Witte haai beloert traag zijn prooien

Biologie De witte haai kan wel snel zwemmen, maar als hij traag bij het oppervlak blijft, maakt hij meer kans op vette zeehonden.

Een witte haai op jacht
Een witte haai op jacht Foto iStock

Een kat die op een muis loert, een valk die biddend in de lucht hangt: op land en in de lucht kunnen roofdieren doodstil op hun prooien wachten, tot het moment daar is om toe te slaan. Maar in de oceaan gelden andere wetten. De witte haai, een van de meest geduchte jagers onder water, is een eeuwige zwemmer: hij stopt nooit. Toch vertraagt ook hij bij het beloeren van zijn prooi, schrijven Japanse, Britse en Australische onderzoekers in het Journal of Experimental Biology. En dat is opvallend, want de witte haai (Carcharodon carcharias) is een zogeheten endotherme vis, een warmbloedig dier. Hij heeft een hogere lichaamstemperatuur en een snellere stofwisseling dan de meeste vissen. Die zijn ectotherm, koudbloedig, en door hun lagere temperatuur (vergelijkbaar met die van de omgeving) en tragere metabolisme bewegen ze en groeien ze ook minder snel.

Tot nu toe hadden marien biologen nooit onderzocht hoe die endotherme eigenschappen de levensstijl van de witte haai beïnvloeden. Deze onderzoekers voorzagen rond een eilandengroep voor de kust van Zuid-Australië tien witte haaien van zendertjes. De grootte en het geslacht van de dieren bepaalden ze vanuit speciale onderwaterkooien, zodat ze niet zouden worden verslonden.

Uit de zwemgegevens van enkele dagen bleek dat de witte haaien wel hoge snelheden konden behalen (2 meter per seconde) wanneer ze tussen de eilanden heen en weer pendelden, maar dat ze het grootste gedeelte van de tijd langzaam (0,8 tot 1,35 meter per seconde) door het water bewogen. Ook brachten ze relatief veel tijd door boven in het water. Dat is opvallend, want traag aan de oppervlakte zwemmen, tussen de onstuimige golven, kost een endotherm dier meer energie dan snel zwemmen en duiken (een witte haai kan dieptes bereiken tot zo’n 1.000 meter). De biologen vermoeden dat de haaien het gedrag vertonen om hun kans op het vangen van een zeehond te vergroten. De vette maaltijd weegt dan op tegen het energieverlies van het trage zwemmen aan de oppervlakte.

Snel herstel

De witte haai is niet alleen een in potentie snelle zwemmer, maar herstelt ook snel van wonden. Die eigenschap stond centraal in een tweede recent onderzoek: Amerikaanse genetici hebben samen met Portugese en Russische collega’s het volledige genoom van de soort ontrafeld. Het bestaat uit 4,63 miljard baseparen, schrijven ze deze week in wetenschappelijk tijdschrift PNAS, en is daarmee anderhalf keer zo groot als het menselijk genoom.

Drie interessante kenmerken van het haaiengenoom springen eruit. Allereerst ontdekten de wetenschappers opvallend veel genen die DNA-schade repareren en duiden op ‘genoomstabiliteit’, een eigenschap die kan bijdragen aan de gezondheid van de dieren. Het tegenovergestelde, een instabiel genoom, is het resultaat van DNA-schade en zorgt bij mensen bijvoorbeeld voor kanker en ouderdomsziekten. Witte haaien en hun verwanten, zoals walvishaaien, zouden zelden kanker krijgen. En dat terwijl de kans daarop bij hen juist relatief groot zou moeten zijn, vanwege hun hoge levensverwachting (tot ruim zeventig jaar) en hun omvang: de witte haai kan tot 6 meter en ruim 3.000 kilogram zwaar worden, de walvishaai zelfs tot 10 meter lang en 15.000 kilogram zwaar.

Opvallend detail is dat het witte-haaiengenoom een hoog aantal ‘springende’ genen bevat, die juist voor instabiliteit zorgen. Vermoedelijk, zo schrijven de onderzoekers, heeft nu net de aanwezigheid van deze genen geleid tot de evolutie van efficiënte DNA-reparatiemechanismen, ter compensatie, en hebben die weer geleid tot een stabiel genoom.

De tweede interessante ontdekking: de snelle wondheling. De onderzoekers zagen een aantal essentiële evolutionaire aanpassingen in het haaiengenoom die leiden tot voorspoedige genezing. Zo blijkt de witte haai een aangepast bloedstollingsgen te bezitten en heeft hij relatief veel genen die betrokken zijn bij de vorming van nieuwe bloedvaten (uit al bestaande vaten) en nieuwe huid.

Als derde opvallende kenmerk noemen de onderzoekers het kleine aantal ‘traditionele’ reukgenen. Omdat haaien een sterke reukzin hebben, is dat opmerkelijk: andere dieren met een scherpe neus hebben juist veel van dat soort genen. Bij witte haaien en andere kraakbeenvissen is een ándere familie genen ingezet voor geurreceptoren, zagen de onderzoekers. Die zouden dan niet zozeer geschikt zijn om een breed geurenpalet waar te nemen, maar wel om één bepaalde geur al van verre te ruiken. Bloed bijvoorbeeld…