Protest van de gele hesjes loopt uit op confrontatie met de politie in Parijs, 5 januari 2019.

Foto Wilco Versteeg

‘Traangas is vrij fotogeniek’

Persfotografie Wilco Versteeg mist vrijwel geen enkele Parijse demonstratie. Hij volgde de gele hesjes vanaf het begin. Vanwaar die fascinatie?

Het is rustig op Place de la République, mensen genieten van de winterzon. „Wel even wennen”, glimlacht wetenschapper en relfotograaf Wilco Versteeg in een café op het favoriete Franse demonstratieplein. Sinds begin december stond hij elke zaterdag in de voorste linies van het protest van ‘gele hesjes’ tegen het Franse regeringsbeleid, ook hier op République. „Geen politie, geen traangas, geen brandende vuilnisbakken of bebloede mensen. Dat was de laatste paar keer wel anders.”

Versteeg (32) arriveerde in 2011 als student in Parijs en promoveerde vorig jaar aan de universiteit Paris Diderot op een proefschrift over oorlogsfotografie. Terwijl hij daarmee bezig was, kocht hij zijn eerste camera. Sinds 2016 bekwaamt hij zich als fotojournalist door vrijwel geen enkele Parijse demonstratie te missen. Na elk protest zet hij zijn vaak heftige foto’s op Facebook en Instagram. Agenten en activisten zien zichzelf terug en geven hem complimenten en likes - en een week later zien ze elkaar weer op straat. Een van zijn series is onlangs genomineerd voor de publieksprijs van de Zilveren Camera.

Geweld, zegt hij, vooral van geoefende relschoppers van het linkse Black Block, was er wel vaker de laatste jaren bij demonstraties. Maar de veldslagen met de gele hesjes, tarten elke verbeelding. „1 december zal ik nooit vergeten”, zegt hij. Demonstranten slagen erin die dag de Arc de Triomphe binnen te dringen. Al om 9 uur voert de politie de eerste charges uit. Hobbyfotograaf Versteeg staat er tussenin – zónder officiële perskaart.

„Als fotograaf werd me geen strobreed in de weg gelegd. De hesjes hadden toen nog een zekere spontaniteit, ze kenden de Parijse demonstratiemores niet. Ze waren ook nog naïef over fotografie en wat het betekent om herkenbaar in beeld te komen. Ik heb mensen kunnen fotograferen die bankkantoren aan het slopen waren, die Porsches omverwierpen en daarnaast trots poseerden. Ik kon uren optrekken met een groep die alles sloopte en plunderde, zonder dat iemand ze stopte.”

Waar komt dat geweld vandaan?

„De mensen zijn woedend omdat ze zich vergeten voelen. Maar geweld gebruiken tegen de politie of massaal vandalisme is iets anders. Je hebt een paar mensen nodig die beginnen, die steken een grotere groep aan en dan heb je de resterende massa die alleen toekijkt, maar daardoor bijdraagt aan de chaos waarin geweld gedijt. De woede over politiegeweld wordt steeds groter: mensen hebben het gevoel dat ze zelf niets verkeerd doen en toch krijgen ze traangas binnen. En dan heb ik het nog niet over de woede over verloren ogen door rubber kogels en handen door het oprapen van traangasgranaten.”

En uw eigen fascinatie?

„Als kind in Deventer spaarde ik al foto’s uit de krant van ongelukken, branden en andere rampen. Mijn vader was radiozendamateur en zette de politieradio aan als we een sirene hoorden. Was het groot genoeg, dan gingen we erheen. Die verzamelwoede en die fascinatie met geweld is eigenlijk nooit gestopt en heeft onder andere geleid tot een proefschrift over hoe moeilijk het is moderne oorlogen in beeld te brengen. Een iets praktischer aspect van de obsessie is dat ik zelf het veld in ga om foto’s te maken van geweld.”

Maar waarom dan?

„Het zijn situaties waarin maskers afvallen, waar mensen zich net wat echter en minder gefilterd tonen dan normaal. Of dat nou door puur geluk, angst of geweld komt, maakt me niet uit. Franse demonstraties zijn voor een fotograaf natuurlijk sowieso een dankbaar onderwerp: veel misbaar, mimiek en spektakel. En traangas is vrij fotogeniek, zeker als er mensen doorheen lopen. Ik wilde mijn fotografie oefenen in een praktijk die niet stilstaat, maar pas tijdens mijn eerste demonstratie, de eerste charges, het eerste traangas, merkte ik dat het ook een fijne adrenalinerush gaf. Je leert veel over jezelf.”

Is dat niet gewoon sensatiezucht?

„Er zit een problematische kant aan ja. Je begint met een kinderlijke fascinatie voor geweld, voor spanning, maar ik ben wetenschapper genoeg om het daar niet bij te houden. Het is interessant te zien hoe je reageert in gevaarlijke situaties, als de politie met traangas of rubber kogels schiet. Ik ben blij dat ik de helderheid van geest houd om mezelf en anderen in veiligheid te brengen.”

Verveelt het niet?

„Ja, enorm. Het is ook vermoeiend: vorige week zaterdag liep ik 35 kilometer. Het was toen van het begin tot het eind heftig met bijzondere beelden, zoals een brandende auto van [de antiterreurpolitie] Vigipirate voor de Eiffeltoren. Natuurlijk zou ik ook wel weer eens een zaterdag thuis op de bank zitten. Maar het kan altijd een interessante dag worden en dat wil ik niet missen. Niemand vraagt me dit te doen, maar er zit ook een soort verslavingselement in. Ik ben wel voorzichtiger geworden sinds mensen ogen en handen aan het verliezen zijn. Zodra ik het geluid van traangasgranaten of rubber kogels hoor, neem ik afstand. Misschien dat ik oefen voor oorlog, maar dit is uiteindelijk maar een demonstratie.”