Jeugdzorg heeft plan IS-kinderen klaar

Instanties Het gaat om moeders met hun kinderen. Vaders zijn ‘uit beeld’. Als ze uit IS-gebied naar Nederland terugwillen, kan dat. „Makkelijk is dat niet”.

Vrouwen en kinderen op de vlucht na de val van het IS-kalifaat.
Vrouwen en kinderen op de vlucht na de val van het IS-kalifaat. Foto’s Delil Souleiman/ AFP, Bülent Kilic/AFP

De Raad voor de Kinderbescherming zegt er klaar voor te zijn: de terugkomst van Nederlandse kinderen uit voormalig IS-gebied in Syrië of Irak. In 2017 vroegen de ministeries van Justitie en Veiligheid en van VWS aan de Raad een terugkeerplan op te stellen voor de kinderen van ‘uitreizigers’ naar oorlogsgebieden. Uitvoering van dat plan lijkt dichtbij: IS is zo goed als verslagen, en de VS vragen Europese landen ‘hun’ IS-strijders terug te laten keren en te berechten.

Er zijn „ten minste 175 kinderen” van Nederlandse uitreizigers, aldus de AIVD. Over 75 van hen ontbreekt informatie; niet uitgesloten is dat sommigen niet meer leven. De overige honderd kinderen heeft de Raad voor de Kinderbescherming in beeld, zegt beleidsadviseur radicalisering bij de Raad, Karien Bruurs. Van hen is 80 procent onder de vijf jaar oud – grotendeels dus geboren in Syrië of Irak na het uitreizen van de ouders. Vaders zijn meestal uit beeld: mogelijk zijn ze omgekomen, mogelijk zijn ze aan het strijden. „Voorzover bekend”, zegt Bruurs, „zijn al die kinderen bij hun moeder.” Hoe ziet zo’n terugkeer er voor de kinderen uit?

1. Het consulaat

Stel een moeder, uitgereisd vanuit Nederland naar het kalifaat, wil met haar twee kinderen terugkeren. Dan moet ze volgens het huidige kabinetsstandpunt naar een Nederlands consulaat – in Erbil (Noord-Irak) of in Istanbul. Makkelijk is dat niet, zegt Marion van San, die aan de Erasmus Universiteit onderzoek doet naar radicalisering. „Het ontbreekt de moeders vaak aan reis- of ID-documenten. Ze zitten vast in Koerdische tentenkampen.”

Bereiken zij een Nederlands consulaat, dan volgt een identiteitscheck om vast te stellen dat ze Nederlands zijn. Er kan ook een dna-test worden afgenomen, om te controleren of de kinderen echt van de moeder zijn. De kosten van de dna-test, 275 euro, komen – vroeger of later – voor rekening van het gezin: dat de aanvrager betaalt is gangbaar bij zo’n test, aldus een woordvoerder van Buitenlandse Zaken. Het resultaat van de dna-test duurt „in de regel enkele weken”, zegt de woordvoerder. Is de moeder Nederlands en zijn de kinderen de hare, dan worden de drie op het vliegtuig naar Schiphol gezet.

Twee IS-ontvluchte vrouwen met hun kinderen. Foto Bulent Kilic/AFP

2. Aankomst

Uiterlijk tijdens de terugvlucht krijgt de Raad voor de Kinderbescherming van autoriteiten het seintje: er komt een gezin jullie kant op. De tijd vóór aankomst gebruikt de Raad om de kinderrechter om een zogenoemde ondertoezichtsstelling (OTS) te verzoeken.

Met zo’n OTS komen de kinderen onder de verantwoordelijkheid van de jeugdbescherming te vallen. Dat acht de Raad nodig, omdat moeder op Schiphol van haar kinderen wordt gescheiden: haar wacht de gevangenis – de Terroristenafdeling in Vught. Jeugdbescherming is bovendien nodig, zegt Bruurs, omdat de veiligheid en ontwikkeling van de kinderen in het geding is. „Moeder heeft de kinderen meegenomen naar een oorlogsgebied. En kinderen die daar zijn geboren, heeft ze niet tijdig weten te behoeden voor gevaar.” Een OTS regelen kan ook ’s avonds, ’s nachts, en ’s weekends, en duurt doorgaans een enkel uur tot een dag.

Als de twee kinderen behoren tot de honderd die de Raad voor de Kinderbescherming in beeld heeft, is uitgezocht of zij bij familie kunnen wonen en zo ja, bij wie precies. Er zijn al „enkele kinderen” teruggekeerd – precieze aantallen wil de Raad niet noemen. Twee van hen zijn in elk geval de jonge kinderen van Laura H., die inmiddels vrij is.

Is er geen geschikte familie, dan schakelt de Raad pleegouders in. Maar de Raad wil het liefst dat de kinderen bij familie gaan wonen, zegt Bruurs. „Dat is het meest vertrouwd.”

De Raad heeft zich ervan vergewist of de grootouders of oom en tante pedagogisch en ook fysiek in staat zijn tot het opvoeden van jonge kinderen. Ook is belangrijk dat hun contact met de moeder goed genoeg is, zegt Bruurs, zodat er sprake zal zijn van een gesmeerd verloop van de bezoekregeling aan de moeder in de gevangenis. De politie kijkt ook mee: mochten er twijfels zijn over het gedachtengoed van grootvader of tante – denk aan sympathie voor IS – dan kan dat familielid als kandidaat-opvoeder afvallen. „Dat is een enkele keer gebeurd”, zegt Bruurs.

Op Schiphol wacht de kinderen een „heftig moment”, aldus Bruurs: afscheid van moeder. Een medewerker van de Raad voor de Kinderbescherming is op Schiphol om de moeder uit te leggen waarom de kinderen onder toezicht komen van de jeugdbescherming. De jeugdbeschermer die de kinderen onder de hoede krijgt, is ook mee naar Schiphol, „zodat de moeder met hem of haar kan kennismaken”. Ook de nieuwe opvoeders van het kind zullen er zijn – familie dan wel pleegouders. Andere familieleden zijn er in principe niet bij. „Dat komt later”, zegt Bruurs. „We willen de aankomst niet nog drukker en indrukwekkender maken voor de kinderen.”

3. Nieuw gezin en leven

Vanaf Schiphol zijn er voor de kinderen meerdere routes mogelijk. Een klein aantal zal aanvankelijk worden opgevangen op een Zuid-Hollandse locatie van jeugdzorginstelling Horizon. Volgens de Kinderbescherming kampen deze kinderen met dusdanige problemen dat ze allereerst rust, hulp en mogelijk behandeling nodig hebben voor ze toe zijn aan een normalere gezinssituatie. Horizon rekent op „vijf à tien jongeren”, zegt bestuurder Hans du Prie. Alle andere kinderen gaan vanaf het vliegveld direct mee naar het huis van hun nieuwe opvoeders. Die opvoeders krijgen pleegzorgbegeleiding: bijvoorbeeld hulp en advies als de kinderen probleemgedrag gaan vertonen. De jeugdbeschermer komt regelmatig langs, om de ontwikkeling van de kinderen in de gaten te houden. Jeugdbescherming West, regio Den Haag, rekent op de terugkeer van op zijn minst vier moeders, zegt teammanager Leon van Sasse van IJsselt. De begeleiding van teruggekeerde kinderen noemt Van Sasse van IJsselt „nieuw terrein”. „Wat nemen ze mee aan bagage? Zijn ze getraumatiseerd, ondervoed, ziek?” De jeugdbeschermer kan een beroep doen op een team van psychologen en psychiaters, samengesteld als onderdeel van het terugkeerplan van de overheid. De jeugdbeschermer houdt in de gaten of het goed gaat met de kinderen bij de nieuwe opvoeders. Zo niet, dan wordt gezocht naar een alternatief. Ook dan is opvang en behandeling bij jeugdzorginstelling Horizon een mogelijkheid.

Zijn de kinderen gewend aan Nederland en gaat het hen goed, dan kunnen ze naar school. De jeugdbeschermer houdt contact met school. Ook kan de directie de hulp inroepen van Stichting School & Veiligheid, die helpt bij het „bevorderen van een sociaal veilig klimaat”, aldus de website.

Intussen blijven de kinderen hun moeder „zo veel als mogelijk” bezoeken in de gevangenis, zegt Van Sasse van IJsselt. „Elkaar veel zien is altijd het streven bij ouders in detentie. Tenzij het aantoonbaar slecht is voor het kind.”

Lees ook: Coalitie heeft geen trek in het opnemen van kalifaatverlaters

Als de moeder vrijkomt – Laura H. zat ongeveer een jaar vast – ligt het voor de hand dat de kinderen weer bij moeder gaan wonen. Tenzij de moeder jarenlang gevangen zal zitten: dan is ook mogelijk dat kinderen blijven wonen bij de pleegouders aan wie ze gehecht zijn geraakt.

Gaat het volgens de jeugdbescherming en andere instanties goed met de kinderen terug bij hun moeder, dan kan worden besloten het gezin niet langer onder toezicht te stellen. Het vrije gezinsleven kan weer beginnen.