Nog een Japans bedrijf weg uit VK

autofabrikant honda Honda geeft de schuld voor het sluiten van de fabriek in Swindon niet aan de Brexit. De Britse auto-industrie heeft zijn bedenkingen.

Een televisieverslaggever voor de fabriek van Honda in Swindon. Voorstanders van de Brexit wijzen erop dat het Japanse Honda ook nog andere problemen heeft.
Een televisieverslaggever voor de fabriek van Honda in Swindon. Voorstanders van de Brexit wijzen erop dat het Japanse Honda ook nog andere problemen heeft. Foto Adrian Dennis/AFP

Zie je wel, zie je wel, zie je wel: Brexit! Nee, absoluut niks mee te maken: angstzaaierij! Dat is in de dop de ruzie die momenteel haast wekelijks wordt gevoerd als er weer slecht economisch nieuws is.

Het besluit van de Japanse autofabrikant Nissan begin deze maand om de nieuwe X-Trail SUV niet in Sunderland te bouwen? Gekrakeel. Blijkt een week later dat de Britse economie in het vierde kwartaal van 2018 nauwelijks gegroeid is? Ophef. Gaat niet veel later de regionale luchtvaartmaatschappij FlyBMI failliet? Discussie. De bekendmaking dinsdag dat Honda de slechtlopende fabriek in Swindon sluit vanaf 2021? Pandemonium.

Het bestuur van Honda gaf de Brexit niet de schuld op de persconferentie dinsdag. „Dit besluit heeft daar niets mee te maken”, zei bestuursvoorzitter Takahiro Hachigo. Hij vertelde dat bij de zoektocht naar een productiefaciliteit voor een nieuw model van de Civic gekeken werd naar milieuregelgeving. Europa kwam niet goed uit de bus. Honda sluit eveneens een fabriek in Turkije, buiten de Europese Unie, maar wel onderdeel van de Europese douane-unie.

Dat feit werd snel in meerdere varianten genoemd door Steve Baker, een van de leiders van de hardliners van de Conservatieven. Deelname aan Europese economische integratie is geen waarborg voor een florerende auto-industrie, wilde Baker duidelijk maken. De problemen bij Honda in Swindon zijn groter dan alleen het aanstaande Britse uittreden.

Vijf jaar geleden werd al een van de productielijnen gesloten. Vorig jaar produceerde de fabriek 160.000 auto’s, terwijl er capaciteit is voor 250.000 stuks. De Europese vraag naar auto’s van Honda is gedaald en als gevolg maakt het bedrijf in Swindon ook auto’s voor de Japanse en Amerikaanse markt.

Deze maand trad het vrijhandelsverdrag tussen de EU en Japan in werking. Die deal maakt een einde aan de invoerheffing van 10 procent op Japanse auto’s en 3 procent op de meeste onderdelen. Zo is het voor Honda aantrekkelijker om de productie voor de EU de komende jaren over te hevelen naar Japan. Waarom het risico lopen dat de EU straks invoerheffing rekent op Britse auto’s? Waarom het bedrijf blootstellen aan mogelijk hogere kosten van onderdelen?

Toen Nissan eerder al besloot de X-trail niet in Sunderland te bouwen stak een soortgelijke storm op. Benzine- en dieselslurpende auto’s zijn toch passé, oordeelde de Conservatief Jacob Rees-Mogg, een van de grootste voorstanders van de Brexit. Rees-Mogg en de zijnen willen dat het Verenigd Koninkrijk een Singapore aan de Noordzee wordt, waar diensten en de meest hoogwaardige technologie economische motoren zijn.

Branchevereniging Society of Motor Manufacturers and Traders waarschuwt dat de onzekerheid van de Brexit, aangewakkerd door de besluiteloze politiek, ervoor zorgt dat autofabrikanten investeringen uitstellen in hun Britse fabrieken. Zonder investeringen geen nieuwe technologie en niet vooroplopen. Vorig jaar investeerde de auto-industrie nog geen 600 miljoen pond (690 miljoen euro) in het Verenigd Koninkrijk, ongeveer de helft van het bedrag van 2017.

De lijst van Japanse bedrijven die twijfelen over het Verenigd Koninkrijk is langer dan Nissan en Honda. Technologiebedrijf Sony hevelt het Europese hoofdkantoor over van Londen naar Amsterdam. Panasonic doet hetzelfde. De Japanse banken Norinchukin en Mitsubishi UFJ openen filialen in Amsterdam. Hitachi en Toshiba schrapten de plannen kerncentrales in Wales en Cumbria te bouwen.

Kosten nog moeite sparen

Zulke verschuivingen betekenen niet dat Japanse bedrijven het Verenigd Koninkrijk verlaten, het laat wel zien dat de Britse regering en voorstanders van de Brexit een probleem hebben: een van hun grootste buitenlandse investeerders ziet de politieke ontwikkeling als een enorm risico. Een aanzienlijk deel van de Japanse bedrijven werd naar Britse bodem gelokt door Margaret Thatcher, die een stabiele vrijemarkteconomie beloofde met toegang tot de Europese markt.

Na de Verenigde Staten is Japan met 117 miljard pond (stand 2017) de grootste buitenlandse investeerder in het Verenigd Koninkrijk. Kort na de Brexit-stem spaarde premier Theresa May kosten noch moeite om Japan gerust te stellen. Ze schreef een brief aan Nissan waarin ze staatssteun ter waarde van 80 miljoen pond beloofde om het Japanse bedrijf in Sunderland te houden. Ze probeerde meerdere malen de Japanse premier Shinzo Abe gerust te stellen, nadat zijn ambassadeur in Londen een bezorgde brief van vijftien kantjes over de Brexit schreef.

De pogingen Japan tevreden te houden zijn tevergeefs. Minister Jeremy Hunt (Buitenlandse Zaken) stuurde eerder deze maand een brief naar zijn Japanse collega. Daarin schreef hij dat „de tijd dringt” een handelsovereenkomst te sluiten. Beide kanten moeten zich flexibel opstellen, aldus Hunt. Die poging Japan onder druk te zetten viel verkeerd in Tokio, berichtte de Financial Times.

Brexiteers schermen met een toekomst van een Global Britain. Nieuwe markten moeten ontdekt worden. Britse goederen en diensten moeten als nooit tevoren verhandeld worden. De strubbelingen met Japan laten zien dat voordat nieuwe ambities nagestreefd kunnen worden het al moeilijk genoeg is de huidige banden Brexit-bestendig te maken.

In Swindon voelt het personeel dat het Japanse gebrek aan vertrouwen geen abstracte zaak is. Vakbondsbestuurder Des Quinn van Unite noemde het Japanse besluit de fabriek te sluiten een „verwoestende klap voor de Britse industrie”. De fabriek speelde een belangrijke rol in de Britse industriële geschiedenis. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden er niet auto’s maar gevechtsvliegtuigen gebouwd. Straks, na 2021, verdwijnen er 3.500 banen als de fabriek de deuren sluit.