Foto: Andreas Terlaak

Foto: Andreas Terlaak

Chris Peters over rol in Turks Fruit: ‘De seks speelt zich nu af in de verbeelding’

Interview Chris Peters speelt in de toneelversie van Turks Fruit de rol die Rutger Hauer iconisch maakte. Maar Chris Peters wil een heel andere Erik neerzetten. „Dat junkengevoel van verliefdheid ken ik wel.”

Is hij de nieuwe Rutger Hauer? „Gelukkig niet”, zegt Chris Peters. De 24-jarige acteur speelt de hoofdrol in de toneelversie van Turks Fruit, de grensverleggende roman van Jan Wolkers, die ook als film een klassieker is. De filmversie van Paul Verhoeven met Rutger Hauer en Monique van de Ven uit 1973 leeft voort dankzij de royale portie seks en een hele rits onvergetelijke scènes: het verliefde tweetal zwierend op de fiets, samen etend op de stoep in de regen.

Nu hij de mannelijke hoofdrol speelt, is de vergelijking onontkoombaar, maar Peters, nog een ster in wording, wimpelt de parallel nonchalant af. „Ik probeer ver weg te blijven van de film, dus ook van hoe Hauer de rol van Erik vertolkte. Als je niet het verhaal naar jezelf probeert toe te trekken, hoef je zo’n voorstelling ook niet te maken.”

Op het oog is Peters de absolute tegenpool van Hauer. Anders dan de pure energie die rouwdouwer Hauer uitstraalt, etaleert Peters vooral afstandelijke elegantie en languissante sierlijkheid. Peters brak door met zijn fenomenale rol als de gedoemde Tonio in de gelijknamige film (2016) naar het boek van A.F.Th. van der Heijden. Eenzelfde zweem van tragiek hing rond zijn personage in Niemand in de stad van Michiel van Erp, waarin hij vorig jaar een heimelijke homoseksueel speelde, decadent en beschouwend van aard.

Seksuele vrijheid

Het is dit jaar vijftig jaar geleden dat de roman Turks Fruit verscheen, een tragisch liefdesverhaal, waarin Wolkers tevens uitbundig de seksuele vrijheid van de jaren zestig viert. In de kunstenaar Erik schildert hij een robuust zelfportret. Erik moet toezien hoe zijn grote liefde, Olga, hem verlaat en daarna voortijdig aan kanker overlijdt. De toneelversie is een bewerking van de roman, nadrukkelijk niet van de film. Het is een productie van Hummelinck Stuurman Theaterbureau, in de regie van Hanneke Braam, met Ali Zijlstra als Olga.

Chris Peters herinnert zich dat hij de film voor het eerst zag als kleine jongen, rond zijn achtste, bij de opa en oma van een vriend thuis. „De volwassenen zaten beneden, wij boven in de televisiekamer. De film leek wel horror, met die hoge synthesizergeluiden en die enge schoonmoeder. Toen er iemand naar ons kwam kijken, zetten we snel een ander kanaal op.”

Pas twee weken terug heeft hij de film teruggekeken. „Rutger Hauer en Monique van de Ven zitten echt in een flow. Die energie voel je nog steeds. De charme van de film is overeind gebleven, al oogt hij soms tuttig, vooral in de bijrollen. Als acteur is het wel mooi om te zien dat je ook Rutger soms naar een houding ziet zoeken in scènes.”

Maar Peters heeft de film niet afgekeken. Op de vraag waarom niet, volgt een langgerekt „uhhh”. Dan: „Het was vrijdag en de film duurt best lang, dus op een gegeven moment wilde ik ook wel… uit.” Hij lacht. „Maar het was leuk om hem terug te zien. Wat me wel opviel, en dat zit niet in het boek volgens mij, is dat Erik en Olga elkaar de hele tijd pesten. Hij gooit een bak visjes in haar gezicht op het strand en slaat haar de hele tijd op haar billen, veel te hard ook. En dan zegt zij steeds ‘nouhw’ op die Monique van de Ven-manier.”

In de toneelbewerking van Sophie Kassies heeft Peters niet alleen de zorg voor zijn rol, maar is hij ook de verteller die zijn herinneringen deelt met het publiek. Dat is lastig schakelen en fysiek zwaar, want hij is voortdurend op het toneel. „Het vergt dat ik ordelijk ben. Mijn tekstboek staat vol strepen die aangeven tegen wie ik me richt. De balans moet kloppen. Als ik te veel naar het publiek speel, verlies ik het contact met Ali.”

Maar veel praten past bij hem, zegt hij. „Ali zegt ook: ‘Je praat zo fokking veel’. Dat vindt ze wel gezellig hoor, maar het valt haar wel op.”

Peters zoekt naar een eigen invulling van de rol. „In het begin keek ik naar Wolkers zelf, als aanknopingspunt. Maar zijn stem is wat monotoon. Wel mooi hoor en ook wel interessant, omdat je soms niet weet of hij nu bijvoorbeeld boos is of niet. Maar dat werkt niet op het toneel.”

Voor hem is Erik een mateloze, onrustige geest. „Een wervelwind. Alles is groot en groots bij hem. Daar zoek ik het in. Zijn liefde voor Olga is onvoorwaardelijk, zijn hekel aan haar moeder grenzeloos. Dat maakt hem ook wat kinderlijk. Dat ik denk: ‘Gast, waarom ben je haar nu zó aan het haten?’ Op dezelfde manier ontwikkelt hij een enorme jaloezie, die zijn ondergang wordt.”

Hartstochtelijk

Aanvankelijk is de liefde tussen Erik en Olga onstuimig. „Hij zet haar op een voetstuk. Zijn obsessieve liefde sleept haar mee. Maar dat verandert als ze merkt dat zijn beeld van haar weinig met haar te maken heeft. Hoe beter hij haar leert kennen, hoe vaker hij zegt: ‘Dat ben jij niet. Dat heb je van je moeder.’ Want de werkelijkheid beantwoordt niet aan zijn droombeeld van haar. Hij houdt vast aan die eerste knal van verliefdheid. Dat maakt hen allebei best eenzaam in de liefde.”

Het narcisme en de bezitterigheid van Erik vormen de keerzijde van zijn passie, zegt regisseur Hanneke Braam: „We willen allemaal wel zo hartstochtelijk bemind worden. Maar toch is het niet fijn als de ander je geen ruimte laat. Uiteindelijk zou ik het ook niet fijn vinden als mijn dochter met zo’n man verkering zou hebben.”

Die kant van zijn personage ziet Peters ook. Toch houdt hij van Erik. Het is een rol die onder zijn huid gaat zitten, zegt hij. Het maakt hem ontvankelijker en kwetsbaarder. „Niet dat ik nu klei in huis heb en beeldhouwer wil worden, maar de lust for life van die gast is wel aanstekelijk. Laatst in Rotterdam zag ik een tekst, in het Engels: ‘Beleef elke dag als een ongekend avontuur.’ Ik dacht: godverdomme, dat is een waarheid waar je niks tegenin kan brengen. Bleek het een slogan van Imax Pathé. O fuck. Was ik er mooi ingetuind.”

Als zijn ex-vriendin ziek wordt, ontpopt Erik zich als een zorgzame, sensitieve vriend. Peters: „Dat einde is zo mooi! Dat ontroert me elke keer. Dat zij kanker krijgt, is zo ongelofelijk heftig. Echt een nachtmerrie. Kanker is sowieso verschrikkelijk. Maar zo jong zo onderuit worden gehaald… Diep treurig.”

Volgens zijn regisseur past die pijnlijke, gevoelige kant van de roman, die minder in de film zat, goed bij hem. Heeft hij aanleg voor melancholie? „Dat zit wel in mijn aard. Maar heeft niet iedereen de neiging om het verleden mooier in te kleuren? In mijn herinnering was het in mijn jeugd altijd zomer. Dat is natuurlijk niet zo. Maar ik ben niet zwaarmoedig. Al heb ik niet meer het idee dat ik van nature een gelukkig persoon ben. Ik ben ook nog aan het uitzoeken wie ik nu eigenlijk ben.”

Een obsessieve liefde zoals Erik beleeft, is hem in ieder geval niet vreemd. „Dat junkengevoel van verliefdheid ken ik wel. Dat het je denken beheerst. Dat je niet eet. Dat je denkt: als ik daarnaartoe ga, dan zie ik haar toevallig. Maar het sloeg nooit om in ziekelijke jaloezie.”

In de beleving van die liefde kent de toneelversie een opvallend aspect: de acteurs houden hun kleren aan. Peters moet lachen bij de verbazing waarmee dat wordt geconstateerd. „Als we onze kleren zouden uittrekken, dan zou het publiek denken: doe het dan, toe dan. Naakte lijven en seksuele handelingen op het toneel schrikken vaak alleen maar af. De seks speelt zich nu af in de verbeelding. Dat schept veel vrijheid. Seks kan veel vormen aannemen. Vrij je ergens naartoe, naar elkaar toe. Of vrij je juist ergens van weg. Gaat het over de fascinatie voor elkaars lichaam of gaat het over elkaar bezitten? Die vrolijke speelsheid is ook opwindend.”

Correctie 21 febr. 13:30u: in een eerdere versie van dit artikel werd de naam van actrice Monique van de Ven verkeerd gespeld als ‘van der Ven’. Dit is verbeterd.