Opinie

Onder de keurige jas van dat -isme gaat Jodenhaat schuil

antisemitisme

Commentaar

Goed, duizenden Parijzenaars, de premier, ministers en twee oud-presidenten demonstreerden dinsdagavond eensgezind tegen antisemitisme. Mooi, dat zo veel mensen de straat op gaan om hun stem te laten horen. Maar ook: helpt demonstreren echt tegen het schijnbaar achteloos oprukken van antisemitisme? Ontmoedigende signalen zijn er vanuit heel Europa. Deze week werden negentig Joodse graven op een Frans kerkhof vernield en besmeurd met hakenkruizen. Daarvoor was in het weekeinde de Franse filosoof Alain Finkielkraut door zogeheten ‘gele hesjes’ onder meer uitgescholden voor „vieze strontzionist”. En vorige week werd bekend dat het aantal antisemitische daden in Frankrijk in 2018 met 74 procent is gestegen ten opzichte van het jaar ervoor – de aanleiding voor de demonstratie in Parijs. In het Verenigd Koninkrijk zorgden langer lopende spanningen binnen Labour over antisemitisme in die partij voor het uittreden van acht Lagerhuisleden. En uit Duitsland kwamen berichten dat geweld tegen Joden vorig jaar voor het derde jaar op rij weer was toegenomen. Dat dit juist in Duitsland gebeurt, is beschamend en misschien wel beangstigend.

Recent onderzoek van het Bureau van de Europese Unie voor de Grondrechten onder 16.000 Joden in verschillende Europese landen stemt somber. In december bleek dat negen op de tien Joden in Europa de afgelopen vijf jaar vaker dan daarvoor met antisemitisme te maken hadden. 70 procent van de ondervraagden maakt melding van ‘problematische Jodenhaat’ in de openbare ruimte en met name ook op internet.

Nederland doet helaas mee met deze verderfelijke Europese trend: dit land scoort hoog als het gaat om antisemitische pesterij, zoals anti-Joodse commentaren op internet of op straat. Nederland kent met 11 procent het hoogste percentage Joden die zeggen dat zij altijd vermijden om in de publieke ruimte als Jood herkenbaar te zijn.

Hoe is dit allemaal mogelijk? Hoe kan het dat de krantenkop ‘Joden voelen zich steeds onveiliger in Europa’ 75 jaar na de Holocaust niet leidt tot grote maatschappelijke onrust en bezorgdheid in het parlement? De Tweede Kamer die deze week van links tot rechts ‘woedend’ was omdat het ministerie van Economische Zaken en Klimaat in december een foute inschatting maakte over de stijging van de energierekening, neemt het toenemend antisemitisme voor kennisgeving aan. Kennelijk is de betekenis van de term ‘antisemitisme’ geërodeerd en zijn de Jodenvervolging en de moord op zes miljoen Joden door de nazi’s en hun helpers bezig weg te spoelen uit het publieke bewustzijn. Of er wordt geen verband gelegd tussen opruiende taal en zware misdaden die daaruit kunnen voortvloeien. Misschien is antisemitisme voor veel mensen een te abstract begrip, een -isme tenslotte. En moeten burgers er weer aan herinnerd worden dat onder de keurige jas van dat -isme Jodenhaat schuilgaat.

Het komt er dus op aan dat dat verhaal verteld blijft worden, niet alleen bij herdenkingen maar ook op de scholen. Juist als leerlingen daar afwijzend op reageren. En ook dat het niet alleen maar iets is uit de geschiedenis, die Jodenhaat, maar dat het gaat om algemenere tendensen van uitsluiting en stigmatisering van minderheidsgroepen. Het is geen onschuldig tijdverdrijf voor de massa die zich zit te vervelen achter een beeldscherm. Het kan levensgevaarlijk zijn. En daarom is alleen onderwijs niet genoeg. Antisemitisme moet hard worden bestraft, zodat voor iedereen de norm duidelijk is.

Alle burgers kunnen bovendien zelf hun afkeuring laten blijken bij uitingen van Jodenhaat. Zivilcourage noemen de Duitsers dat.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.