Maarten Engeltjes tijdens de opnames van hun cd in een kerk in Elburg.

Foto Merlin Daleman

Maarten Engeltjes: ‘Ik zocht een Bach met wat meer peper en zout’

Klassiek Countertenor Maarten Engeltjes droomde al geruime tijd van een eigen barokorkest. Dat werd PRJCT Amsterdam. De eerste cd, gewijd aan onbekende aria’s van Bach, komt deze week uit.

Hier, in de Nicolaaskerk uit 1450, begon hij als sopraan van vier met zingen in het jongenskoor. Countertenor Maarten Engeltjes, inmiddels 34 en vader van twee jonge zoontjes, zingt een frase voor uit het Pie Jesu van Andrew Lloyd Webber. Het was zijn eerste solo, lacht hij. De kerkakoestiek is uitstekend. Ruimtelijk, maar niet té.

Het Hanzestadje Elburg is vertrouwd terrein voor Engeltjes: tot zijn vijftiende bleef hij het Holland Boys Choir trouw. Vormende jaren. „Maar juist doordat ik zo jong ben begonnen met zingen, werd de behoefte aan iets nieuws en iets anders ook onstuitbaar.”

Zijn debuut-cd bracht Engeltjes in 2007 zelf uit, met van zijn vader geleend geld. In 2014 organiseerde hij kerstconcerten naar Engels model, met zijn oude jongenskoor.

De ondernemerszin culmineerde in 2017 in de oprichting van PRJCT Amsterdam, Engeltjes’ eigen barokorkest, bezet met jonge musici. Organiseren, managen, zingen, dirigeren: hij doet alles zelf. „Al is het niet zonder gevaar. Om als zanger emoties te kunnen overbrengen, moet je ontspannen zijn als een gummibeer en compromisloos in je focus. Als er dan ergens in je systeem nog stress rondgiert over een te laat bezorgd orgel, is dat wel lastig.”

Tot nu toe waren alle concerten van PRJCT Amsterdam succesvol. „Met zijn eigen ‘band’ lijkt Engeltjes’ stem bevrijd uit de eigenzinnige harnassen van barokdirigenten”, signaleerde een recensent. Maar dat maakt de ambitie een barokensemble aan het Nederlands muziekbestel toe te willen voegen niet minder opmerkelijk. Er zijn er immers al verscheidene, van Ton Koopmans Amsterdam Baroque Orchestra tot het Orkest van de 18de Eeuw, de Nederlandse Bachvereniging en Holland Baroque – en dat lijstje is incompleet. En al die ensembles hadden het regelmatig moeilijk. Wel subsidie/ geen subsidie. Alleen en/ of vooral nog concerten geven in het buitenland, waar de uitkoopsommen hoger zijn en concerten dus rendabeler.

Maar bij Engeltjes leefde geen waaromvraag. Wel het dringende verlangen het allemaal anders in te richten, en het inzicht dat een leven als internationaal operasolist bepaald niet zaligmakend is wanneer je je carrière succesvol wilt combineren met een privéleven; één operarol betekent immers ook twee maanden weg van huis.

„Maar het voornaamste motief voor het stichten van PRJCT Amsterdam is dat ik als professioneel zanger al zestien jaar ervaar wat werkt voor een publiek en wat niet, waar en wanneer de aandacht verslapt”, zegt hij. „Als ik generaliseer wil de oude generatie barokmusici liever niets veranderen aan de vertrouwde concertpraktijk. Jongere clubs als Holland Baroque willen dat wél, maar zij zetten sterk in op cross-overs. Ik zit er tussenin. Met PRJCT Amsterdam wil ik concerten geven die een aantrekkelijke vorm en een duidelijke thematiek hebben, maar aan de inhoud van de muziek wordt níét getornd. Als we Bach doen, is het Bach. En niet Bach met een elektrische gitaar.”

In het eerste concertprogramma van PRJCT leidde schrijver Frans Thomése het Stabat Mater van Pergolesi in met fragmenten uit zijn rouwroman Schaduwkind. Voor het programma van afgelopen herfst, Vergeten aria’s, weekte Engeltjes altaria’s van Bach los uit hun cantatecontext om een „breder publiek ervan te doordringen dat Bach meer hartverscheurende altaria’s componeerde dan ‘Erbarme dich’.” Deze week begint de tournee van het concertprogramma Virtuoso!, gewijd aan coloratuuraria´s van Monteverdi, Cavalli en Vivaldi.

‘Als musici het idee hebben dat hun stem wordt gehoord, maken ze op een andere manier muziek’

Directe democratie

De eerste cd van PRJCT Amsterdam is deze week uitgekomen. Het album is gewijd aan voornoemd Bach-programma. Forgotten Arias is de titel, al is het album gericht op de Nederlandse markt. „Natuurlijk zijn die aria’s in de perceptie van kenners helemaal niet écht vergeten”, geeft hij toe. „Maar ik zing niet alleen voor kenners.”

Engeltjes ging met zijn cd-plan de boer op en kreeg een ja-woord van Sony. Dat een groot en gerenommeerd label zich achter zijn project schaarde, stemt trots, zegt hij. „Sony geeft extra gewicht aan de cd, mensen nemen dat waar als een soort kwaliteitskeurmerk. Naming en branding zijn ook in de klassieke muziek factoren van belang.”

Tijdens een van de eerste opnamesessies in de Elburger Nicolaaskerk snap je direct waarom Engeltjes ervoor koos te investeren in een echt goede technicus. Karel Bruggeman van Polyhymnia is een stille kracht met röntgenoren, die zich tijdens de opnamesessie van de aria ‘Schläfert alle Sorgenkummer’ direct doen gelden.

Bruggeman: „Maarten, wat ik hier hoor, voelt te zwaar aan. Omdat je na de lange noten niet naar het initiële tempo terugkeert.”

Engeltjes: „Ja? Ik vond dit zelf wel werken. Zeker gezien de tekst. Maar ik snap wat je zegt. Het kan misschien wat lichter, onschuldiger.”

Bruggeman: „Ja. En het is ook nog heel erg niet samen.”

Engeltjes: „Eerst lunch?”

Bruggeman: „Nee, eerst het B-deel van de aria.”

Engeltjes: „Oh. Oké. Nog geen lunch. Sorry, guys.”

Barokorkest PRJECT en Maarten Engeltjes tijdens de opnames van hun cd in een kerk in Elburg Foto Merlin Daleman

„Het is bijzonder dat we bij deze cd-opname zo direct samenwerken – een beetje zoals in kamermuziek”, zegt Bruggeman na afloop in de techniekkamer, met dempende Perzische kleedjes op de mengtafel die provisorisch is opgesteld in een zijbeukje van de kerk.

„Maarten is de muzikaal leider, een dirigent is er niet. Alle musici zijn daardoor op een directe, democratische manier betrokken. Ze komen om beurten binnenlopen om te beluisteren hoe een take klinkt. Het enige risico is dat het opnameproces trager verloopt.”

Engeltjes: „Ik noem dat een organische samenspraak. Maar de concertmeester liet ook al doorschemeren dat hij zoveel meningsuiting door alle musici elders niet gewend is.” Hij lacht. „Het mag dus misschien nog iets duidelijker worden dat ik de eindverantwoordelijkheid heb binnen PRJCT Amsterdam. Maar in essentie geloof ik in deze werkwijze. Als musici het idee hebben dat hun stem echt wordt gehoord, maken ze op een andere manier muziek.”

Dapper

Maar op deze ochtend morren de musici toch een beetje. Niet over de artistieke besluitvorming, niet over de uitgestelde lunch, wel over de bereikbaarheid van het stationsloze Elburg met zijn infrequente busverbindingen. Hoezo PRJCT Amsterdam?

„Dat deze plek zo afgelegen is, is wel het enige nadeel”, grijnst Engeltjes. Want verder is er een overdaad aan rust en (parkeer-)ruimte. Een ontspannen koster, die niet wordt opgejaagd door een randstedelijk strakke verhuurplanning. En een ruime pastorie, die dienst doet als werkstation van het PRJCT-productieteam. Dat bestaat uit de onvermoeibare vrijwilligers Josje Calff en Hansje Vlam, beiden recent gepensioneerd en uit eigen beweging op Engeltjes afgestapt.

„Normaal doe ik zulke dappere dingen nooit”, zegt Calff, voormalig hoofd van de bibliotheek van de Vrije Universiteit in Amsterdam. „Maar ik hoorde Maarten over PRJCT Amsterdam vertellen op tv. En toen dacht ik: daar kan ik wel wat betekenen.”

Maarten Engeltjes: „Zonder Josje en Hansje was ik nergens. Ze zitten nog in de flow van een 80-urige werkweek en richten al die energie nu op PRJCT Amsterdam. Vraag ik een businessplan, zit het drie dagen later in mijn inbox. Bizar. Ze regelen alles, tot en met een huurbusje waar het klavecimbel straks precies in past. Dat is ontzettend fijn.”

En ook noodzakelijk. PRJCT Amsterdam krijgt geen subsidie. Engeltjes selecteerde de musici – de meesten van zijn eigen leeftijd of jonger en opvallend goed – eigenhandig.

Hoboïste Tatjana Zimre bijvoorbeeld, en concertmeester Josef Zák. „Ik had voor het ensemble honderd mensen kunnen bellen die ervarener zijn, dus als collectief sneller op niveau”, zegt hij. „Maar jonge mensen verdienen kansen en tijdens concerten komt er veel energie vrij bij ze. Dat is ook van grote meerwaarde.”

Uiteindelijk is het doel zo’n twee tot drie concertprojecten per seizoen te realiseren. Een zakelijk leider wordt op dit moment gezocht, want het doel is wel dat PRJCT Amsterdam tot de kring van vaste gesubsidieerde ensembles toetreedt.

De samenstelling van de Bach-cd, waarvoor hij vele tientallen uren even zovele cantates beluisterde, dwong hem te focussen. Dat proces zette dan ook weer aan tot nadenken over smaak en stijlopvatting. „Ik zocht een Bach met wat meer peper en zout dan op de meeste opnames die ik beluisterde”, zegt hij. „Een niet dogmatische, intuïtieve benadering: alsof je op Italiaanse wijze kookt met de ingrediënten die in huis zijn. Natuurlijk zitten in mijn achterhoofd de opvattingen opgeslagen van pioniers als Gustav Leonhardt of Ton Koopman, met wie ik nog steeds veel samenwerk. Maar ik wil vooral het publiek kietelen met de grote emoties die ik bezing. De kracht van die muziek is zo groot.”