Recensie

Ramp versus geoloog: 2-0

Rampenfilm Het Noorse ‘The Quake’ bouwt de spanning zo dramatisch op dat de onvermijdelijke aardbeving bijna een verrassing is.

Een held met roodomrande ogen van de vermoeidheid en ongewassen haren die worstelt met een depressie; wie het Noorse The Quake ziet, heeft niet meteen door dat het een spektakelfilm is. We leren geoloog Kristian Eikjord (Kristoffer Joner) kennen als iemand die is vervreemd van zijn familie omdat hij zichzelf niet kan vergeven dat hij bij een eerdere natuurramp niet meer mensen heeft gered. The Quake is een vervolg op The Wave (2015) waarin Kristian een dorp vergeefs waarschuwde voor een tsunami.

Het eerste deel van de film is opgebouwd als een slimme scandithriller; maar in plaats van dat er gezocht wordt naar een psychopaat of moordenaar, duiken angstaanjagende sporen op van ongewone trillingen in het Noorse aardoppervlak. De spanning wordt opgebouwd met een iets te aanwezige soundtrack, nerveuze ratten en de suggestie dat alle aanwijzingen ook paranoïde wanen van de geoloog kunnen zijn.

Als de grond van Oslo uiteindelijk begint te beven en de gebouwen verkruimelen als zandkoekjes, voelt het dus alsnog als een verrassing, ondanks dat je weet dat het eraan zit te komen door de spectaculaire trailer. Mede door de vakkundige opbouw van het drama kan ook het tweede deel, waarin de spectaculaire schuif- en valpartijen elkaar opvolgen, veel meer beklijven dan bij de gemiddelde spektakelfilm.