Tussen voorlichting en voyeurisme

Zap Er is een tekort aan indringende vragen, suggereren de nieuwste tv-programma’s. Het tegendeel blijkt waar.

Alcoholist Piet in ‘Ik durf het bijna niet te vragen’.
Alcoholist Piet in ‘Ik durf het bijna niet te vragen’.

Een vreemde aankondiging voor een nieuw programma: „In Ik durf het bijna niet te vragen geven onbegrepen Nederlanders antwoord op de meest indringende en soms choquerende vragen van kijkers, en rekenen ze af met de vooroordelen en stigma’s die mensen over hen hebben.” Bij een ‘onbegrepen Nederlander’ (aren’t we all) moet je, zo blijkt, denken aan nudisten, ongeneeslijk zieken of mensen met een gezichtsaandoening.

De impliciete boodschap lijkt dat er een tekort is aan indringende vragen – terwijl ik de indruk heb dat er op de Nederlandse televisie onophoudelijk vrijpostige vragen worden gesteld aan mensen in uitzonderlijke of moeilijke situaties. Televisiemakers voelen zich vaak senang in het schemergebied tussen voorlichting en voyeurisme.

Zie bijvoorbeeld de twee programma’s die dinsdag op NPO3 voorafgingen aan Ik durf het bijna niet te vragen. Eerst was er een terugblikaflevering van Hij is een zij (KRO-NCRV), dat leeft van vragen als: „Op een gegeven moment heb je je penis. En toen?” Transgender Ryan vertelde daarop een pijnlijk verhaal over een abces, een plasbuisontsteking en het vooruitzicht van een nieuwe operatie.

Daarna volgde Je zal het maar hebben(BNNVARA), waarin aan een man met een gat in zijn verhemelte werd gevraagd of dat niet lastig was met tongen. Niet dat het een slecht of flauw programma is. Jurre Geluk interviewt met veel empathie, nu onder meer een twintiger die werd geboren met hersenbeschadiging door alcoholgebruik tijdens de zwangerschap, waar een akelige familiegeschiedenis achter schuilging.

Ik durf het bijna niet te vragen (ook BNNVARA) sloot daar thematisch bij aan. De eerste aflevering was gewijd aan alcoholisten. De setting was sober. De alcoholisten zaten voor een witte wand en lazen de (door de ‘kijkers’ kennelijk al vóór de eerste uitzending ingezonden) vragen voor van voorgedrukte kaartjes. Soms verschenen tekstfragmenten in grote letters aan de zijkant; er klonk een muziekje dat net te kek was.

De eerste vraag was de beste: „Heb je nu gedronken?” Twee van de onbegrepenen antwoordden bevestigend („Ja, heel veel”) en dat was ze aan te zien.

Het geheel van de vragen bleek van een versuffende voorspelbaarheid. Wanneer waren de alcoholisten begonnen, wat was er zo lekker aan drank, waar hadden ze het meeste spijt van, misten ze (de meesten waren ex-drinkers) de alcohol? De antwoorden waren verstandig en klonken eerlijk – maar we hadden ze al veel vaker op de zender gehoord.

De alcoholist sprak met een mengsel van gelukzaligheid en agressie dat mij vertederde

Twee ondervraagden bleken moeder en dochter, wat een opmerkelijk effect had toen het over rijden onder invloed ging. De moeder zei zeker te weten dat álle alcoholisten zich daar weleens schuldig aan hadden gemaakt. Daarop kwam haar dochter in beeld, die zei dat werkelijk nooit te hebben gedaan, na alle doodsangsten die ze op de achterbank had uitgestaan als haar moeder weer eens over de weg slingerde.

De tragiek van de alcoholist zag je bij de twee nog drinkende mannen, die ongeremd en onvoorspelbaar waren. Een van hen pleitte heftig voor een alcoholverbod. De ander was Piet, de oudste van het stel. Hij sprak met een mengsel van gelukzaligheid en agressie dat mij vertederde: „Het is de leukste verslaving die je in je leven mee kan maken. Ik zou er niet eens vanaf willen.” Later: „Korsakov heb ik in mijn achterzak, dementie in mijn binnenzak.”

Het waren de momenten waarin verlokking en gevaar van de drank in hun verstrengeling zichtbaar werden. De meest memorabele momenten ook – en ook die waarop ik me het meest een voyeur voelde.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.