tweemaal aangepast aan nieuwe eisen. In 1992 maakte hij de stoel twee centimeter hoger. In een vraaggesprek met de Volkskrant zei hij daarover met de hem kenmerkende humor: „Dat is voor al die lange mensen tegenwoordig. Als je ze op straat ziet lopen, zeg je: zielig. Het schijnt door de groeihormonen in het vlees te komen.”

Kramer bekommerde zich ook over milieuvervuiling. Met hartstocht stak hij de afgelopen vijfentwintig jaar soms zijn pleidooi af voor een ondergronds transportsysteem voor mensen en goederen. Ter vervanging van treinen, auto’s en vliegtuigen pleitte Kramer voor een soort buizenpost, met elektromagnetische kussens. In anderhalf uur van Londen naar Berlijn was volgens hem zo geen utopie meer.

    • Arjen Ribbens