Recensie

Recensie Muziek

Klassiekers naast wereldpremières in nieuw seizoen Nationale Opera en Ballet

Seizoen Nationale Opera en Ballet blijft ook volgend seizoen trouw aan het karakter als museum en laboratorium van zang en dans. Met onder meer twee odes aan vrouwen in de kunst.

De Stopera in Amsterdam, het gebouw van De Nationale Opera en BalletFoto Koen van Weel / ANP
De Stopera in Amsterdam, het gebouw van De Nationale Opera en BalletFoto Koen van Weel / ANP

Met het paradoxale credo „een traditie in vernieuwing”, karakteriseerde directeur Ted Brandsen gistermiddag niet alleen het komende seizoen van Nationale Opera en Ballet, maar ook het DNA van het Amsterdamse theater. Zowel bij het ballet als de opera staan klassiekers naast wereldpremières en mengen verleden en toekomst van deze genres zich in het laboratorium van het heden. Met die werkwijze handhaaft het wereldwijd kleine huis – althans financieel gezien – zich artistiek in de internationale top.

Bij De Nationale Opera draagt komend seizoen nog de handtekening van de inmiddels vertrokken Pierre Audi. Het is een reis door de operageschiedenis, die begint bij Händel (Rodelinda) en via onder meer Mozart (Cosi), Rossini (Cenerentola), Wagner (Walküre), Bizet (Carmen), Verdi (Nabucco), Dvorak (Rusalka) en Strauss (Frau ohne Schatten) uitkomt bij een nieuwe opera van Willem Jeths (Ritratto). Het werk van Jeths beleeft zijn première tijdens de vijfde editie van het Opera Forward Festival, de plek waar vernieuwing van opera de boventoon voert. En een belangrijke reden voor Audi’s opvolger Sophie de Lint om Zürich voor Amsterdam te verruilen.

Lees ook dit afscheidsinterview met Pierre Audi uit 2018.

Bij DNO onder meer een herneming van Bizets Carmen

Met ballet-directeur Ted Brandsen ontwikkelt zij momenteel plannen voor de langere termijn. Beide gezelschappen willen de banden wat meer aanhalen. Het Nationale Ballet brengt met Romeo en Julia, De Notenkraker en Giselle, „meesterwerken die iedereen gezien wil hebben en waarmee we altijd zo’n veertig tot vijftig procent nieuw publiek trekken”, zegt Brandsen. Daarnaast brengt Het Nationale Ballet een eerbetoon aan de Russische choreograaf Balanchine. Ook komt er een ode aan de door Balanchine als „ondansbaar” betitelde componist Ludwig van Beethoven, onder meer door drie jonge choreografen die zich buigen over het enige ballet dat hij schreef, Die Geschöpfe des Prometheus.

Opvallend, maar vermoedelijk toevallig, is dat twee grote wereldpremières vrouwen in de kunst tot onderwerp hebben: Jeths’ opera Ritratto gaat over de excentrieke mecenas Luisa Casati en voor het ballet Frida liet Annabelle Lopez Ochoa zich inspireren door het leven van de Mexicaanse kunstenares Frida Kahlo.