Opinie

    • Paul Scheffer

Europa in tijden van pijplijnpolitiek

Economen zouden het wel weten: een recessie die al dertien jaar duurt is een serieuze depressie. Zoiets is gaande met de democratie. Waakhond Freedom House stelde vorige week vast dat de democratische recessie nu al dertien jaar aanhoudt: sinds 2005 zijn de politieke vrijheden in alle werelddelen afgenomen.

Wie droomt over een wereld waarin we steeds verder naar elkaar toe groeien moet deze realiteit eens nuchter onder ogen zien. We groeien al meer dan een decennium uit elkaar. De globalisering gaat hand in hand met een aantasting van de democratieën in de westerse wereld. De toenemende macht van autoritaire staten vraagt om bescherming van vrijheden.

Over China sprak durfkapitalist en filantroop George Soros unverfroren in Davos. Nu autoritaire regimes toegang hebben tot moderne informatietechnologie, zullen zij „het lot van het individu ondergeschikt maken aan de belangen van de eenpartijstaat op een manier die zijn weerga niet kent in de geschiedenis. Dit maakt Xi Jinping de gevaarlijkste tegenstander van degenen die geloven in het concept van de open samenleving”.

Die al te reële dreiging ontkracht de dromerij over een wereldgemeenschap die wordt gedragen door onbekommerde vrijhandel. Zoals het einde van de Koude Oorlog leidde tot een golf van globalisering, zo zetten nieuwe botsingen een rem op die globalisering. Zonder gedeelde normen is het economische verkeer over grenzen niet vol te houden. It’s not the economy, stupid!

De democratische recessie dwingt tot het realisme dat Mark Rutte verdedigde in Zürich (NRC, 14/2). Zijn pleidooi voor een Europa dat leert denken in termen van macht is belangrijk. Het vormt een breuk met een lange traditie waarin Nederland het eigen zelfbeeld van recht en moraal op Europa projecteerde. De Amerikanen waren in die visie verantwoordelijk voor de veiligheid. Afzijdig van de machtspolitiek kon Europa als rechtsorde rustig voortbouwen aan een interne markt. Die rolverdeling werkt niet meer.

De nieuwe omstandigheden maken het machtspolitieke motief van de Europese integratie zichtbaar. Dat motief speelde altijd een rol, maar was verscholen achter de morele opdracht van ‘nooit meer oorlog’. Het ging om het verhinderen van de terugkeer van nationalisme, dat werd gezien als de grootste bedreiging. De opdracht voor Europa lag in het bezweren van de demonen uit het verleden.

Daarnaast was er altijd – zeker bij een land als Frankrijk – de ambitie om door samenwerking het machtsverlies van de Europese landen op te vangen. In de zogenoemde Verklaring van Kopenhagen (1973) heette het dat „Europa in toenemende mate met één stem moet spreken als het gehoord wil worden in de wereld”. Door het machtspolitieke motief van de integratie te omarmen wordt de blik naar de toekomst gericht.

De Unie staat of valt met het vermogen om meer bescherming te bieden nu de opkomst van landen als China en Rusland leidt tot een autoritaire wending in de wereld. Europa kan als vrijheidsgemeenschap alleen duurzaam zijn als het ook een veiligheidsgemeenschap wil worden. Zo kan het populisme worden beantwoord dat juist dit tekort heeft blootgelegd.

Wat betekent dat concreet? Een voorbeeld van slim protectionisme is het recente besluit van de Unie om buitenlandse investeringen te gaan screenen. Vormen ze een bedreiging voor de veiligheid en de strategische belangen? Waarom heeft Griekenland bijvoorbeeld een meerderheidsaandeel in de haven van Piraeus aan een Chinese containerrederij gegund? Ook op andere plekken gaat het om de bescherming van kritische infrastructuur.

De vrijhandel wordt minder naïef bejegend, maar voorlopig is de verdeeldheid groot. De bouw van Nord Stream 2 – een nieuwe pijplijn van Rusland naar Duitsland voor de levering van gas – stuit op weerstand in vooral Oost-Europa. Rutte was daar uitgesproken over: „We moeten bereid zijn de grote macht van de Europese markt in te zetten als tegenwicht tegen landen die zulke ‘pijplijnpolitiek’ bedrijven als instrument in de buitenlandse politiek.”

Een ander voorbeeld van deze verdeeldheid betreft de poging van Huawei om een nieuwe generatie netwerken in Europa aan te leggen. Daarbij gaat het niet alleen om mogelijke spionage, maar ook om de controle over informatietechnologie. Sommige landen kijken met argwaan naar dit Chinese megabedrijf, terwijl andere landen juist graag in zee gaan met Huawei.

Nu de democratische recessie voortwoekert maken deze tegenstellingen Europa kwetsbaar. Niet alleen tegenover de aandrang van autoritaire staten van buitenaf, maar ook voor de oppositie van populistische bewegingen van binnenuit. Na jarenlang het morele motief voorop te hebben gesteld, moet Europa nu het machtsmotief herwaarderen.

Paul Scheffer is hoogleraar Europese studies.
    • Paul Scheffer