Waarom het ministerie blunderde over gasprijs

De energierekening Hoe kon het ministerie van Economische Zaken in december de stijging van energieprijzen zo fout inschatten?

Een gasmeter
Een gasmeter Koen van Weel/ANP

Geen 100  euro, maar 300 euro. Zoveel betalen Nederlanders meer voor energie in 2019, meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dit weekend. Nog in december had het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) zulke getallen als „onrealistisch” bestempeld. In de Tweede Kamer moest verantwoordelijk minister Eric Wiebes (VVD) zich dinsdag verantwoorden. Hij kreeg ook kritiek van zijn coalitiepartners. Kamerlid Agnes Mulder (CDA) noemde de stijging „onacceptabel”. Haar collega Carla Dik-Faber (CU) sprak van een „ongelooflijke stommiteit, we balen hiervan”.

  1. Zat het ministerie er echt naast met de cijfers over de energierekening?

    Ja, behoorlijk. Staatssecretaris Mona Keijzer (Economische Zaken en Klimaat, CDA) deed in december stellige uitspraken. Op vragen van Kamerlid Alexander Kops (PVV) zei de staatssecretaris toen dat in 2019 de energierekening van een gemiddeld huishouden 108 euro hoger zou worden. De Telegraaf had een dag eerder juist geschreven dat de stijging meer dan 300 euro zou bedragen, op basis van inventarisaties van prijsvergelijkers voor energie.

    De staatssecretaris zei toen stellig dat die cijfers „wat mij betreft niet kloppen”. Deze zaterdag kwam het Centraal Bureau voor de Statistiek met officiële cijfers: de rekening stijgt in 2019 scherp met 334 euro, naar 2.074 euro. Tijdens het Vragenuurtje in de Tweede Kamer, dinsdag, gaf minister Wiebes toe: „In alle eerlijkheid had het kabinet zich minder stellig moeten uitlaten.”

    De timing van deze politieke blunder komt hoogst ongelegen voor het kabinet. De campagne voor de verkiezingen is in volle gang, en het thema dat overheerst gaat juist hierover: het klimaat, de kosten daarvan en de vraag wie die moet betalen.

  2. Hoe kan het dat het ministerie de cijfers niet op orde had?

    Het ministerie verwijst naar de Nationale Energieverkenning 2017 (NEV), het belangrijkste jaarlijkse rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving. Dat rapport is bijna anderhalf jaar oud. Vanwege de drukte rond het klimaatakkoord bracht het PBL in 2018 geen NEV uit. Wiebes was er dinsdag in de Kamer kort over. „Ramingen zijn geen feiten”, zei hij. En: „Er waren andere partijen die het meer bij het rechte eind hadden.”

    Meerdere Kamerfracties wezen direct met de vinger naar het PBL, dat nu ook bezig is met de doorrekening van het klimaatakkoord. „Hoe kan het dat de aannames en prognoses zo afwijken?” vroeg Kamerlid Dilan Yesilgöz (VVD). CDA-fractieleider Sybrand Buma zei na het Vragenuurtje: „Het kabinet moet bij zichzelf te rade gaan bij het gebruik van dit soort modellen.”

    Het PBL heeft in de NEV2017 echter geen prognose gegeven voor de energierekening in 2019. Op vragen van NRC meldt het ministerie dat het zelf een rechte lijn heeft getrokken naar het jaar 2020, waarvoor het planbureau wél een raming gaf. Ook noemt het PBL in de NEV2017 ruime onzekerheidsmarges, het ministerie niet.

  3. Waarom wordt de energierekening zoveel hoger?

    Grofweg om twee redenen: huishoudens betalen meer energiebelasting, en energieleveranciers vragen meer geld voor stroom en aardgas.

    De energiebelasting stijgt met 160 euro inclusief btw, volgens de CBS-cijfers. Het kabinet heft meer belasting op aardgas, omdat dat „vervuilender” is.

    De belasting op elektriciteit neemt juist iets af. Verder stijgt de heffing waarmee duurzame energie wordt gesubsidieerd, en is de belastingkorting op energie verlaagd.

    De andere helft van de prijsstijging (175 euro inclusief btw) komt doordat de energiebedrijven meer vragen voor een kuub aardgas of een kilowattuur elektriciteit. Waarom? Dat is minder inzichtelijk. Een woordvoerder van Eneco wijst op de inkoopprijzen die energiebedrijven in 2018 hebben betaald op de handelsmarkt. „Ieder energiebedrijf koopt vooraf energie in”.

    Die inkoopprijzen liggen nu hoger dan een jaar geleden, onder meer doordat de Europese CO2-prijs steeg. Maar, waarschuwt energie-analist Hans van Cleef van ABN Amro: „Het is moeilijk om die prijzen te voorspellen.” Hij verwacht dat de stroomprijs hoog blijft, maar wijst er ook op dat de gasprijs in de groothandel al sinds september daalt, vanwege een overschot op de gasmarkt. De meeste energiebedrijven stellen in juli opnieuw de prijzen vast.

  4. Zijn de CBS-cijfers wel realistisch?

    Niet per se, want het gemiddelde energieverbruik van huizen is niet actueel. Het CBS rekent voor een Nederlands huishouden op 3.000 kWh stroom, en bijna 1.500 kubieke meter gas. Dat zijn cijfers van advies-organisatie Milieu Centraal uit 2016.

    De trend is echter dat het energieverbruik van huizen afneemt, en het PBL en het ministerie hielden daar al rekening mee. Al bijna één op de tien huizen heeft bijvoorbeeld zonnepanelen, en woningen zijn beter geïsoleerd. Wat nú het energieverbruik van een gemiddeld huis is, is niet bekend. De energiekosten van huishoudens lopen trouwens sterk uiteen. Een nieuw appartement kan bijvoorbeeld met 700 kuub aardgas toe; een oud vrijstaand huis gebruikt vaak meer dan 4.000 kuub. Dat scheelt 2.500 euro per jaar.

  5. Wat betekent een stijging van 334 euro voor de koopkracht?

    Daar wilde Wiebes dinsdag niet op vooruitlopen. Hij benadrukte dat de koopkracht op meer gebaseerd is dan alleen de hoogte van de energierekening. „Het leven bestaat uit meer dan energie.”

    Het CBS liet zelf zien dat de energieprijzen in de afgelopen tien jaar iets minder zijn gestegen dan die van andere zaken. En budget-instituut Nibud verzekerde dinsdag in het Algemeen Dagblad dat het nog steeds verwacht dat 96 procent van de Nederlanders er dit jaar op vooruitgaat, zoals het kabinet op Prinsjesdag bekendmaakte. Volgende maand komt het Centraal Planbureau met een berekening van de koopkrachtcijfers. Wiebes hoopt tegen die tijd ook een update van de energierekening van het Planbureau voor de Leefomgeving te krijgen. „We moeten nog laten weten of dat kan”, reageert een PBL-woordvoerder.