Te veel drinken in een snijzaal

In de serie ‘Nauwe Verwanten’ bespreekt gelijkenissen in de architectuur.

Vandaag: de ongelukkige vrouwen van Gerrit Rietveld en Le Corbusier.

Gallis LeCorbusier in de keuken van hun ‘ziekenhuis’
Gallis LeCorbusier in de keuken van hun ‘ziekenhuis’ Foto uit: Le corbusier and the continual revolution

Huiselijke taferelen laat de fotomontage zien die Nico Jesse in 1947 maakte van de woonkamer van Gerrit Rietveld en zijn gezin. Niet alle zes kinderen zijn thuis, maar de wel aanwezige zoon en dochters zitten veelal op de oncomfortabele meubels van hun vader, met hun ouders aan tafel of spelen piano. Op de middelste foto van de montage komt vader Rietveld de door hemzelf ontworpen woning binnen. Naast hem staat zijn vrouw, Vrouwgien, met één arm in een kast, alsof ze de borrelglazen aan het pakken is.

Zo gezellig was het lang niet altijd in huize Rietveld, zo blijkt uit I love you, Rietveld, het onlangs verschenen boek van Jessica van Geel over de relatie tussen Gerrit Rietveld en Truus Schröder-Schräder. Vaak was Gerrit niet thuis en verbleef hij bij Truus, de welgestelde weduwe met wie hij sinds het begin van de jaren twintig openlijk een verhouding had en het beroemde Rietveld-Schröderhuis uit 1924 had gebouwd.

„Ze was niet gelukkig”, zegt oudste dochter Bep Rietveld in I love you, Rietveld over haar moeder. „Zij was een vrouw die graag een soort patriciërshuis had gehad, met degelijke meubels erin die ze kon boenen.” Maar vanaf 1936 was ze veroordeeld tot het wonen in een huis met enorme ramen, boven de ook door haar man ontworpen bioscoop Vreeburg in Utrecht. Daar woonde ze „hoog zwevend boven een plein, afgesneden van het leven”, schrijft Van Geel. Vaak zat de vrome, gereformeerde Vrouwgien in de hoekige ‘Berlijnse stoel’ van haar man de Bijbel te lezen, de sigaretten onder handbereik. Als de zon scheen, deed ze dat met een zonnebril op, zo licht was de woonkamer.

Het lot van Vrouwgien Rietveld doet denken aan dat van Yvonne Gallis, vanaf 1922 de partner van Le Corbusier. Eerst woonde het stel in Parijs op een zolderwoning in de oude, smalle Rue Jacob, waar het wemelde van de winkels, restaurants en cafés. Daar had ex-model Gallis het naar haar zin. Maar in het begin van de jaren dertig verhuisden ze, inmiddels getrouwd, naar de bovenste etages van het door Le Corbusier ontworpen appartementengebouw Molitor, in wat toen een buitenwijk van Parijs was bij het Bois de Boulogne.

Le Corbusier, die net als Rietveld de huwelijkse trouw niet volhield, heeft zijn zolder nooit gemist – hij haatte het oude Parijs tenslotte intens. Maar Gallis voelde zich in de buitenwijk „afgesneden van het leven”. Bovendien vond ze het door haar man ingerichte appartement kaal en naar. Maar ze mocht het niet gezellig maken van hem. „Hij maakt me gek”, zei Gallis jaren na de verhuizing tegen de bevriende fotograaf Brassaï. „Ons appartement is een ziekenhuis, een snijzaal. Ik zal er nooit aan wennen.” In de snijzaal raakte Gallis aan de drank. In de laatste jaren van haar leven was ze regelmatig zo dronken dat ze viel en botbreuken opliep. Ze was lichamelijk een wrak toen ze overleed in 1957, ook het sterfjaar van Vrouwgien Rietveld.