Opinie

Lek

Ellen Deckwitz

Gisteravond bleek mijn badkamer stuk. Liters water kwamen via de halogeenspotjes omlaag, waardoor het even leek alsof er vloeibaar licht uit het plafond stroomde. Het zag er prachtig uit. Op de tegels verzamelde zich een steeds grotere grauwe plas.

De loodgieter brak de vloer van de bovenburen open om te kijken welke buis gesprongen was, en zei dat we in een wel heel oud huis woonden, aangezien de tussenruimtes voornamelijk uit latten en stro bestonden. Na een paar gemummificeerde muizen omhoog te hebben getakeld zette hij diverse sloopapparaten klaar waarop ik besloot om maar even naar een vriend te gaan. De vriend had net zijn neef over de vloer die dit stukje niet zal lezen omdat hij tegen kranten is omdat de ervaring van de werkelijkheid niet moet draaien om feiten maar om wat je gevoel je ingeeft.

„Ik voel me door die lekkage opeens zo kwetsbaar”, begon ik tegen de vriend.

„Jouw probleem is dat je je geestestoestand laat afhangen van iets materieels”, verkondigde de neef meteen. Onze geestestoestand hangt al-tijd af van iets materieels jij halfbakken patchoelisnuiver wilde ik zeggen, omdat we zelf materieel zijn. Een lek plafond mediteer je niet even weg. Beschutting vormt niet voor niets een van de fundamenten van die Maslow-piramide (al zou de neef dat bouwwerk waarschijnlijk eerder beschouwen als een Azteken-kegel waarop aanhoudend mensenoffers werden gebracht). Je moet een plek hebben waar het veilig is om je over te kunnen geven aan slaap zonder dat een roofdier je voor een afhaalmaaltijd aanziet, of een eng persoon je voor een matras-met-benefits.

Terwijl ik naar de achtertuin ging om geen sigaret op te steken besefte ik in hoeverre mijn huis een verlengstuk van mezelf is. Ik keek omhoog, het was een heldere avond, de maan stond aan. De sterren leken opeens op de halogeenspots in mijn badkamer, waardoor de donkere hemel een dreigende stortbak werd die ieder moment het heelal over me heen kon kieperen. Een goed huis, dacht ik, is een onzichtbaarheidsmantel van baksteen. Even kan je doen alsof er geen buitenwereld bestaat. Kan je je wentelen in een omgeving waar je mag zijn en doen wat je wil: een plek waar je even niet geparfumeerd hoeft rond te lopen. Waar je mag stinken, ben je thuis.

De loodgieter belde dat de lekkage verholpen was. Bij thuiskomst controleerde ik voor de zekerheid alle leidingen, tot ik mezelf ervan had overtuigd dat alles het netjes deed. Mijn huis is mijn exoskelet, dacht ik nog voor ik in slaap viel, waarin ik kan doen alsof ik niet van week materiaal gemaakt ben, alles met gemak aankan.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.