‘Onderhandelen over loon heeft áltijd zin’

Zeven tips Nu de personeelstekorten oplopen, is dit hét moment om te onderhandelen over opslag. Maar wat als je werkgever niet thuis geeft?

Illustratie Studio NRC

Het klinkt nog redelijk, die 2,8 procent waarmee de salarissen dit jaar gemiddeld stijgen, volgens de voorspelling van het Centraal Planbureau. Maar dat valt tegen. Want pas wanneer je de verwachte inflatie ervan aftrekt, weet je wat je echt overhoudt: een stijging van 0,4 procent . En dat in tijden van hoogconjunctuur.

„Vanaf 2010 zijn de gemiddelde salarisverhogingen in het Nederlandse bedrijfsleven opvallend constant geweest”, zegt beloningsadviseur Rob Westrek van Korn Ferry. „Er doet zich nu zelfs de gekke situatie voor dat je eerder méér overhield aan je loonsverhoging dan nu, omdat in economisch minder sterke jaren de inflatie lager was.” En dat lijkt onlogisch, in een tijd dat werkgevers klagen over ernstige personeelstekorten.

„Dit is daarom een goed moment om wat meer te vragen”, vindt Ingrid van Nieuwkuijk van Professionals FNV, dat onder meer trainingen geeft over salarisonderhandelingen. Maar heeft dat wel zin, op het moment dat werkgevers vasthouden aan beleidsregels voor salarisverhogingen, die in ongeveer 80 procent van de gevallen zijn vastgelegd in een cao? Ja, zegt Van Nieuwkuijk. „Als je weet dat je waardevol bent voor je werkgever, dan heeft onderhandelen altijd zin.”

We durven langzamerhand weer van baan te switchen: hoe zorg je ervoor dat je bij zo’n overstap meer gaat verdienen?

Het merendeel van de Nederlandse bedrijven hanteert een zogeheten minimum-cao, waarbij een afwijking naar boven altijd is toegestaan. De meeste managers vallen bovendien helemaal niet onder de cao. Hetzelfde geldt voor een groeiend aantal kleinere bedrijven, onder meer in de IT.

Weigert je werkgever een opslag onder het mom van de regels, geef dan niet te snel op, is het advies van Van Nieuwkuijk. Focus eens een half jaar op dat hogere salaris en kom er ondertussen een paar keer op terug, is haar tactiek. Zit er nog steeds geen beweging in? Dan wordt het tijd om over interessante alternatieven te gaan nadenken. Want die zijn er.

  1. Bonus

    Zet in op een bonus, adviseert Van Nieuwkuijk. Dat levert de werkgever geen structurele extra kosten op, dus die zal hiertoe sneller te bewegen zijn. Wijs op een project dat je naar tevredenheid hebt afgerond of een ander meetbaar succes. Jaloerse collega’s zijn het gevaar, maar volgens Van Nieuwkuijk wordt zo’n bonus vaak toegekend zonder er ruchtbaarheid aan te geven. „Het gebeurt nogal eens in het geheim, en dan wordt van de werknemer ook discretie gevraagd.”

  2. Opleiding

    Een opleiding uit de onderhandeling slepen, dat moet volgens Rob Westrek van Korn Ferry ook wel lukken. De kosten voor een opleiding zijn voor de werkgever aftrekbaar en het is makkelijker uit te leggen aan collega’s. Je gaat immers je kennis of vaardigheden bijspijkeren. Omdat opleidingen buiten het vaste beloningsbeleid vallen, heeft je leidinggevende de vrijheid er scheutig mee te zijn. Stel wel een opleiding voor die relevant is voor je functie, adviseert Westrek. „Om iets heel anders vragen, is een beetje link. Dan denkt je werkgever misschien dat je een heel andere kant op wil in je carrière.”

  3. Verlof

    Een sabbatical van een paar maanden is ook te onderhandelen. Dat kost je werkgever geen geld, maar wel werkkracht. „Een behoorlijke aderlating voor het bedrijf, maar als je aannemelijk kunt maken dat je het verdiend hebt, dan kan het wel lukken”, aldus Westrek. Meer vakantiedagen vragen heeft volgens de experts daarentegen weinig zin. Dat veroorzaakt scheve ogen bij collega’s. Alleen als het om vrije dagen voor mantelzorg gaat, verwacht Van Nieuwkuijk dat je baas wel zal zwichten.

  4. Auto van de zaak

    Heb je nog geen auto van de zaak, dan kan het lonen om je arbeidsvoorwaardenpakket nog eens te bekijken. Misschien rijd je wel zoveel voor je werk, dat je (bijna) in aanmerking komt voor een leaseauto. Die paar kilometers die je nog tekort komt, doet je werkgever je vast wel cadeau. Bovendien is het best mogelijk dat je nog meer opties tegenkomt, als je de arbeidsvoorwaarden doorspit. Volgens beloningsadviseur Westrek laten werknemers hier nog vaak mogelijkheden liggen.

  5. Thuiswerken

    Als je dat nog niet doet, zullen de meeste werkgevers de vraag om een dag in de week thuis te werken wel honoreren. En een laptop en een zakelijke mobiel zitten er bij regelmatig thuiswerken ook nog wel in, denkt Westrek.

  6. Nieuwe projecten

    Vraag aan je leidinggevende of je spannende, nieuwe projecten kunt doen of kunt meelopen op een andere afdeling. Net als een goede opleiding volgen, kun je dat zien als een investering in een promotie, vindt Rob Westrek. Sleep je die hogere functie te zijner tijd in de wacht, dan kun je opeens een salarisverhoging van 5 à 10 procent tegemoet zien. Westrek: „Je moet ervoor zorgen dat je jezelf in zo’n positie manoeuvreert dat je werkgever er in de toekomst eigenlijk niet onderuit kan je een promotie en dus een hoger salaris te geven.”

  7. Weggaan

    Voor nieuwe werknemers zijn werkgevers vaak wél bereid tot een flinke toeslag op het standaardsalaris. Zeker voor beroepsgroepen waarin schaarste heerst, zoals data-analisten, elektrotechnici of goede sales-mensen. In dat geval kun je volgens beloningsadviseur Rob Westrek makkelijk een sprong van 5 tot 10 procent maken. „Zit je in een gewilde categorie en wil je een salarisverhoging, dan ben je bijna genoodzaakt om óf promotie óf een overstap te maken.”

    Veel millennials, de generatie die tussen 1981 en 2000 werd geboren, zijn overigens helemaal niet zo gespitst op geld. Dat blijkt uit onderzoek dat accountants- en adviesbureau Deloitte en techstart-up Crunchr vorig jaar uitvoerden. Als zij opstappen is dat eerder omdat ze hun baan niet interessant genoeg meer vinden.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.