Fidel leeft voort – in Cuba’s nieuwe grondwet

Referendum grondwet Nu de laatste revolutionairen sterven, stut het regime in Cuba zijn macht op een nieuwe grondwet. Zondag stemt de bevolking erover in een referendum.

Bewoners in Havana zijn gaan staan voor het volkslied, bij aanvang van een wijkbijeenkomst over de nieuwe grondwet.
Bewoners in Havana zijn gaan staan voor het volkslied, bij aanvang van een wijkbijeenkomst over de nieuwe grondwet. Foto Sven Creutzmann/Mambo Photo

Terwijl de schemering over de binnenstad van Havana valt, vormen veertien Cubanen een halve cirkel. Midden op straat zetten ze een tafeltje met klapstoeltje neer, waaraan een notulist plaatsneemt. Dan neemt de voorzitster van het Wijkcomité ter Verdediging van de Revolutie (CDR) het woord: „We zijn hier om de nieuwe grondwet te bespreken. Jullie mogen je mening geven, maar elkaar niet afvallen.”

Een ander lid van het CDR begint in hoog tempo de wettekst voor te lezen. Na de preambule vol ronkende revolutionaire retoriek merkt een oudere zwarte vrouw in bloemetjesjurk instemmend op: „De revolutie heeft gezegevierd. En dit artikel leest alsof el comandante en jefe nog leeft.”

‘Fidel leeft’, ‘Fidel is onder ons’. De leuzen staan sinds Fidels dood, in 2016, in Cuba overal op de muren geschilderd. Ze zijn ook de kern van de nieuwe grondwet, waarover Cubanen zondag in een referendum kunnen stemmen. En verraden de diepste angst van de Communistische Partij: kan ze ook aan de macht blijven nu de laatste revolutionairen uitsterven?

Fidels jongere broer Raúl leidt nog altijd de partij, maar is intussen 87 en verdwijnt langzaam uit beeld. Vorig jaar liet hij zich als president opvolgen door Miguel Díaz-Canel (58), een jonge technocraat in spijkerbroek die volop twittert. Hij vertegenwoordigt een generatie bestuurders die nog geboren moest worden toen Fidel en zijn mannen in 1959 de pro-Amerikaanse dictator Batista verjoegen. Apparatsjiks die hun sporen binnen de partij verdiend hebben, maar niet kunnen bogen op revolutionaire heroïek.

Lees ook: Cuba na de Castro's

De grondwet moet dit gebrek aan historisch gezag ondervangen. Artikel 1.1.5 verklaart de Communistische Partij tot „enige georganiseerde voorhoede van de Cubaanse natie, gesteund door haar democratische karakter en haar permanente binding met de bevolking is het de hoogste sturende politieke macht van de samenleving en de Staat”.

Homohuwelijk als ‘rookgordijn’

Toch is de band tussen partij en volk niet zo sterk als artikel 1.1.5 stelt. Dat bewezen de inspraakrondes over de grondwet, die de tweede helft van 2018 plaatshadden. Soms werden de consultaties bij gebrek aan opkomst afgelast. Of verplaatst naar een avond dat er géén populaire Braziliaanse soap op de staats-tv was.

De officiële propagandaslogan luidt ‘mijn grondwet, mijn wens’. Maar vraag Cubanen naar hun nieuwe magna carta en ze halen de schouders op. Op de inspraakavond in Oud-Havana komen bovenal bejaarde regime-aanhangers opdagen. De enige twee jonge aanwezigen leggen later uit dat ze vooral kwamen om het contact met het CDR goed te houden. Wie in Cuba een overheidsbaan ambieert, moet hier als ‘goede’ revolutionair bekendstaan.

Er vindt deze najaarsavond amper debat plaats. Alleen artikel 68 veroorzaakt reuring: het regelt dat ook mensen van gelijke sekse elkaar kunnen trouwen. Ene Fran merkt op: „Waarom moet dit in de wet der wetten? Kunnen straks ook mensen en dieren trouwen?” Een man in blauwe polo kapt hem af: „Dit moet ons meer op andere landen laten lijken, dat is goed.”

Artikel 68 kwam in de consultatieronde het vaakst ter sprake. Ook de pinksterkerken in dit land, die zich zelden politiek uiten, ageerden ertegen. Het voorstel bleek zo controversieel, dat het in de eindversie van de grondwet geschrapt is.

De opkomst bij het referendum zondag zal mogelijk meer zeggen dan de uitslag.

Ook tijdens een etentje met Cubaanse vrienden gaat het over het homohuwelijk. Buurman Juan Carlos, die zelf op mannen valt, zit er niet op te wachten. „Mijn liefdesleven is al ingewikkeld genoeg”, zegt hij met gevoel voor drama. Gastvrouw Marisela denkt dat het voorstel vooral werd opgenomen als rookgordijn. „Om af te leiden van de meer politieke artikelen.”

Het homohuwelijk behoort niet tot de grootste dagelijkse zorgen van de doorsnee Cubaan. Die zijn vooral economisch. De planeconomie is vastgelopen, Cuba moet bijna alles invoeren en is sterk afhankelijk van toerisme. Die sector trok aan na de toenadering tot de VS, eind 2014 ingezet onder Obama. Maar de détente is onder Trump weer tot stilstand gekomen. De nieuwe president maakte reizen naar Cuba moeilijker en trok diplomaten terug na vermeende aanvallen met een mysterieus geluidswapen. In Havana verrijzen nog luxehotels, splinternieuwe gebouwen die bijna buitenaards ogen in de vervallen stad. Maar het is de vraag of ze snel volstromen met Amerikaanse toeristen.

De staat verstikt de economie

Juan Carlos ondervindt de chronische schaarste dagelijks als bediende in een van de staatswinkels, waar Cubanen met het bonnenboekje hun rantsoen krijgen. „De koffie moet al jaren versneden worden met gemalen erwten. Zelfs suiker wordt sinds kort geïmporteerd.”

Ook in supermarkten is het aanbod schraal. Op één middag staan in de rij voor de kassa opvallend veel mensen met een dweil in hun mandje. „Die zijn er maar een paar keer per jaar”, legt een vrouw uit. „Dus als ze er zijn, pakt iedereen ze mee.”

De economie kende eerder diepe dalen. Nu dreigt een nieuwe crisis omdat de Venezolaanse leider Maduro wankelt: hij is Cuba’s belangrijkste suikeroom. Maar de grootste crisis beleefde het land na het wegvallen van de sovjets als steunpilaar, begin jaren 90. Als reddingsboei werd het toerisme omarmd en de markt kreeg meer ruimte. „De conservatieve communistische bureaucratie is zich daar altijd tegen blijven verzetten”, zegt oud-diplomaat Carlos Alzugaray, een opbouwend-kritische stem binnen het regime. „De private sector wordt nog altijd gezien als bedreiging voor de verworvenheden van de Revolutie: de sociale rechtvaardigheid, onze onafhankelijkheid van de VS. Maar de enige echte bedreiging voor die onafhankelijkheid is economische ineenstorting.”

De nieuwe grondwet moet onder meer privé-bezit beter gaan beschermen. Maar de worsteling met het kapitalisme is groot, leert een bezoek aan de staatsdierentuin van Havana. De dieren ijsberen er vermagerd en nerveus door afgetakelde hokken. Personeel hangt verveeld op bezems.

De zoo telt ook cuentapropistas, burgers die voor ‘eigen rekening’ werken. In het land zijn sinds een economische hervorming uit 2010 honderdduizenden van zulke kleine ondernemers actief: van chauffeurs tot kappers en van café-eigenaren tot hospita’s. Hoewel de staat hen fors belast en streng reguleert, zorgen zij ervoor dat de economie niet helemaal vastloopt.

In de dierentuin verkopen zij speelgoed aan schoolkinderen en bestieren een deel van de speeltuin. Terwijl het overheidsgedeelte hiervan compleet vervallen is, hebben de cuentapropistas op hun helft juist attracties opgelapt. In een oude draaimolen zijn opblaasdolfijnen geplaatst, zodat het ding weer enig cachet heeft. De kleine ondernemers leggen hun koopwaar netjes neer en stoffen deze af. In het kioskje van de staat daarentegen is de cola lauw en zit de verkoper onderuitgezakt te suffen.

Kritiek op de verstikkende staat en andere gebreken van het regime is mogelijk, blijkt op het Hogere Instituut voor de Kunsten van Havana. Hier genieten studenten op kosten van de staat een internationaal hoog aangeschreven opleiding. Het complex is gevestigd op een oude golfclub die na de Revolutie onteigend werd.

In een van de ateliers werkt de jonge artiest Dorian Agüero Anaya. Een van zijn werken is een landkaart van Cuba in de vorm van een koe. Dit is op het eiland een beschermd dier, dat niet zomaar geslacht mag worden, omdat rundvlees voor zwangere vrouwen en melk voor zuigelingen voorbehouden is. Op het illegaal doden van een rund staat tot 20 jaar cel.

Elke Cubaan zal deze verkapte kritiek begrijpen. Zo luidt een bekende Cubaanse grap dat je nog beter je vrouw dan een koe kan vermoorden. Agüero kan zijn werk ook in Cuba probleemloos tentoonstellen. Maar de politieke uitleg ervan zal hij niet snel op een bordje naast zijn werk zetten. Die moet impliciet blijven.

Rappers versus revolutionairen

Cuba is geen kluizenaarstaat als Noord-Korea. Het internet blijft traag en duur, maar wordt langzaam aan ruimer beschikbaar. Burgers kunnen tegenwoordig makkelijker naar het buitenland reizen. Daar laden ze hun koffer vol met spullen die thuis niet te krijgen zijn. Ze zien er dat hun politiestaat vergeleken met andere landen in de regio relatief veilig is.

Tegelijkertijd wil de staat controle houden. Zo dient de nieuwe grondwet ook om kunstenaars te beteugelen. Artikel 32h schrijft voor dat kunst „in lijn is met humanistische beginselen, het cultuurbeleid van de Staat en de waarden van de socialistische samenleving”. Een bepaling die volgens critici strengere censuur inluidt.

Daarbij werd recentelijk het omstreden decreet 349 ingevoerd. Dit verbiedt „muziekoptredens of artistieke presentaties [...] met sekstische, vulgaire, discriminerende en obscene taal”. Meer dan de subtiele kunstkritiek zoals die van Agüero, lijkt het regime hiermee de groeiende populariteit van rappers aan willen kunnen pakken. Want: wat als een van hen opstaat als uitdager van de aloude macht, zoals onlangs bijvoorbeeld in Oeganda gebeurde?

Die vrees is niet geheel onterecht. Cubaanse schoolkinderen maken nog steeds collages van Che Guevara of Camilio Cienfuegos – guerrillero’s die al een halve eeuw dood zijn. Maar vraag tijdens een uitgaansavond op de Malecón-boulevard aan jongeren wie hun helden zijn en er vallen namen als Señorita Dayana en Yomil y el Dany. Populaire rappers die tot in Miami optreden.

De vraag wordt hoeveel Cubanen zondag komen stemmen. De opkomst zal mogelijk meer zeggen dan de uitslag. Voor de vrouw in bloemetjesjurk die tijdens de inspraakavond in Oud-Havana het hoogste woord voert, staat de uitkomst al vast. „Ik geloof dat dit onze revolutie versterkt. En we hebben het er nu over gehad, dus mensen kunnen straks niet gaan zeggen dat dit niet hun grondwet is.”

Op dit gebouw in Havana hangt een groot billboard met daarop de slogan 'Ik Stem Ja' voor het referendum over de nieuwe Cubaanse grondwet. Foto Yamil Lage/AFP