Opinie

De paradox van erkenning

Lotfi el Hamidi

De website queerboeken.nl, een initiatief van COC Nederland en de Leescoalitie, bevat leestips voor ‘queerliteratuur’. Het doel: lezers kennis laten maken met ‘andere’ literatuur, of juist ter herkenning voor lezers die zichzelf zelden terugzien in boeken, zoals queers.

„Ah, een specifieke groep moest zich weer eens heel specifiek herkennen in specifieke literatuur?” twitterde schrijver Jamal Ouariachi. „Herkenning herkenning herkenning. Stel je voor dat je in een boek iemand tegenkomt die anders is dan jij...” Ouariachi verzet zich principieel tegen het reduceren van literatuur tot etniciteit, klasse, seksuele voorkeur of huidskleur van auteurs en/of personages. Literatuur zou toch juist moeten gaan over het overstijgen van dergelijke labels?

Ik volg de redenering van Ouariachi. Een versplintering van het boekenvak leidt tot simplistische ideeën over literatuur en identiteit. Literatuur is er niet om groepen te vertegenwoordigen of om een collectief zelfbeeld te bevestigen. Dat werkt averechts, zoals voorheen aan de term migrantenliteratuur een ongemakkelijke connotatie kleefde, alsof de boeken van Anil Ramdas, Hafid Bouazza of Karin Amatmoekrim niet de universele geldigheid hadden van andere Nederlandse literatuur.

Toch snap ik ook de kritiek op de reactie van Ouariachi, al is die niet gestoeld op literaire maar vooral maatschappelijke gronden. Zo wijzen sommigen op de precaire positie waarin veel queerjongeren (en ook ouderen) zich bevinden. Het is niet zozeer herkenning maar eerder een emancipatieslag, oftewel: erkenning, erkenning, erkenning. Een ‘queercanon’ laat deze minderheid én de rest weten dat ze bestaan, dat ze er mogen zijn. Literatuur als stormram tegen de dominante, heteronormatieve krachten in de samenleving.

Maar de vraag is wat er na de erkenning gebeurt. Vroeg of laat zal ‘queerliteratuur’ opgaan in de mainstream (is dat eigenlijk al niet zo?), zoals dat eerder met migrantenliteratuur is gebeurd. Dan wordt queerliteratuur ‘gewoon’ literatuur. De paradox van erkenning: de relevantie van het verschil in achtergrond vervaagt en de lezer zal dat verschil minder snel herkennen, terwijl het ‘anders’ zijn wel degelijk een relevante factor is. Columnist Stephan Sanders heeft aan deze paradox ooit de volgende tegenstrijdige opdracht verbonden: „Vergeet dat ik anders ben, vergeet nooit dat ik anders ben.”

In de Tegenlicht-aflevering Beste reizigers… over geslacht en gender vatte de Canadese denker en activist Janaya Khan het doel van het debat als volgt samen: „Ik ben zwart, ik ben non-binair, ik ben queer. […] Maar identiteit moet het beginpunt van het gesprek zijn, niet het eindpunt. Het eindpunt is iets veelomvattenders. Het eindpunt moet zijn gedeelde waarden waar we voor willen vechten.” Laat literatuur in ieder geval de vrijplaats zijn voor gedeelde waarden.

Lotfi El Hamidi (L.elHamidi@nrc.nl@Lotfi_Hamid) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.