Kunstenaar Richard Long tijdens het opbouwen van zijn tentoonstelling in De Pont.

Foto Andreas Terlaak

Richard Long wist van wandelen kunst te maken

Richard Long Al ruim een halve eeuw wandelt de Britse kunstenaar Richard Long de wereld over. Onderweg laat hij sculpturen achter, van steen of hout of zand. Museum De Pont toont nu een overzicht van zijn werk.

Het geluid van steen op steen echoot door de voormalige fabriekshal van museum De Pont. Met doffe klappen stapelt de Britse kunstenaar Richard Long stukken rode leisteen op elkaar. Af en toe neemt hij even afstand en kijkt hij peinzend naar de meterslange lijn die zich op de museumvloer vormt – als een schilder die zijn compositie evalueert. „Hij moet nog iets langer worden”, zegt hij dan. En dus begint hij weer te zeulen en schuiven met de brokstukken, net zo lang tot ze een mooie, regelmatige rechthoek vormen.

Vijf steenwerken liggen er al op de betonnen vloer van De Pont: twee kruizen, twee cirkels en een lange lijn. En al die stukken basalt, graniet en leisteen heeft Long de afgelopen dagen door zijn handen laten gaan. „Ik ben een beeldhouwer, dit is wat ik doe”, zegt hij, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is dat je als 73-jarige kunstenaar, die inmiddels in alle grote musea ter wereld geëxposeerd heeft, dit zware werk nog zelf doet. Afzien, bikkelen, je grenzen opzoeken en eroverheen gaan, dat is wat Long al meer dan een halve eeuw doet.

Richard Long (Bristol, 1945) was eind jaren zestig samen met zijn studiegenoot Hamish Fulton de eerste kunstenaar die van wandelen kunst maakte. Dat begon in 1967 met het inmiddels iconische kunstwerk A Line Made by Walking, waarvoor de destijds 22-jarige kunststudent vanuit Londen de trein richting het platteland van Surrey nam. Hij stapte uit, spotte een onbestemd stukje grasland en begon heen en weer te lopen, tot er na een minuut of twintig een kaarsrecht paadje van platgetrapt gras was ontstaan. Long maakte er wat foto’s van, nam vervolgens de eerstvolgende trein terug, en liet het rolletje bij een lokale drogist ontwikkelen.

Richard Long: Red Slate Line (1986). Foto Andreas Terlaak

Het was het startpunt van een eindeloze reeks wandelingen, die hem van de Zuidpool tot Alaska en van de Himalaya tot Australië bracht. Tijdens die tochten maakt hij soms ter plekke kunst in het landschap, door stenen in een cirkel te rollen, of takken tot een rechte lijn te schuiven en die vast te leggen op een foto. Soms is het resultaat van een wandeling louter de sobere omschrijving ervan, in een paar woorden aangebracht op de museummuur. ‘Megalithic to subatomic’, staat er nu bijvoorbeeld in zwarte kapitalen in De Pont geschreven. Die drie woorden omvatten een wandeling van 603 mijl (970 km) die Long in 2008 maakte gedurende negentien dagen, van de prehistorische menhirs in het Franse Carnac naar de hypermoderne deeltjesversneller in het Zwitserse Cern.

Hij wandelt nog steeds zoveel als hij kan, zegt Long, al heeft hij inmiddels wel wat last van een stijve rug en versleten knieën. „Er zitten aardig wat kilometers in deze benen”, lacht hij. Toch maakt hij met zijn lange, tanige lijf nog een zeer fitte indruk. Gekleed in afritsbroek, bergschoenen, rood T-shirt en een witte bandana is het alsof hij zojuist naar Tilburg is komen lopen.

Het atelier uit

„De belangrijkste stap die ik heb gemaakt”, zegt Long, terugkijkend op zijn carrière, „is dat ik mij al snel realiseerde dat de wereld buiten het atelier veel interessanter was dan erbinnen. Toen ik nog thuis woonde, bij mijn ouders in Bristol, maakte ik al mijn eerste kunstwerken door in de tuin rechthoeken of cirkels van turf uit de grond te steken. Later, op de St. Martin’s School of Art in Londen, bouwde ik met water en zand sculpturen op het dak van de academie. Met A Line Made by Walking bracht ik het idee van afstand in een kunstwerk. En tijd, dat ik als de vierde dimensie beschouw.”

Er hing veel in de lucht, in die roerige jaren zestig, vertelt Long. In Europa begonnen de kunstenaars van Arte Povera beelden te maken van gevonden materialen. In Amerika trokken land-artkunstenaars als Robert Smithson en Michael Heizer de woestijn in om kunst te maken. Minimalisten als Robert Morris en Carl Andre bouwden hun geometrische sculpturen zonder sokkel, direct op de museumvloer. Long snoof dat allemaal op, maar was nooit helemaal in een hokje te stoppen. Zijn werk leende elementen van performancekunst en conceptuele kunst, maar was speelser en poëtischer. Terwijl de Amerikanen met bulldozers geulen groeven in het landschap, plukte Long madeliefjes in een rechte lijn in het gras. „Ik denk dat A Line Made by Walking het ultieme Arte Povera-werk is”, zegt Long nu. „Omdat het gaat over iets maken uit niets. Het is heel minimalistisch.”

In Londen studeerde Long samen met onder meer de Nederlandse kunstenaar Jan Dibbets en het Britse duo Gilbert & George. „Zij waren de eersten aan wie ik mijn foto’s liet zien. Als jonge kunstenaar maak je in de eerste plaats werk voor je medestudenten. Dus zij vormden mijn ‘peer group’. Dibbets was heel belangrijk voor me, omdat hij snapte wat ik aan het doen was. Hij was iets ouder, dus hij kende de kunstwereld goed. En hij was al getrouwd, wat hem in onze ogen nogal exotisch maakte.”

Zaaloverzicht met werk van Richard Long in De Pont.
Courtesy Richard Long/ Lisson Gallery. Foto Gert-Jan van Rooij
Zaaloverzicht met werk van Richard Long in De Pont.
Courtesy Richard Long/ Lisson Gallery. Foto Gert-Jan van Rooij

Wat er rond dezelfde tijd in Amerika gebeurde, hield Long niet zo bezig. „Sommige van mijn medestudenten spelden het tijdschrift Artforum, maar ik was daar niet in geïnteresseerd.” Ook nu nog voelt hij zich niet prettig bij het label van ‘land art’ dat vaak op zijn werk geplakt wordt. „Land art is echt een Amerikaans fenomeen. Die kunstwerken zijn gemaakt met machines. Je hebt veel geld nodig om al dat land te kunnen kopen. Ik ben een Britse kunstenaar die in de vrije natuur werkt. Dat betekent overigens niet dat mijn werk niet over schaal gaat. Mijn wandelingen kunnen duizend mijl groot zijn – veel groter dus dan die Amerikaanse kunstwerken.”

Het grote verschil, zegt Long, is dat hij geen sculpturen maakt voor de eeuwigheid. De plekken waar hij zijn kunst heeft gemaakt, houdt hij voor zichzelf. „Ik ben niet geïnteresseerd in het maken van monumenten. Fotografie geeft mij de vrijheid om kunst te maken in complete eenzaamheid, op de top van een berg of middenin de Sahara.”

Steencirkels en muurtjes

Als kind al werd Long vaak door zijn ouders mee uit wandelen genomen. Zijn grootouders woonden aan de rand van het natuurpark Dartmoor, een gebied vol steencirkels en megalieten. Het kale, rotsige landschap, waar het vee omheind wordt door muurtjes van gestapelde stenen, heeft hem diep beïnvloed.

„Die muurtjes zijn deel van mijn cultuur, het Engelse landschap is mijn thuislandschap. Ik keer vaak terug naar landschappen die daarop lijken, zoals de Schotse hooglanden of de stenige kust in het westen van Ierland. Je zult op mijn foto’s niet veel bomen aantreffen. Een paar jaar geleden ben ik voor het eerst naar de Amazone gereisd om daar een cirkel van bladeren te maken. Tot dan toe was ik nog nooit in de jungle geweest.”

Nog altijd is de omgeving van Bristol zijn voornaamste werkterrein. Long wijst op de tekst aan de muur achter hem, die twee wandelingen uit 1996 omschrijft: ‘A walk of 24 hours: 82 miles’ en ‘A walk of 24 miles in 82 hours’. „Beide heb ik dichtbij huis gemaakt, over Engelse ‘country lanes’. Het idee van tijd was in dit werk het uitgangspunt. Bij de eerste wandeling moest ik bijna non-stop lopen, en kon ik alleen stoppen om te eten en te plassen. De andere was juist een heel rustige wandeling.”

Herinnert hij zich het afzien en de blaren, nu hij die woorden terugleest? „Natuurlijk, ik draag een stukje van al die wandelingen in me mee. Maar mijn werk draait niet om de herinnering. Ik ben geen toerist of schrijver. Mijn werk is nooit anekdotisch. Het onderwerp van mijn kunst is dat wat je ziet: een lijn van stenen in de Himalaya bijvoorbeeld. Als toeschouwer moet je de ervaringen er zelf maar bij bedenken: dat ik echt die berg op ben geklommen, totdat ik de juiste gletsjer had gevonden.”

Kompas en kaart

Hij is nog steeds een ‘oldskool’ wandelaar, vertelt Long. Aan Google maps of moderne satellietapparatuur heeft hij geen boodschap. Hij wandelt nog gewoon met een kompas en kaarten van papier. Hij heeft geen oordopjes in met muziek, want dat leidt alleen maar af. „Ik houd ervan om in het hier en nu te zijn.” Ook zijn 35mm-spiegelreflexcamera is nog analoog. „De vraag is hoe lang ik dat nog kan volhouden. De rolletjes zijn steeds moeilijker te krijgen, en het afdrukken op fotopapier wordt ook steeds lastiger.”

Lees ook deze bespreking van het grote retrospectief van Richard Long in Tate Britain in 2009: Het landschap op scherp zetten

Na een halve eeuw wandelen weet Long hoe het is om in de natuur te overleven. „Ik kan voor mezelf zorgen ja”, lacht hij. „Het is een geweldig genot dat ik dat op mijn leeftijd nog steeds kan doen. Ik houd van de wildernis, van drinken uit de rivier en slapen onder de sterren. Om iedere avond op een andere plek te overnachten en nooit te weten waar je die dag zal eindigen. Mijn werk komt echt voort uit mijn liefde voor wandelen en kamperen. Daar wilde ik kunst van maken.”

Hij wilde iets origineels doen, zegt Long: „Ideeën in de wereld brengen waar niemand eerder aan gedacht had. Zoals wandelen van de ene regenbui naar de andere. Of Dartmoor doorkruisen in een rechte lijn, dwars door beken en over muurtjes heen. Ik vind het nog steeds een opwindend idee, dat ik waarschijnlijk de eerste en de enige in de wereld ben die dat ooit heeft gedaan.”

    • Sandra Smallenburg