Instituut met een ijzersterke wetenschappelijke reputatie

Planbureau voor de Leefomgeving De onafhankelijkheid van het PBL (240 mensen, meest academici) is vastgelegd in de wet. Medewerkers kunnen zich vrij wanen van het politieke debat. „Je moet niet verwachten dat je applaus krijgt.”

Ineens was het mis. Normaal gesproken werkt het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) achter een statige entree aan de Haagse Bezuidenhoutseweg in betrekkelijke rust, en levert het gewaardeerde rapporten af om het regeringsbeleid te ondersteunen. Maar klimaatbeleid, en met name de betaalbaarheid ervan voor de burger, is een onderwerp geworden dat Den Haag ten diepste verdeelt.

Dinsdag kreeg het planbureau van CDA en GroenLinks het verwijt dat het de stijging van de energierekening voor 2019 niet had voorzien. Vorige week al verweten CDA en VVD het PBL dat het een rekenmodel gebruikt waarmee eerder de verkoop van elektrische auto’s was onderschat.

Lees ook: Coalitie op campagne met moeizaam verhaal

Volksvertegenwoordigers trokken ook alvast de doorrekeningen van het huidige klimaatakkoord in twijfel die het planbureau op 13 maart uitbrengt. „Als we vertrouwen willen hebben in dit soort onafhankelijke organisaties”, zei CDA-fractievoorzitter Sybrand Buma, „moet Nederland erop kunnen vertrouwen dat die cijfers kloppen.”

De waarheid en de macht

Klimaatbeleid is een mijnenveld, en de wetenschappers van het PBL staan er ineens middenin. Directeur Hans Mommaas, met gevoel voor understatement: „Het is evident dat onze doorrekeningen een belangrijke rol spelen in het debat over het klimaatakkoord. Het staat de politiek vrij te zeggen wat ze wil, wij moeten de feiten aanleveren waarmee zij dat debat kunnen voeren.”

Zijn voorganger, Maarten Hajer, zegt het zo: „Als planbureau zit je in een rare rol: je moet de waarheid naar de macht spreken, ook als de macht daar helemaal niet op zit te wachten. Dat geeft spanning. Maar het is zonder meer positief dat we nu eindelijk een enorm klimaatdebat hebben. Daarbij doen de feiten van het PBL er toe.”

Het Planbureau voor de Leefomgeving is een jong instituut. Het ontstond in 2008 uit een samenvoeging van het Ruimtelijk Planbureau en het Milieu- en Natuurplanbureau. Pas sinds oktober 2016 zit het PBL op één locatie, in het oude pand van het ministerie van Economische Zaken. Daar zetelen ook het Sociaal en Cultureel Planbureau en het Centraal Planbureau. De onafhankelijkheid van de drie planbureaus is vastgelegd in de wet. „Een minister of staatssecretaris geeft het planbureau geen aanwijzingen over de door het planbureau te hanteren onderzoeksmethoden of over de inhoud van de rapportages van het planbureau.”

Die gegarandeerde onafhankelijke positie maakt ook dat medewerkers van de planbureaus, nog meer dan ambtenaren op de ministeries, zich vrij wanen van het politieke debat. Planbureaus trekken nerds aan die hun wetenschappelijke kennis willen inzetten voor het land, wars van de politieke waan van de dag.

Bij het PBL werken 240 mensen, van wie 80 procent een academische achtergrond heeft. Dat is te weinig om aan alle klimaat- en energiegerelateerde vragen tegemoet te komen. Kamerlid Tom van der Lee (GroenLinks) zei dinsdag dat het PBL „simpelweg onderbezet” is. Directeur Mommaas erkent dat er veel vragen op zijn instituut afkomen, maar van capaciteitsproblemen wil hij niets weten: „We zeggen wat vaker nee.” Mede daarom koos het PBL ervoor om in 2018, tijdens het vele werk voor het klimaatakkoord, zijn belangrijkste jaarlijkse energierapport niet uit te brengen.

‘Excellent’ visitatierapport

Anders dan het huidige politieke debat doet vermoeden, heeft het PBL een ijzersterke wetenschappelijke reputatie. Het laatste onafhankelijke visitatierapport, dat in 2017 verscheen, noemde het wetenschappelijke werk „excellent”. PBL’ers publiceren meer wetenschappelijke artikelen dan de andere planbureaus, en vaak in belangrijke tijdschriften. De visitatiecommissie bevestigde ook de onafhankelijkheid en onpartijdigheid waarmee het zijn werk doet. En de commissie schreef vol vertrouwen „dat in ons land door regering, parlement en samenleving nog steeds sterk aan wetenschappelijke kennis wordt gehecht”.

Volgens een Haagse bron leeft er in de politiek ongemak over de monopoliepositie van het PBL op het gebied van de belangrijkste klimaat- en energieberekeningen. Hoe dichter het planbureau op het actuele politieke debat kruipt, des te kwetsbaarder het instituut zich maakt, zeker als er zoals nu verkiezingen naderen. Sommige politici willen met de stembus in zicht domweg niet de hele waarheid horen. „Je moet niet verwachten dat je applaus krijgt” voor je rapporten, zegt oud-directeur Hajer, „maar een deel van de kritiek komt vooral voort uit de realisatie dat we wat tegen de klimaatverandering moeten gaan doen. Begrijpelijk dat mensen daar nu bezorgd over zijn.”

Lees ook: Waarom EZK blunderde over de gasprijs

Kritiek op de planbureaus is van alle tijden. Ook het SCP en het CPB kwamen wel eens onder vuur. Meestal corrigeert zo’n golf van kritiek zichzelf weer, omdat de politiek zich bijtijds realiseert dat zonder onafhankelijke planbureaus het debat wel erg feitenvrij dreigt te worden.

Gevraagd of het PBL zich gesteund voelt door de politiek, reageert directeur Mommaas wat zuinig. „Eh, we hebben contact gehad met het departement en van daaruit klinken geen verwijten. Aan ons de taak om ons werk zo goed mogelijk te blijven doen, 100 procent navolgbaar en transparant.”